Rust in je hoofd

🧘 Probeer Meditation Moments 7 dagen gratis via meditationmoments.nl/podcast
 
🎧 Volg onze podcast en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

🧘‍♂️ Meditation Moments 7 dagen gratis proberen? Ga naar: https://link.meditationmoments.nl/isahoes

In deze aflevering van Rust in je Hoofd spreekt Michael Pilarczyk met Isa Hoes over hoe je moet omgaan met rouw.

Isa verloor haar man Antonie ruim 15 jaar geleden. Sindsdien is ze in het onderwerp van rouw gedoken en heeft ze hier ook meerdere boeken over geschreven waaronder haar bestseller: Toen ik je zag

We gaan het hebben over hoe mensen verschillend omgaan met rouw en dat rouw iets is dat onderdeel van je leven wordt en niet zomaar weg gaat.

Wat je ontdekt:
- Waarom Isa bewust ervoor kiest om alleen te blijven
- Hoe je om kan gaan met verlies
- Waarom iedereen een verschillend rouwproces heeft
- Hoe je jouw leven verder kan oppakken na een verlies
- Hoe je depressieve gedachten bij mensen kan lezen
- Hoe je kan leren wie je echt in de kern bent

🎧 Volg onze podcastkanalen om geen aflevering te missen:
https://meditationmoments.nl/rust-in-je-hoofd-podcast

What is Rust in je hoofd?

Welkom bij Rust in je Hoofd, de podcast van Meditation Moments. In deze podcast spreekt Michael Pilarczyk met bekende gasten en toonaangevende experts over mentale gezondheid, zingeving, meditatie, persoonlijke ontwikkeling en…. het leven zelf.

Hoe moet ik omgaan met dat verlies?

En er is niet een soort protocol voor.

Eigenlijk zijn er geen regels.

Iedereen doet het op zijn eigen manier.

Want de één wil erkenning, van zie mij,

ik ben in de rouw.

En die vinden het dan heel erg dat

het na een snelle tijd voor hun over

is.

Dat er niets meer wordt gevraagd.

Een ander denkt, nou voor mij hoef je

dan niet de hele tijd te vragen.

Dat is al zo'n brede range aan

hoe ga je met elkaar om.

Wij denken dat rauw dat slijt, dat dat

kleiner wordt.

Maar dat is niet zo.

Echt prikken ergens bij mij en ik kan

in dikke tranen uitbarsten over het verlies van

Anthonie.

Dat blijft.

Ik heb elke keer gedacht, nou zeg, het

is nou tien jaar.

Nou moet ik er wel een beetje klaar

mee zijn.

Nee, het is gewoon onderdeel van mijn leven

geworden.

En dat is oké.

Rauw blijft hetzelfde, alleen het leven eromheen.

Isa Hoes, actrice, moeder, podcaster en schrijfster van

inmiddels meerdere boeken.

Haar eerste boek, Toen ik je zag, stond

wekenlang op nummer één in de bestsellerlijst.

En samen met haar zoon Merlijn schreef ze

Je bent niet alleen, een boek over omgaan

met rauw en verlies.

Naast acteren en schrijven is Isa actief als

spreker en ondernemer.

Ze zet zich regelmatig in om maatschappelijke thema's

bespreekbaar te maken.

Met name rondom mentale gezondheid, verlies en eerlijk

zijn tegenover jezelf.

En de stem van Isa is ook te

horen in onze Meditation Moments app.

Vandaag is het de gast in de Rust

in je Hoofd podcast, Isa Hoes.

En hoe is het met de rust in

haar eigen hoofd?

Isa Hoes met de rust in jouw hoofd.

Gaat iedereen lachen als je deze vraag stelt

of alleen ik?

Het is eigenlijk nooit rustig in mijn hoofd.

Nee?

Nee.

Echt nooit?

Zelden.

Ook in rust krijg ik heel veel ideeën.

Dus als ik druk ben en aan het

werk ben, dan heb ik dat soort lijstjes

in mijn hoofd.

Niet te vergeten, straks dit en straks dat.

Ik moet nog even bellen, want dan heb

ik die afspraak iets meer ruimte.

Dus het gaat maar door bij mij.

En laatst las ik even iets op internet

daarover.

Ik dacht, het past dus ook heel erg

bij mijn sterrenbeeld, bij wie ik ben.

Het is gewoon zo.

En dat geeft ook wel een beetje rust

dat je denkt, het is gewoon zo.

Terwijl aan de andere kant, ik heb jou

wel eens een audiobook, een luisterboek horen inspreken.

Dat is eigenlijk de reden waarom ik je

toen vroeg om voor de app wat te

doen.

Dat vond ik zo mooi en zo rustig.

En je bent een van de weinigen die

nog zo mooi spreekt.

Dank je.

Dus het zit er wel in, die rust.

Ja, maar ik ben ook actrice.

En ik weet ook dat dat moet.

Ik zal eerlijk zeggen, toen wij begonnen, zei

je...

Hoe heet die nou die de opname deed?

Emiel.

Emiel.

Zij zei, oh het moet echt langzamer, want

ik ging er best een beetje rap in

even.

Zij ook, nee, nee, het is echt heel

veel trager.

Oké, maar het is wel fijn ook dan

om te doen.

En ik mediteer ook wel zelf.

Ja, ja, ja.

Dus dat is ook wel wat ik fijn

vind, nodig heb.

Ik weet het niet, maar in ieder geval

fijn vind.

En wanneer doe je dat dan?

Ik zou willen dat ik nu zei, iedere

ochtend of iedere avond.

Maar dat is bij mij, dat gaat in

vlagen.

Soms doe ik het iedere ochtend en soms

weer een hele tijd niet.

Wanneer het komt?

Ja, wanneer ik denk, oh ja, daar heb

ik wel weer even zin in.

Ik ben niet meer zo streng.

Wat zijn dan de momenten dat je er

zin in hebt?

Dat ik onrustiger ben en denk, oh ja,

maar daar word ik altijd zo blij van.

Laat ik dat nou weer eens oppakken.

En wat doe je dan?

Dan zoek ik een meditatie.

Maar dan luister je naar stem?

Ja, dan luister ik naar stem.

Oké, je gaat niet zitten.

Nee, ik kan niet zitten.

Dus ik moet wel echt een geleidemeditatie doen.

Dat helpt dan?

Ja.

Ben je druk in je dagelijkse bestaan, in

het leven?

Ja, ik denk als mijn kinderen nu luisteren,

dat ze denken, je gaat nu toch niet

nee zeggen.

Gewoon ja, vol ja.

Je doet veel.

Je bent ook moeder.

Je acteert, je schrijft, je spreekt.

Je doet echt duizend dingen.

Duizend dingen doe ik, ja.

En dat is een keuze, toch?

Dat is jouw bewuste keuze.

Nou, dat is het.

En dat is soms heel ingewikkeld, omdat ik

heel veel leuk vind.

En dan denk, oh, maar dat kan nog

wel.

En ik merkte wel dat ik het afgelopen

halfjaar eigenlijk te veel heb gedaan.

En ook daar gaan mijn kinderen weer zeggen,

ja, daar ga je weer.

Dat zeg jij best vaak.

En dan denk ik, oké, maar nu is

het echt anders volgens mij.

Kijk, het lastige is dat ik alleen woon.

En sinds anderhalf, twee jaar nu bijna echt

alleen.

Dus dat Vlinder ook uit huis en Marlijn

is al langer uit huis.

En dan denk je helemaal, ja, we kunnen

dat ook nog doen.

En voor wie ben ik thuis?

Het is alleen voor mij om te slapen

of bij te komen of te eten of

whatever.

Dus daar zit een heel groot gevaar voor

mij.

En dat voel ik nu deze maanden, de

afgelopen maanden.

Ik denk, nee, ik heb veel meer tijd

nodig om gewoon thuis te zijn.

En dat voelde in het begin heel tuttig.

Met jezelf?

Ja, met mezelf.

En dat alleen zijn, is dat nou een

hele bewuste keuze?

Dat je zegt, ik vind het wel lekker

alleen.

Oh, je wilt het alleen zonder partner?

Ja, of zou je liever toch iemand naast

je hebben, die je misschien een beetje tot

rust kan brengen ook?

Nou ja, ik vind dat een beetje raar

als ik iemand zou moeten hebben om...

Nou, voor de balans is het soms goed.

Ja, dat is ook zo.

Dat zie ik ook bij anderen.

Maar ik ben inmiddels natuurlijk zo gewend om

het alleen te doen.

Ik ben 15 jaar alleen.

En dus die twee stemmen, dat gaat niet

altijd even goed.

Maar ik bedoel, ik ben wel gewend, ook

in de opvoeding.

O ja, wat zal ik doen?

Je wilt de ene doen, maar je denkt,

ja, maar wat zou de ander doen?

De vader, de man, de Anthony, whatever.

Dus dat ben ik deels heel erg gewend.

En ik vind het ook heel lekker om

alleen te zijn.

Iemand moet wel, ik moet wel echt heel

verliefd zijn om dan nog aan te gaan,

denk ik, hoor.

Ik heb niet iemand nodig.

Zo voelt dat niet.

Ben je nog wel eens verliefd?

Of ben je dat alleen in de film?

Nou, het leuke was toen ik in de

film zo aan het draaien was met Tariq,

dat hij dus mijn tegenspeler is.

Toen zei ik op een gegeven moment tegen

hem, ik zeg, je moet het niet persoonlijk

nemen, maar ik zou dit zo graag willen

nu.

Want ik denk, je moet niet denken van,

ik wil dat met jou, maar het roept

natuurlijk iets op als je dat speelt.

Ja, toen zei ik daar, dit zou ik

toch wel weer even willen.

Maar goed, verliefdheid blijft ook niet altijd.

Ach, ik praat nu maar gewoon mezelf natuurlijk

een beetje naar de mond dat het prima

is zoals het is.

Maar natuurlijk is dat ook leuk en niks

is zaligmakend.

Alleen zijn is niet zaligmakend, een relatie is

niet zaligmakend.

Dus de ene keer ben ik heel eenzaam,

zo van denk ik, oh, laatst was ik

heel erg ziek.

Toen dacht ik ook, als er nou toch

even iemand was die even een kop thee

maakte.

En s'nachts gewoon, whatever, weet je, ik

was zo, daar voelde ik mezelf zo zielig.

Omdat iedereen, die kent het wel, die griep

die we allemaal hadden, zeg maar.

Dat je denkt, oh, wat een hel dit.

Maar, en dan heb ik natuurlijk altijd lieve

kinderen, maar die zijn er niet naast me.

Die komen even langs en die komen wat

voor je doen.

En ik ben ook niet zo goed in

vragen daarin.

Maar, dus ja, wat dat betreft zou ik

het ook heel fijn vinden.

Maar ja, ik heb ook nooit meer gedoe.

Dat vind ik weer geweldig als mijn vriendinnen

horen.

Dat is de positieve kant.

Absoluut, en mijn eigen tijd en dat je

op die manier geen rekening hoeft te houden.

Want veel mensen met relaties hebben heel veel

problemen, gedoe.

Dat zeg ik?

Nee, dat is zo, dat is zo.

Ik zeg altijd, people are problems.

En daarom ben ik het liefst alleen.

Met Cindy en nu met onze baby en

met de honden.

Maar ik merk gewoon, mensen zijn altijd problemen.

En dat ligt ook aan jezelf natuurlijk, van

hoe je ermee omgaat.

Hoe ervaar jij dat dan?

Ik vind het schrikken een beetje als je

dat zo zegt.

Ja, dat is toch zo?

Nee, mensen zijn problemen.

Zolang je alleen bent in je leven en

je kunt het goed met jezelf vinden.

Dat is belangrijk natuurlijk.

Dat geldt ook niet voor iedereen.

Dan is het best oké.

Komen er meer mensen bij, meerdere mensen, leidt

dat vaak tot problemen.

Meer vrienden, relatie vaak ook, ouders.

Weet je, de mensen in jouw leven.

Maar het is ook heel verrijkend.

Natuurlijk.

Want je krijgt iets wat je niet alleen

kan.

Ik zeg niet dat alleen maar gedoe is.

Maar het is ook wel een stukje gedoe

wat erbij komt kijken.

Nou, dat heb ik inderdaad.

Allemaal lekker niet.

Nee, dus dat is heel fijn.

Maar verder, waar we het over hadden, doe

je heel veel dingen.

Buiten acteren en schrijven doe je ook best

wel veel maatschappelijke dingen.

Wist ik ook niet.

Wat doe je allemaal?

Ik ben benieuwd wie jij meekomt.

Nou, dat heb ik gelezen.

Wat dan?

Doe ik allemaal maatschappelijke dingen?

Ja, je organiseert wel eens wat en je

zit je in voor goede doelen.

Ja, dat doe ik.

Nou ja, ik kom ook wel uit zo

'n nest, denk ik.

Dus ik vind het wel bijna gewoon om,

als het kan, en zeker als bekendpersoon.

Dus daar moet je ook mee oppassen.

Want voor je het weet doe je veel

te veel dingen.

Want je kan niet je overal voor inzetten,

hoe graag ik dat ook zou willen.

Maar ja, bijvoorbeeld het diner waar jij een

hele lieve sponsor bent geweest, al twee keer.

Ik durfde jou de tweede keer niet eens

te bellen.

Petty zei, kom op, gewoon bellen.

Maar dat kwam ineens in me op dat

ik met kerst, ik dacht, ik wil naar

een buitenland.

Ik wil weg hier, ik vind het saai,

weet je wel zo.

En dat is ook een beetje als je

alleen bent, dat je dan een beetje voelt,

oh ja, en het stelletjesgedoe en etentjes en

zo'n derde wiel aan de wagen.

Dus ik dacht, als ik nou gewoon lekker

naar het buitenland ga.

En dat doe ik natuurlijk met mijn hartvriendin

Petty zomaar.

Wij hangen aan de telefoon bij wijze van,

kunnen we weer ergens naartoe?

Dus die baalt ook als ik veel te

veel werk.

Dan denk ik, hallo, gaan we nog op

reis?

Of wat is het plan?

Dan zeg ik, ja, sorry, maar ik vind

spelen ook zo leuk.

Maar dus toen ineens had ik ook contact

met iemand waar ik nog steeds contact mee

heb van Celblok H.

Hij was figurante en had een hele lieve

vrouw en ze waren allebei daar.

En op een gegeven moment ging deze, haar

partner ging overleed.

En ik onderhield het contact en toen zei

ze ook, kerst komt er weer aan, wat

een hel.

En toen dacht ik ineens, wat zit ik

nou toch te piepen over dat ik naar

de zon of weet ik veel wat wil.

Ik dacht, ik ga eens iets organiseren voor

mensen die kerst de hel vinden of eenzaam

zijn.

En dat hebben we wel een beetje uitgebreid

naar, heb je gewoon zin om nieuwe mensen

te ontmoeten?

Heb je zin om eens uit dat verhaal

van het derde wiel te zijn?

Of dat je denkt, ja, ik heb zin

om met kerst iets anders te doen.

Nou, organiseren we nu al twee jaar een

diner en dat is een groot succes en

heel erg leuk.

En daar word ik nu super blij van.

En dat is heel leuk, dat had ik

nooit verwacht, want dat weet je niet van

tevoren.

Maar dat je alleen maar in de voorbereidingen

ernaartoe, en het is best veel werk ook.

Maar dat je denkt, ik vind het zo

leuk.

Ik vind het zo leuk, er komen heel

veel mensen en we hebben goodiebags.

Wauw, dat weten ze nog niet.

We hebben cadeautjes voor ze.

En ja, ik weet niet, iets doen voor

een ander.

Eigenlijk zou iedereen dat moeten doen, want ik

denk dat dat je als mens verrijkt.

En ook nodig is om de balans, waar

het natuurlijk ook over gaat, rustbalans te vinden.

Je mag natuurlijk alles doen voor jezelf.

We zijn een beetje een egoïstische maatschappij geworden,

maar dat mag.

Daar heb ik helemaal geen oordeel op.

Maar iets voor een ander doen, je zal

zien, daar word je zelf ook heel gelukkig

van.

Nou, dat is toch mooi meegenomen.

Dat je ook een ander dan helpt.

Dus het is, ik vind het gewoon normaal.

Ja, ik weet niet wat ik verder doe,

maar...

Je doet veel.

Nou ja, ik heb wel eens een boek

gelezen van je aan meerdere mensen, want je

eerste boek stond wekenlang op één.

Hij heeft het echt heel goed gedaan.

Je hebt een boek geschreven met je dochter.

Ik vond het heel leuk.

Je schrijft een boek met je dochter, je

schrijft een boek met je zoon.

Hoe is dat om met je kinderen een

boek te schrijven?

Ja, Flinder was natuurlijk klein en die was

super geïrriteerd, want die zei ja, terwijl we

wisten eigenlijk veel waar ze aan begon.

En ik heb natuurlijk het meeste geschreven, maar

dan zei ik elke keer, ja, ik loop

vast, je moet me helpen.

En toen zei ze, ik wil net gaan

spelen.

En toen zei ik, ja, dat zie ik.

Maar dus die was helemaal non-amused en

die wilde ook eigenlijk haar naam van de

cover af.

En hij had gezegd, jij hebt dat boek

geschreven.

Ik zei, nou ja, jij hebt gewoon echt

heel veel bedacht waardoor ik het kon schrijven.

Maar dat was dus, die samenwerking in Marlijn

was natuurlijk volwassen.

En ja, dat was wel een bijzonder boek,

want ik had nooit gedacht dat zo'n

boek zou komen, omdat ik had mijn boek

geschreven.

Toen kwam Marlijn met zijn boek.

Daar kreeg hij zoveel respons op en zoveel

vragen vooral, dat hij aan mij al eerst

vroeg, wat moet ik daarmee?

Ik zei, ja, schat, ik snap dat dat

ingewikkeld is, dat jij zoveel DM's, want dat

is het dan vaak, jongeren ook op social

media dat doen.

En toen zei onze literair agent, we hebben

dezelfde literair, die zei, ja, kan je natuurlijk

ook een boek maken en dat kan je

natuurlijk ook met je moeder doen.

Ik zei, nee, nee, nee, nee, nee.

Dit thema over de dood, dat ligt achter

me.

Ik wil daar niet meer over praten.

In no time hadden ze me overgehaald, omdat

het goed zou zijn dat ik andere mensen

zou helpen hiermee.

Wat natuurlijk ook weer zo is.

En daarom heb je mij, want als je

op die knop drukt, zeg ik, ja, oké,

alleen wat toen nog niemand wist, behalve mijn

inner circle, was dat ik borstkanker had.

Dus ik zei, ik ga dat boek niet

schrijven, want ik ben eigenlijk mijn eigen verhaal

aan het opschrijven.

Of ik daar nou een boek van ga

maken of niet, maar ik ben het allemaal

aan het opschrijven.

Daar heb ik uiteindelijk wel een boek van

gemaakt, maar toen hebben we een ghostwriter, zoals

dat heet, die het voor ons heeft gedaan.

En dat was ook dezelfde schrijver die Marlijn

zijn boek had gedaan.

En dat vond ik toen ook zo goed,

Mathijs Klein.

En ik was heel blij dat hij ons

boek heeft gedaan.

En een leuk nieuwtje, we komen met een

nieuwe versie, waarin we nog drie mensen hebben.

We wilden, het boek was eigenlijk bijna uitverkocht.

Ja, hoe zeg je dat?

Op.

Dus de druk was bijna op.

En dat zag Marlijn en we kregen dat

toen afrekening.

En toen zei hij, hey man, nog maar

een paar honderd boeken of ik weet niet

meer.

Kunnen we niet een nieuwe maken, waar wij

van die voorkant af zijn?

Hadden we allebei een beetje tegenzin in gehad

dat we op die cover stonden.

Maar goed, we waren omgepraat.

We hebben dat gedaan.

Want mensen die het nu horen, denken waar

gaat dit boek dan over?

Het is een boek over verlies en over

alle soorten vormen van verlies.

Dus we hebben heel veel mensen geïnterviewd.

Los van ons eigen verhaal hebben we Humberto

Tan geïnterviewd.

Die zijn broer, zijn moeder en zijn hond,

wat ook nog een klap was voor hem.

We hebben de moeder van Frederique Huyt geïnterviewd,

die helaas overleden is.

Maar gelukkig mag ze erin blijven staan.

Dus we hadden daar allemaal mensen.

Xandra Brood met haar dochter.

Kluun met zijn dochter.

Dus Marlijn en ik dan samen met een

ouder en kind.

Zo hebben we het een beetje aangepakt.

Want mijn rouw is heel anders dan de

rouw van een kind.

Want die verliest zijn ouder.

En hoe ga je daarmee om?

Terwijl je moeder is er nog of je

vader.

Hoe is het om je kind te verliezen?

Nou, dit jaar komt er een nieuwe cover.

Daar staan wij niet meer op.

Daar zijn we nu nog mee bezig.

En drie nieuwe interviews.

En dat mag ik helaas niet zeggen, want

ik heb vandaag nog gebeld.

Ze zeiden nee, nee, nee, daar komen we

later mee.

Wanneer komt het?

In juni ergens.

Ook nog niet precies de datum, maar in

juni komt er een nieuwe versie.

Het heet wel hetzelfde.

Je bent niet alleen.

Ja, en het is gewoon elke keer als

ik een berichtje krijg.

Het is hetzelfde over het borstkankerboek wat ik

heb geschreven.

Nou, dat is toch ook raar.

Ik weet niet eens wat het heet.

Overleven.

Ach ja.

Hoe kan je dat nou vergeten?

Nou, het maakt niet uit.

Als er maar één iemand een bericht stuurt

in een DM, krijg je het vaak natuurlijk.

Dank je wel.

Ik ging door hetzelfde proces.

Of laatst kwam er zelfs iemand naar me

toe op het dansfeest.

Moet je even bedanken voor je boek.

Ik nog heel bij de hand.

Welk boek?

Want ik dacht, ja weet ik veel.

Overgang, over de dood, Antonie.

Weet je, het zijn zoveel dingen.

En toen zei ze, nee, nee, nee, over

je borstkanker.

Ik heb precies hetzelfde traject gelopen.

Ik was zo blij dat ik even met

jou mee kon.

Dat ik dacht, oh ja, zij heeft dit

ook gehad.

En dat soort berichten doen mij altijd goed.

Veel herkenbaarheid natuurlijk.

Herkenbaarheid.

En ik denk dat ik daar heel erg

voor sta.

Dus je kan het op een toegankelijke manier

vertellen.

Waardoor iemand die het leest denkt, maar dit

is mijn verhaal.

Jij krijgt veel berichtjes.

Marlijn krijgt ook veel berichtjes op basis van

het boek.

Wij krijgen heel veel berichtjes.

Elke week stelt iemand mij die vraag, hoe

ga ik om met verlies?

Op welke manier dan ook.

En dan is de vraag, hebben jullie daar

ook meditaties voor?

Dus op een gegeven moment heb ik daar

wat voor opgenomen.

Robert Richman heeft wat opgenomen.

Toch vind ik het moeilijk.

Want wat jij zegt, iedereen doet dat op

z'n eigen manier.

Het is natuurlijk, als ik dat schrijf, is

het mijn gevoel.

Maar echt bijna iedere week, ik durf wel

te zeggen, bijna iedere dag stelt iemand wel

op een dementje die vraag van.

Nou ja, je vader, moeder, kind, partner.

Soms een hond.

Hoe moet ik omgaan met dat verlies?

En er is niet een soort protocol voor.

Nee, daar kwam ik natuurlijk ook achter met

het boek.

Eigenlijk zijn er geen regels.

Iedereen doet het op z'n eigen manier.

Want de een wil erkenning van.

Zie mij, ik ben in de rouw.

Ik heb mijn partner verloren.

Even als voorbeeld of een kind.

En die vinden het dan heel erg dat

het na een snelle tijd voor hun over

is.

Dat er niets meer wordt gevraagd.

Een ander denkt, van mij, hoef je dan

niet de hele tijd te vragen.

Dus dat is al zo'n brede range

aan hoe ga je met elkaar om?

Ik denk dat het makkelijkst is, en dan

heb ik het puur over nu.

Want daarvoor hebben we ook tips en tricks

in het boek gezet.

Hoe ga je om met mensen die iets

meemaken?

Want dat is het eigenlijk ook.

Mensen die in de rouw zitten, die gaan

er überhaupt doorheen.

En die gaan of hulp zoeken of niet.

Die komen allerlei dingen tegen.

Maar die rand eromheen.

De vriendenkring, de buren, het werk.

Daar heb ik in die zin denk ik

wel een soort lijstje voor.

Ga wel het gesprek aan en vraag wat

heb je nodig?

Heb je nodig dat ik het regelmatig aan

je vraag?

En als diegene zegt, dat weet ik nog

niet.

Is prima, dan check je gewoon af en

toe in.

Of als je zegt, ik vind het heel

vervelend.

Dan heb ik daar respect voor, maar weet

dat ik aan je denk.

Maak het in ieder geval even bespreekbaar.

Want net doen alsof het niet zo is.

Is voor de mensen die daarmee te maken

hebben, heel verdrietig.

Dat heb ik echt wel meegekregen van al

die verhalen.

Doe iets liefs, kan ook.

Als je denkt, ik ben geen prater.

Leg eens een leuk dingetje voor de deur

bij iemand.

Stuur een bloemetje.

Ik denk wat jij zegt, dat het heel

belangrijk is.

Vraag wat die ander graag zou willen.

En kijk ook en luister en voel goed

wat die ander zegt.

Want misschien zegt die ander wel, nee, laat

maar.

Maar dat je toch voelt van, maar ga

ook niet overladen.

Nee, maar doe dat gewoon over twee weken

weer.

Een keer, check dat weer eens in.

Of twee maanden, maar blijf het onthouden.

In het boek staan veel verhalen waar mensen

zich in kunnen herkennen.

En tips en tricks.

Dit is hoe je ermee om zou kunnen

gaan.

Blijft moeilijk natuurlijk.

Denk je dat het een meer bespreekbaar onderwerp

is geworden?

Nu de laatste jaren, dan bijvoorbeeld tien of

twintig jaar geleden?

Zeker weten.

Net als depressie, wat natuurlijk onder andere door

mijn boek is gekomen.

Dat was toch een redelijk taboe toen ik

er nog mee kwam.

Ik wist dat niet, maar voor mij was

het heel duidelijk.

Als ik het ga schrijven, ga ik het

ook allemaal opschrijven.

Maar ik gaf heel veel lezingen door het

boek.

Dat ken je, als er een boek is,

dan zijn er lezingen.

En er stonden gewoon mensen op in het

land.

Bij zo'n lezing stonden verschillende mensen op.

Dus ook mensen die zeiden, dank je wel

dat je mijn verhaal hebt verteld.

Want ik ben Anthony.

Toen zei ik, oh, wauw.

Ik heb altijd gedacht dat ik alleen maar

mijn verhaal kon delen.

Omdat, ja, dat heb ik nooit gekund.

Maar je kan niet in iemands hoofd hard

kijken.

Het enige wat hij deelt, kan je delen.

En dan nog is het mijn kleur.

Dus daar ben ik altijd heel bewust van

geweest.

En dat heb ik ook zo beschreven.

Het is mijn perceptie, mijn invoelend vermogen daarin

geweest.

Hoe ik dacht dat hij het voelde.

En dat is natuurlijk heel bijzonder.

Maar ook dat ik het zo open heb

beschreven.

Dat mensen naar me toe kwamen en zeiden.

Ik heb het altijd geheim gehouden.

Of ik mocht het van mijn moeder nooit

vertellen.

Dat mijn vader een zelfmoord had gepleegd.

Ik mocht niet.

Zoveel mensen die zeiden, en daar kom ik

nu mee in het rijnen.

Want ik ben zo blij dat jij dit

hebt opgeschreven.

En daardoor ga ik het verwerkingsproces in.

Ik denk dat dat een van de weinige

regels is die klopt.

Praten.

En het kan misschien niet op dat moment.

Want Marlijn heeft het tien jaar niet gekund.

Maar er komt een moment dat je het

niet meer anders kan dan praten.

En het delen.

Want je kunt, daarom heet het ook, je

bent niet.

Die titel kwam vrij snel in me op.

Ik dacht, je bent niet alleen, want je

hoeft het ook niet alleen te doen.

Het is niet de bedoeling.

Toch denken mensen vaak dat ze alleen zijn.

Ja, en ze houden hun mond.

Ze willen niet tot last zijn.

Daarom is het zo belangrijk, waar we het

net over hadden.

Dat de mensen eromheen goed op ze letten.

En precies wat jij zegt is heel goed.

Het lijkt, iemand zegt, nee, nee, het gaat

prima.

En dat jij dan denkt, ik weet het

niet.

Maar ook weer niet te therapeutisch.

Nee, dat is gewoon therapeutisch.

Beetje menselijk, liefdevol.

Gewoon liefdevol, ik zie je.

Ik merk het bij mijn eigen vader.

Mijn moeder is nu iets meer dan een

jaar geleden overleden.

Dus hij is een jaar alleen.

En eigenlijk praat hij er niet over.

Maar de hele kamer staat nog steeds vol.

Met alle boeketten, die zijn inmiddels natuurlijk volledig

uitgedroogd.

Er staan denk ik honderd foto's.

Het is een soort museum van mijn moeder.

Daar staan dan twee...

Hoe oud is je vader?

85 geworden net.

Ja, mag ook hè.

Ik snap het ook, ze zijn 60 jaar

samen geweest.

Hij is een beetje geamputeerd.

Dat had ik al.

Hoe moeilijk is dat?

Ik mis iets wat zo bij mij hoorde.

En ik kan me dan voorstellen bij jouw

vader helemaal...

Maar hij praat er niet over.

Nee, dat is ook die generatie.

Een enkele keer zegt hij wel eens wat

jouw moeder zou of jouw moeder had.

Schrikt je dan bijna?

Ik denk van ja, ik zie al die

foto's.

Dus ik heb ook het gevoel als ik

er ben dat mijn moeder altijd wel naar

me kijkt en dingen tegen mij zegt.

Zeg jij iets tegen hem?

Nou, dan vraag ik van...

Hoe voel je je?

Denk je dan nog aan mama?

En dit weekend, dus voor het eerst na

ruim een jaar, zei hij...

Ze was hier van de week.

Oh.

Ik zeg, hoe dan?

Ja, zei hij.

85 nu hè.

Hij zei, ja, ze kwam ineens met de

rollator, liep ze in de tuin.

In zijn droom.

Hij zegt, maar het was zo echt.

Hij zegt, en het voelt zo goed dat

ik haar gezien heb.

Dat geeft me rust.

Mooi toch?

Maar toen zei hij, niet dat het me

een soort zorgen baarde, maar het was wel

een teken.

En mijn moeder was er ook.

Hij zegt, en mijn moeder was er ook.

En mijn vader heb ik van de week

ook gesproken.

Hij zegt, ja, het voelt alsof de hemel

mij roept.

Oh.

Ja, het was zo.

Weet je, ik had echt een weekend dat

ik dacht van zo.

En dacht je toen even, oh, ik moet

wel goed afscheid nemen.

Daar ik een beetje tussenuit.

Nou, toen schrok ik wel een beetje.

Ja, dat snap ik.

En toen hij dat zei.

En dit weekend ging hij ineens dingen roepen

waar hij nog nooit over heeft gesproken.

Hij is natuurlijk 85.

Ja, over zijn broer die is overleden toen

hij 39 was.

Weet je.

En ineens huilen en wat hij eigenlijk nog

had willen zeggen toen.

Dus ineens komen er heel veel dingen.

En daar heeft hij nooit over gesproken.

En hoe vind jij dat?

Ja, ik kan niet zeggen.

Ik kan me ook voorstellen dat je het

gek vindt.

Ik vind het heel fijn.

Oké, gelukkig.

Want dat ik dit met hem kan bespreken.

En dat ik het met hem mee kan

maken.

Niet een soort trots, maar wel zo van

wauw.

Dat die me dit nog meegeeft.

Dat we dit samen nog kunnen doen.

Ja, bijzonder.

Maar ook daar merk je dus dat mensen

heel vaak dat allemaal bij zich houden.

Waar we het over hadden.

En dan denk je misschien dat iemand wel

oké gaat.

Die willen misschien niet over praten.

Of het is wel oké.

En wat ik zei, het is een generatie.

Terwijl ja, dat moeten we eigenlijk ook niet

zeggen.

We zijn allemaal mensen.

En iedereen doet het op z'n eigen

manier.

Dus dat maakt het helemaal zo moeilijk.

En er zijn zoveel soorten van verlies natuurlijk.

Het is natuurlijk niet alleen dat je iemand

verliest die overlijdt.

Maar ook gewoon het iemand verliezen als vriend

of een relatie.

Of je baan.

Of je baan, ja.

Kan ook voor sommige mensen enorm heftig zijn.

Een huisdier vind ik ook.

Want je zegt over Humberto.

Ja, maar er zijn ook mensen die bijvoorbeeld

hun huisdier echt als hun kind.

Dus dan is dat ook...

Dat is heel logisch.

Het is toch liefde?

Ja, alles.

Dat is natuurlijk.

Absoluut.

Wat is eigenlijk de pijn?

Kan je dat zo zeggen?

Wat is het verlies?

Waarom raakt het ons zo?

Want je zou ook heel rationeel kunnen zeggen,

ja.

Het is wat het is.

Ja, maar het is NN, denk ik.

Dus het is wat het is.

En het verlies is iets wat een surplus

was in je leven.

Nogmaals, met alles erbij.

Want het is niet alleen maar zaligmakend.

Maar in mijn geval dan even.

Dan is het makkelijker, denk ik.

De liefde die ik voelde.

Die kan ik niet meer consumeren, zeg maar.

De liefde die was ook zo groot.

En dat is ook een gemis.

Dat je dat, wat ik zeg, niet meer

mag consumeren.

Niet meer kan delen.

Dat je niet meer verrast wordt door diegene.

Dat je niet meer getriggerd wordt.

Dat je niet meer samen...

Die arm om je heen, de knuffel.

Het is zoveel.

Ik voelde me echt geamputeerd.

Het is een deel van jou wat weg

is.

Het was echt een deel van mij.

En ik rauwde om de vrouw van die

ik niet meer kon zijn.

Want ik moest weer op zoek naar gewoon

die Isa, die zonder.

En die moest ik weer gaan voeden.

En laten zien en laten groeien.

Want als je in een relatie zit, dat

kost ook energie en tijd.

En dat is gewoon een stuk van jou.

En dat andere stuk, dat hobbelt mee.

Maar als je diegene verliest, dan is er

ineens ruimte ook.

Dat je denkt, oh en echt, wie ben

ik nu zonder diegene?

En ik snap als je 85 bent, dat

je daar misschien meer rust meteen in kan

hebben.

Dat weet ik niet.

Maar ik was 44 en dacht toen, nou

heel lang zal ik niet alleen blijven.

Dat is altijd een beetje de running gag

bij ons.

Dat ik elke keer zeg, dat is dus

niet gelukt.

Sorry, ik maak lawaai.

Maar ja, het op zoek naar de nieuwe

vorm weer.

Dat kost ook tijd.

En dat is afscheid nemen van een stuk

wat nooit meer terugkomt.

Dat is ook rauw.

Mensen stellen mij wel vaak de vraag van

hoe nu verder?

Ik weet niet hoe ik verder moet.

Ja, maar dat is angst.

Dat denk ik tenminste.

Het onbekende.

Ja, dat is de angst voor het onbekende.

Had je dat ook?

Ik leefde heel erg in het nu.

Dat was bizar.

Dat heb ik me ook op een gegeven

moment gerealiseerd toen het over was.

Dat ik dacht, dit was eigenlijk heel fijn.

Maar dat kwam omdat ik in een totale

shock was.

En er was een hele groep mensen om

me heen op dat moment.

Een aantal weken die voor je zorgen, die

er zijn, die meedoen aan het gekke nieuwe

leven.

Vrienden, familie.

Maar daardoor kon ik ook een beetje gewoon

echt zijn in het moment.

Terwijl ik denk dat dat voor de mens,

dit mens in ieder geval, is het heel

ingewikkeld om alleen maar te zijn.

Ik ben zo vaak al weer daar.

En soms ook daar.

Dat ik denk, dat was heel leuk.

O, maar ik heb zin om.

Neem echt gewoon hier en nu.

En dat vond ik heel bijzonder aan die

tijd.

Dat ik af en toe echt alleen maar

was.

Maar dat is geen antwoord op die vraag.

Hoe moet iemand verder?

Dat is een vraag die zo vaak gesteld

wordt.

Vertrouwen.

Denk ik ook.

Hulp vragen.

Vraag alsjeblieft om hulp.

Mensen willen zo graag.

En wij doen het niet omdat we dat

niet geleerd hebben.

Omdat we denken, jij hebt het al heel

druk.

We hebben een soort rare manier van, nee

hoor, ik doe het wel alleen.

Hoe moet je verder?

Ja, dat is heel spannend en heel ingewikkeld.

En de tijd zal het leren.

En als je daarin durft te ontspannen.

Voor mij was het echt van minuut tot

minuut.

Van uur tot uur.

En op een gegeven moment dacht ik.

Ik kan inderdaad niet verder dan vandaag denken.

En op een gegeven moment dacht ik.

Hé, ik ben overmorgen aan het nadenken.

Hé, ik kan ineens iets plannen voor volgende

week.

Maar heb ik behoefte aan?

En niet in het begin dacht ik echt.

Volgende week, dat weet ik niet.

Dat kon ik heel duidelijk toen voelen.

Het was heel helder in het begin.

Dat weet ik niet.

Ik leef vandaag, zei ik.

En vandaag moet ik het zien te redden.

Met alles wat ik moet doen.

Met de kinderen, nieuwe school, huis, alles.

Maar het komt.

En als je een beetje vertrouwen hulp vraagt.

En de tijd geeft je ook heel veel.

Maar ik kan me voorstellen dat je heel

snel geneigd bent.

Om niet wat jij deed vooruit te kijken.

Maar dat je alleen maar terug gaat kijken.

Wat in het begin begrijpelijk is.

Ik heb dat ook gehad.

Met mensen die zijn weggevallen.

Al die mooie momenten.

Oh ja, en dat.

Je gaat dieper graven.

Het verdrinkt niet in dat verleden.

Wat voorbij is.

Dat is gevaarlijk.

Het zijn ankers.

Die je tegenhouden om je toekomst in te

gaan.

Dat gaat niet meer.

Ik herken dat inderdaad niet zo.

Daar kan ik niet zo goed aan relateren.

Maar ik vind het wel een goeie tip.

Want ik denk dat je daar gelijk in

hebt.

We hadden het laatst als thema ergens.

Ik weet het niet meer.

Waar was dat nou?

Bij de podcast.

Toen ging het erover dat mensen soms video's

opnemen.

Als ze weten van ik ga overlijden.

Hoeveel video's ga je opnemen?

Je moet mensen ook.

Je gaat zelf dood.

Maar je moet ook je gezin loslaten.

Je kan niet zeggen.

Dan maak ik ook nog een.

Als ze gaan trouwen.

Dan maak ik ook nog een.

Voor de eerste baby.

Op die manier.

Voor de hele toekomst.

Ja, maar stel je voor.

Dat je denkt.

Dan moeten we weer naar die video kijken.

Daar hadden we het toen over.

Weet je wel.

Ook als je dood gaat.

Moet je ook los kunnen laten.

En mensen moeten ook door mogen.

Dus ik denk dat het heel goed is.

Blijft niet te veel in dat verleden.

Koester het.

Heb mooie.

Maak een mooie.

Whatever het is.

Maak een mooi boek.

Straks krijg je misschien een hele rare situatie.

Als AI zich ontwikkelt.

Dat je natuurlijk de mensen die er niet

meer zijn.

Als een soort holograam nog steeds thuis kan

laten zijn.

Oh mijn god.

Dat is interessant.

Zoals ze nu die concerten wel eens hebben.

Met artiesten die er niet meer zijn.

Zou ik dat leuk vinden?

Antony gewoon weer in huis.

Maar ja, het is wel gewoon.

Het lijkt me raar.

Dan heb je geen gedoe.

Ook niet.

Kan je wel iemand opnemen?

Dan kan je opnemen.

Alleen maar leuk.

Dat is fijn.

Het wordt wel een beetje creepy denk ik.

Ja, ik denk dat ik toch wel van

het echte contact ben.

Dat dat het niet is.

Maar maak hem.

Kijk, ik had bijvoorbeeld.

Toen Antony overleed.

Dan was er een première van een voorstelling

van Albert.

En Albert is natuurlijk mijn zwager.

Albert Verlinde.

En die had een gigantische foto laten afdrukken.

Die had hij op het toneel gezet.

Had hij dus een minuut stilte gedaan.

En toen hadden ze die première.

Dat wist ik niet.

Maar ik kreeg later die foto.

Wil je die hebben?

Ik zeg ja hoor.

Dus die hing proberen.

Een joep.

Echt zo.

Maar dan nog iets groter.

En toen zeiden vrienden op een gegeven moment

tegen mij.

Sorry Isa, maar die foto.

Jezus.

Moet die niet eens weg?

En toen zei ik.

Nee hoor.

Ik ging er natuurlijk wel over nadenken.

Als hier nou een man in huis komt.

En die loopt zo elke keer tegen die

foto aan.

Ja, dat moet hij maar tegen kunnen.

Uiteindelijk ging ik verhuizen.

En toen zei ik tegen Marlijn.

Mijn zoon.

Wil jij hem op je kamer?

Dat is geen punt.

Ja, dat wil ik wel.

Dus toen hadden we een goeie plek gevonden.

Ja.

Zou het ook kunnen helpen.

Als iemand die vraag stelt.

Van hoe moet ik verder?

Dat je zegt.

Hoe zou diegene die er niet meer is.

Willen dat jij verder zou gaan?

Ja, dan blijf je toch wel aan diegene

hangen.

Het is ook wel mooi dat je nu

je eigen ding gaat doen.

Want je bent al altijd een onderdeel van.

We hebben het nu de hele tijd over

relatie.

Want we hadden.

Het zijn natuurlijk duizenden vormen van rauw.

Maar ik zou het.

Ja.

Nu is het ook jouw tijd.

Ik voelde het ook echt als.

Oh mijn god.

Nu staan de schijnwerpers op mij.

En ik had me altijd een beetje half

achter Anthony verscholen.

Dat voelde ik altijd wel lekker.

En dat doen misschien wel meer mensen.

Misschien herkennen mensen dat.

Als je dit hoort.

Dat je denkt.

Oh ja.

Dat heb ik ook wel met mijn man.

En ineens denk je.

Spannend.

Ik moet nu ook alle antwoorden geven op

vragen.

Want in een gesprek.

Dan denk je.

Nou, wat zeg jij?

Nou, dat vind ik ook.

Of niet.

Of je bent er lekker tussenuit gesneekt.

Je hoeft het niet meer te zeggen.

En nu is het ineens allemaal voor jou.

Maar dat is ook interessant.

En ook leuk.

Dus ja.

Je kan dat denken.

Dat deed ik in het begin ook.

Zeker met de keuzes voor de kinderen.

Wat zou Anthony hiervan vinden?

Wat zou hij?

En op een gegeven moment dacht ik.

Ja, weet je.

Jammer joh.

Ik ga het nu beslissen.

Want je bent er niet meer.

En nu is het aan mij om het

te doen.

Tijd heelt.

Absoluut.

Maar ik zou willen dat ik dat plaatje

nu had.

Dat is een heel mooi plaatje.

Maar dat geef ik je nog.

En dan kan je dat misschien ergens nog

delen.

Dat gaat over ruimte.

Dat is relatief.

Ja.

Dus dat rauwstuk.

Dat blijft gewoon precies hetzelfde.

Echt prikken ergens bij mij.

En ik kan in dikke tranen uitbarsten over

het verlies van Anthony.

Dat blijft.

En dat overvalt me soms.

En ik heb het sinds, denk ik, anderhalf

jaar pas.

Dat ik accepteer dat het er nu bij

hoort.

En dat het niet meer erg is.

Ik heb elke keer gedacht.

Nou zeg, het is nou tien jaar.

Nou moet ik er wel een beetje klaar

mee zijn.

Nee.

Het is gewoon onderdeel van mijn leven geworden.

En dat is oké.

Net als jouw kinderen.

Twintig en zevenentwintig zijn ze.

Dat schiet hard op.

Tijd gaat snel.

Nou dat was confronterend.

Ja.

Want Marlijn, de oudste, die gaat samenwonen.

Of woont nu net samen.

En ineens kreeg ik zo'n, oh ja,

dacht ik.

Ik was iets jonger zelfs, met Anthony.

Maar ik dacht, oh ja, die fase gaat

hij nu in.

En dat overviel me ineens.

Dus ik kreeg een soort brok in mijn

keel.

Maar ik dacht alleen maar, oh ja, leuk.

Jullie gaan samenwonen.

En s'avonds dacht ik, moest ik echt

een traantje wegpinken toen ze weg waren.

Ja, dit is nu ook iets wat je

niet meer gaat delen.

Het samen, het trouwen, eventueel kinderen.

Ik dacht, dat is zo verdrietig.

Dus dat blijft.

Maar goed, dat wilde jij misschien nog niet

vragen.

Maar ik moest het even aanhoren.

Met jouw kids gaat het goed.

Ja.

Maar heel veel jongeren, laten we zeggen, maatschappijbreed.

Maar vooral jongeren, maak me wel eens zorgen

over, hebben veel mentale problemen.

Zeker.

Dat herken jij ook.

Praat je er weleens over?

Ben je daar mee bezig?

Nou, wij praten daar grappig genoeg best veel

over.

Niet zozeer over...

Kijk, in het begin, moet ik even terug,

zeiden mensen tegen mij, pas je wel op

je kinderen, want het is erfelijk.

Dus ik dacht, jezus jongens, Anthony is een

week dood.

Doe eens even rustig.

Maar bedankt.

Alsof ik niet op mijn kinderen let.

Natuurlijk.

Nu nog meer dan ooit.

En elke keer als mijn kind, een van

de kinderen, iets had wat leek op een,

voor mij een depressieachtige zin, zat ik natuurlijk

zo, dat ik dacht, oh nee, daar gaan

we weer.

Terwijl op een gegeven moment Marlijn tegen mij

zei, ik ben gewoon een puber.

Ik ben af en toe boos ofzo.

Ik heb geen zin ergens in.

Ik dacht, je hebt zo gelijk.

Oh sorry, weet je wel.

Het was heel goed dat je het zei.

Toen kwam natuurlijk dat Marlijn tien jaar lang

eigenlijk niets van zijn vader wilde weten.

En toen ineens een boek ging schrijven over

zijn vader, totaal instorten.

Dus ook mentaal.

Daar schrok ik heel erg van.

Ik heb hem voor zover ik dat kon

geholpen.

En hij heeft hulp gezocht en gekregen.

Fantastisch allemaal.

Maar daarna was het heel interessant.

Toen kwamen ze op een gegeven moment dat

ze een kledinglijn, mijn zoon en dochter, wilden

gaan beginnen.

Maar niet zomaar een kledinglijn.

Nee, daar zat achter mentale gezondheid voor jongeren.

Toen dacht ik, wauw.

Het is zo van nu.

Het is zo goed dat ze daarover praten.

Mee bezig zijn.

Ook daar zijn ze nog wel hun weg

in aan het zoeken.

Want ik merkte dat ze in het begin

heel erg zoiets hadden.

Ja, we doen dat.

Maar wij horen daar niet bij.

En ik dacht alleen maar, jullie zijn dit.

Je kan daar niet uit.

En dat hebben ze nu na een paar

jaar eigenlijk wel door.

Dus langzaamaan.

Ze zijn ook nog jong.

Dus dat is ook zeker vlinder.

Een weg zoeken in het delen van mentale

gezondheid.

Hoe belangrijk het is om te praten.

Maar ik zie het overal.

Ik ben heel blij dat het steeds meer

benoemd wordt.

Want daarnaast zijn er nog steeds heel veel

gevallen.

Waar het gewoon misgaat.

Jongeren die uit het leven stappen.

En dat kan ik bijna niet aan.

Ik vind dat zo afschuwelijk.

Omdat ik altijd denk, als je nog zo

jong bent.

Het klinkt raar misschien als ik dat zeg.

Maar Anthony was 43, 44 was hij.

En dan dacht ik altijd.

Hij heeft al zo'n lang leven geprobeerd.

Weet je wel.

Dat is niet van de een op de

andere dag.

En het is niet een jong iemand.

Als je jong bent is alles overwhelming.

Is het allemaal zo.

Het is voor altijd zo.

En ik vind iemand die wat ouder is.

Daar kan ik niet over oordelen.

Hoe zwaar wel of niet dat is.

Hoe erg ik het ook allemaal vind.

En verdrietig en vreselijk voor de kinderen.

En voor mezelf maar.

En voor diegene.

Maar jonge mensen.

Dan denk ik altijd.

Zet nog even door.

Zoek nou hulp.

Ga in therapie.

En dat is weer heel afschuwelijk in deze

tijd.

Dat de wachtlijsten verschrikkelijk lang zijn.

Dus we hebben eigenlijk twee problemen.

Aan de voorkant zien we best wel een

groei.

In kids.

Die minder happy zijn.

Tot aan depressief.

En aan de andere kant is er gewoon

te weinig hulp.

Op het moment.

En dat gaat dan wel eens fout.

Wij hebben natuurlijk een hele andere jeugd gehad.

Vroeger was alles beter.

Want ik vind heel veel dingen ook voor

hun heel leuk.

Dat de wereld zo veel opener is.

En dat er zoveel mogelijkheden zijn.

Is ook fantastisch.

Maar de stress die daarbij komt.

En het gevoel eraan te moeten voldoen.

Aan dingen waarvan je niet eens weet of

het allemaal waar is.

Dus dat is ook nog lastig.

En straks weer helemaal met dat AI.

Of nu al.

Is dat alleen bij jongeren?

Of zou dat ook voor iedereen zijn?

Ik denk voor iedereen.

Maar wij zijn nog wel een beetje anders

bedraad.

Dat zeg ik altijd.

Dus ik weet wel hoe het was zonder.

Maar ook ik voelde de heftigheid.

Van social media.

Dat ik denk.

Wat een hel.

Wat ben ik verslaafd aan die telefoon.

Ik zit eraan vastgeplakt gewoon.

Ik heb altijd excuses.

Het is mijn wekker.

Het is mijn routeplanner.

Ik doe alles op mijn telefoon.

Dat is natuurlijk bullshit.

Ik zie dat wel anders.

Je telefoon of je bankzaken.

Of je e-mail.

Misschien moet je teksten leren.

Dan is het een functioneel apparaat.

Maar je kan het ook wel.

Zodanig doen dat je denkt.

Ik doe de dingen op mijn laptop.

Telefoon weg.

Maar zij leren het ook.

Dat zie ik wel.

Want ik vond het best beangstigend.

Maar ik zie dan wel bij hun.

Dat zij ook modus vinden.

Ik ben nu een lunchje met vriendinnen.

Wij leggen onze telefoon weg.

Ik ben dus niet bereikbaar.

Schat dat is prima.

Je hoeft helemaal niet altijd bereikbaar te zijn.

Dat is natuurlijk iets wat zij.

Het heeft heel erg te maken met.

Wat vindt de wereld van ons.

En we willen volgen wat de wereld doet.

Andere mensen.

Heb jij er veel last van gehad?

Vroeger toen je begon.

In goede tijden.

Dat mensen allemaal kritiek op jou hadden.

Op jouw rol.

Hadden we toen mobieltjes?

Het was niet echt social media.

Nee maar wat nog is social media.

Was je bang voor.

De meningen van andere mensen.

Je had meer recensies.

Ja.

Dat was het eigenlijk meer.

En natuurlijk.

Maar zeker toen.

Jullie waren natuurlijk wereldberoemd in Nederland.

Iedereen vond daar natuurlijk wat van.

Die vonden het allemaal niks.

En ik kwam ook van de toneelschool.

Aan Maastricht.

Dus ik haalde zelf mijn neusje er ook

wel een klein beetje voor op.

Dus dat zeg ik altijd.

Mijn Maastrichtse neusje haalde.

Dat deed dat.

Maar dat is een hele korte tijd dat

je daar bent.

Nu denk ik ook steeds vaker.

Ja luister.

We moeten ook allemaal gaan werken.

En geld verdienen.

Hoe je er komt.

Dat zijn de keuzes die je maakt.

Alleen ik was wel heel gedreven om echt

actrice te worden.

En niet bekend.

En dat vond ik ingewikkeld.

En dat is een hele andere tijd.

Mensen willen nu bekend worden.

Bekend is niks.

Mijn zoon zei het vroeger ook.

Ik word zakenman.

Maar ik doe niks de hele dag.

Oké interessant.

Ik werk niet hard.

Maar ik word heel rijk.

Oh wat knap.

Maar dat bekend willen worden.

Dat heeft misschien ook wel met social te

maken.

Iedereen wil veel volgers.

Vroeger had je veel sterren.

Maar dat was heel ver weg natuurlijk allemaal.

Want je eigen wereld was veel kleiner.

Dat waren je tantes.

En je vriendinnen waar je je mee vergeleek.

Of de vrouwen uit de buurt.

Die dachten oh dat is een knappe vrouw.

Punt.

Maar niet de hele wereld die binnenkwam.

En niet op televisie.

Vroeger was je natuurlijk bekend.

We praten wel echt als openlopen.

Je was bekend van tv.

En als ik tegenwoordig over straat loop.

Dan zeggen mensen.

Hey hij is van tiktok.

Oh ja wat grappig.

In het begin moest jij van wennen.

Ja ik zit geloof ik wel op tiktok.

Maar dat weet ik niet.

Ik zit volgens mij wel op tiktok.

Alleen ik zeg altijd ze herkennen me van

Instagram.

Maar ze denken dat het tiktok is.

Oh dat kan ook natuurlijk.

Maar het is op de telefoon.

Maar niemand zegt meer van hij is van

tv.

Als je dat zegt.

Dan zeggen ze nee hij niet.

Je bent toch ook nooit meer op tv.

Nee maar van vroeger.

En als ik nu zeg ik was vroeger

op tv.

Dan zie je mensen denken.

Hij wordt nu echt seneel.

Hij denkt dat hij vroeger op tv was.

We hadden het over depressie.

Dat is best wel serieus.

Veel mensen slikken antidepressie.

Echt veel mensen.

Ik ben geen dokter.

Maar ik weet niet of dat nou wel

zo goed is.

Misschien tijdelijk.

Weet je wat je kan doen in zo

'n geval.

Als iemand in je omgeving daar last van

heeft.

Hoe signaleer je zoiets?

Ik vind dat ik geen expert ben.

Want bij Anthony.

Dat is het enige voorbeeld wat ik heb.

Was het iemand die heel uitbundig was.

Dat weet je misschien ook nog wel.

Als je aan Anthony denkt.

Kan je denken aan de harde lach.

En die depressie.

Dat deelde die natuurlijk niet echt.

Maar dat kwam gaandeweg steeds vaker.

Dat ik dacht.

Hij zei dan ik heb te hard gewerkt.

Alles koppelde we aan.

Het had een reden.

Ik ben zo moe want ik heb te

hard gewerkt.

Het was me teveel.

Het was natuurlijk ook bizar wat hij deed.

Het raakte wel iets aan wat heel groot

werd.

Dan ging hij een liedje zingen.

En dan kreeg hij een nummer 1 hit.

Dat kan natuurlijk in deze tijd ook niet

meer.

Want zo goed zong hij ook weer niet.

Laten we wel zijn.

Het waren meer gekke huizen.

Dan stond hij ineens in Ahoy.

Dan zei hij ik wil liever een band.

Dan met een bandje gaan optreden.

Dan had hij ineens een band waar hij

mee ging toeren.

Het was fantastisch allemaal.

Ik was erbij.

Maar hij heeft ook wel veel levens geleefd

in een leven.

En als je dan inderdaad kijkt naar de

jongeren nu.

Ik denk dat ze heel veel meemaken.

Dus dat het allemaal.

Je ziet het ook bij de DJ's.

Hardwell had hetzelfde.

Avicii.

Zelfde verhaal.

Dat liep fout af.

Maar veel jonge DJ's hebben best wel.

Ook wat jij beschrijft.

Alles komt zo snel over je heen.

Leer daar maar eens mee omgaan.

In die korte tijd.

En ik denk dat begeleiding heel belangrijk is.

En in onze tijd was dat er niet

echt.

En ik weet niet of dat dan nu

wel is.

Ik zit daar niet zo in.

Maar dat is dus altijd belangrijk.

Ja.

En ik merkte wel.

En dan moet ik een beetje oppassen wat

ik zeg.

Maar ik merkte wel ook in mijn tijd

met jonge kinderen.

Met kinderen op de middelbare school.

Dat ik wel ook in de buurt waar

ik dan een beetje zat.

Dat zag ik ook wel.

En dat zal op andere plekken misschien ook

zijn.

En het is niet alleen maar zo.

Maar ik zag ook wel veel werkende ouders.

Die weinig contact hadden met hun kinderen.

Dus ik dacht.

Beetje lost.

Beetje lost.

En als je dan met je vrienden.

Je hebt toch gewoon altijd even die draad

nodig.

Ja.

Maar hij heeft ook allemaal dingen uitgespookt.

Hij was echt niet heilig.

Maar elke keer zei ik dan tegen hem.

Wacht even.

Ik moet jou even aankijken.

Jij en ik.

Zijn wij oké?

Ik had gewoon zo'n band met hem.

Dat heb ik afgedwongen.

Laten wij gewoon eerlijk zijn tegen elkaar.

Ik veroordeel je niet.

Ik snap heel veel dingen.

Ook al weet ik misschien niet waarom je

iets doet.

Of snap ik het niet.

Maar ik heb begrip voor je situatie.

Dat het moeilijk is dat je zoekende bent.

Dat je boos bent.

En dat is natuurlijk bij veel jongens.

Er zijn zoekenden.

Laatst hoorde ik ook weer iemand zeggen.

Alles kan maar.

Wij kunnen alles.

Dat is toch niet te doen?

Zo lijkt het.

Er zijn zoveel keuzes.

Dat maakt het ook niet makkelijker.

Dat was bij ons ook niet zo.

En wat ik nu ook wel merk.

Daar moet ik zelfs voor oppassen bij mezelf.

Vroeger, in onze tijd.

Dus jij moet niet zeuren nu.

Ja, dat heb ik ook een tijdje gehad.

Dat ik dacht, jongens, kom op.

In het begin dacht ik echt.

Jezus, ze zijn wel heel soft.

O, nu al overgevoelig.

Kom niet naar dit.

Ik voel me niet lekker.

Je gaat gewoon naar je werk.

En nu zie ik wel.

Ik noem dat elke keer maar.

Het zijn andere bedradingen.

Hoe ben jij daarmee omgegaan dan?

Je moet je toch een beetje aanpassen.

Je moet zelf aanpassen.

Anders word je inderdaad die zure zeikerd.

En dan krijg je ook geen connectie meer.

Dus je moet je wel openstellen.

En luisteren.

Het is een belangrijk woord.

De verbinding met je kinderen houden.

Ook met andere mensen.

Het is een beetje te weinig verbinding in

de wereld.

Je noemde het een wat egoïstische samenleving.

Of dat we heel erg op onszelf zijn.

Is dat zo?

Nou ja, kijk.

Door die schermen.

En door die kan je ook heel erg

thuis zijn.

En in je eentje zijn.

En niet deelnemen aan het leven.

Ik betrap mezelf er wel eens op.

Dat als ik moe ben.

Dan denk ik.

Ik ga lekker naar huis.

Ga een filmpje kijken op de bank.

Terwijl ik zou ook een wandeling kunnen maken.

In mijn geval is een wandeling maken.

Daar word ik blijer van.

Ik maak connectie met mensen.

Want er gebeurt iets.

Of ik zie een zwerver.

En ik haal een broodje.

Ik zeg maar wat.

Het zijn interessante keuzes die je maakt.

En ik denk dat door alle devices die

we hebben.

De apparatuur.

Dat we maar binnen kunnen zitten.

Ik betrap mezelf echt regelmatig op.

Ik ben me aan het opsluiten.

Niet doen.

En dan ben ik 58.

Dat moet je allemaal maar kunnen.

Tegen jezelf zeggen.

Het is beter als ik naar buiten ga.

Denk je niet dat we ons veel te

veel bezighouden met andere mensen.

Bemoeien met andere mensen.

Meningen hebben.

Terwijl we veel meer tijd aan onszelf moeten

besteden.

Door naar binnen te gaan.

Hoe gaat het eigenlijk met mij?

Hoe voel ik me?

Waar denk ik aan?

We sluiten ons af van onszelf.

En gaan ons heel erg bezighouden met de

rest van de wereld.

Wat bedoel je dan met de rest van

de wereld?

Wat er gebeurt.

Andere mensen.

Het nieuws.

Als je bij jezelf blijft.

Ik voel me heel ongelukkig.

Er is een bepaalde leegte.

Waar komt dat door?

Dat is sowieso de basis.

Het is niet voor niks.

Dat stomme vliegtuig ding.

Jij moet jezelf zuurstof geven.

En dan pas kan je een ander.

Dat heb ik altijd gezegd.

Ik ben ooit voor een goed doel.

Toen zei ik.

Dat vind ik heel spannend.

Om een ambassadeur te zijn voor een goed

doel.

Ik heb een vorm gevonden.

Als je denkt.

Ik zit goed in mijn vel.

Ik heb mijn leven op de rit.

Misschien kan je wat voor een ander betekenen.

Daar heb je heel erg gelijk in.

Dat is de basis.

Goed voor jezelf zorgen.

Als jij niet lekker in je vel zit.

Dat zeg ik tegen mijn kinderen.

Jullie zijn alle twee mijn kinderen.

Maar je bent niet zoals ik.

Waar ik behoefte aan heb.

Is iets anders dan waar jullie misschien behoefte

aan hebben.

Dus ik kan tips geven.

Ga mediteren.

Ga sporten.

Maar jij moet gaan ontdekken.

Weer jouw blauwdruk.

Dat is altijd bij mij het woord geweest.

Anthony had een blauwdruk die hij niet kende.

Daar ben ik van overtuigd.

Hij wilde iets anders zijn.

Terwijl als je weet wie je bent.

Dan kun je gaan handelen naar.

Dit heb ik nodig.

Of jammer dan dat de rest van de

klas.

Of de groep.

Of de familie zo is.

Maar ik heb dit nodig.

Dat is een grote vraag.

Wie ben jij?

Wie ben je echt?

Misschien blijft dat ook wel bijgesteld worden.

Tot het eind van je leven.

Wie ben jij?

Buiten de actrice en de moeder.

En de schrijfster en Lisa.

Ik ben ergens een heel klein meisje.

Wat heel enthousiast is.

Over het leven.

Over dingen.

Verbaasd.

De wereld in kijkt.

Maar ik ben ook een heel stil meisje.

Die graag.

Vroeger zat ik bij mijn ouders onder de

tafel.

En dat vond ik heerlijk.

Dan was er familie.

En die zaten om te praten.

En dan hoopte ik dat ze me een

beetje vergaten.

Dus dan was ik erbij.

Want ik kon alles horen.

Maar ik hoefde niks te zeggen.

En dat kan ik ook heel prettig.

Ik merk hoe ouder ik word.

Dat ik steeds meer ruimte nodig heb voor

mezelf.

Dat vind ik lastig.

Wat vind je er lastig aan?

Het gekke was.

Het zijn eigenlijk twee dingen.

Ik dacht.

Dat is een beetje na Anthony.

Was ik ook alleen.

Want dan kon ik verdrietig zijn.

Dat lijkt daarop.

Ik wil dat niet.

Ik ben juist blij.

En daarna dacht ik weer.

Ik blijf maar schakelen daarin.

Dat is helemaal niet erg.

Want het is ook wel goed om af

en toe even verdrietig te zijn.

Want dat kan je niet zo goed.

Want je bent zo snel vrolijk.

En je bent zo makkelijk weer ergens overheen.

Terwijl.

Net als de rouw wat ik zei.

Af en toe moet ik gewoon even zitten.

En enorm verdrietig zijn.

Of omdat ik te hard gewerkt heb.

Omdat ik niet zo goed voor mezelf gezorgd

heb.

En dan weer even nadenken.

Wat heb ik nou nodig?

Wat wil ik nou echt?

Dat is ook niet zo makkelijk.

Ik zeg ook niet dat iedereen dit maar

moet weten.

En moet kunnen.

Maar ik denk wel dat het voor mij

is.

In ieder geval de manier om te overleven.

En altijd wat ik tegen mijn kinderen zeg.

Want ik heb natuurlijk heel lang gezegd.

Moet je niet dit doen?

Moet je niet dat doen?

En op een gegeven moment dacht ik.

Wat is dat voor iets raars?

Ik ben jou niet.

Het zijn wel goede vragen die je stelt.

En daar moet je tijd voor nemen.

En wat je net ook zegt.

Je hoeft het niet allemaal te weten.

Maar je moet er wel de tijd voor

nemen.

Om er over na te denken.

Leef je nu gezond voor jouw gevoel?

Behalve het harde werken.

Want dat is natuurlijk niet goed.

En daardoor maak je ook stress aan.

Hoewel het gekke was.

Dat halve jaar vond ik fantastisch dat ik

zo hard werkte.

Ik dacht echt nou.

Als ik stress heb krijg ik krampen hier.

Op een gegeven moment gaat het licht uit.

Dan moet ik gewoon in mijn bed liggen.

Het voel je in je lichaam.

En dat lichaam geeft het gewoon aan.

Maar dat half jaar had ik dat allemaal

niet.

Dus ik dacht elke dag.

Het gaat gewoon goed.

En toch kreeg ik daarna de klap dat

ik rust moest nemen.

Maar verder gezond.

Ja afkloppen.

Want je weet het allemaal nooit.

Maar ik probeer mezelf goede dingen te geven.

Goed eten.

Af en toe lekker niet natuurlijk.

Dat is ook goed.

Ook dat is balans.

Dat is belangrijk.

Het is een jaar of 2,5 geleden.

Dat ik op Instagram keek.

En toen zag ik foto's van jou.

En toen dacht ik.

Dit kan niet echt zijn.

Oh dat gekke dag 1.

Isa, Hoes, jij.

Bedoel je dat?

Ja.

En dat was voor mij.

Toen ik dat zag dacht ik.

Als jij dat kan.

Dan moet ik dat ook kunnen.

Echt?

Ja en toen ben ik het ook genoemd.

Oh wat grappig.

Dat wist ik helemaal niet.

Toen dacht ik van wauw.

Die foto's vond ik echt bizar goed.

Hoe kan je in 12 weken.

6.

Heb je het echt in 6 weken gedaan?

Ik had er wel 12 weken voor nodig.

Ja het is niet om op te scheppen.

Maar ik heb het 6 weken gedaan.

Maar die foto is dan 1,5 week

later.

Dus dan doe ik het nog steeds.

Kijk na die borstkanker was ik de hele

tijd heel moe.

Ik wilde een soort iets hebben.

Waarvan ik dacht.

Hoe kan ik me weer goed voelen hormonaal.

Ik mag niks meer slikken.

Want ik had een hormonale borstkanker.

Dus daar baalde ik enorm van.

Want die hormonen hielpen heel erg tegen de

overgang.

Daar was ik zo blij mee.

En borstkanker en toen werd ik ook nog

gestraft.

Dat ik die hormonen niet meer mocht nemen.

Dus toen zakte ik weer in.

Best wel een beetje ongelukkig zijn.

Vermoeidheid allerlei dingen.

Die bij de overgang horen.

Dus toen dacht ik.

Als ik nou dat sporten.

Daar heb ik toch altijd wel een dingetje

mee.

Ik zag het gewoon bij Helene van.

Zo ging het bij mij.

Ik zei.

Is dit echt?

Ze zei.

Ja zeker.

Het is geweldig.

Toen dacht ik.

Ik moet die drive hebben.

Om te kijken of ik me dan beter

voel.

Dat was helaas niet zo.

Ze zei.

Je gaat echt die vermoeidheid gaan minder zijn.

Dat is niet waar.

Dat vonden zij moeilijk te geloven.

Dit is het resultaat.

Ik ben heel blij met het lichaam.

Maar je bent iedere dag gaan sporten.

En je voeding aanpassen.

Dat heb ik een tijdje even volgehouden.

Maar eerlijk is eerlijk.

Dat is niet vol te houden.

Want je kan niet elke dag sporten.

En je kan ook niet elke dag.

Zo streng doen qua dieet.

Vond je het streng?

Ik vond het heel relaxed.

Want ik hoefde nergens over na te denken.

Ik maakte gewoon dat eten.

Want jij maakte video's.

Die Babette en Patrick dan lieten zien.

Dat ik zei.

Dat was mijn motivatie.

Ik maakte video's elke week.

Om jullie te inspireren.

De eerste week is het heel zwaar.

En dan ga je niet geloven dat het

makkelijk wordt.

Dat kan maar beter eerlijk zijn.

Maar na drie weken.

Ik vond het prima.

Het is gewoon heel prima.

Er zaten wat haakjes en ogen aan.

Waarvan ik zelf.

Ik ben niet zo van de zoetstoffen.

Ik hou eigenlijk heel erg van puur.

Dus toen ik.

Ik heb ze bedankt.

Ik vond het allemaal super.

Ik ga mijn eigen ding doen.

Dat verwaarloos je natuurlijk.

Want we zijn maar gewoon mensen.

En ik ben ook van de feestjes.

En lekker eten en een wijntje.

En af en toe een uitbarsting.

En als je niet uitkijkt.

De afgelopen half jaar.

Kon ik gewoon niet sporten.

Althans daar maakte ik geen ruimte meer voor.

Want ik wist niet hoe.

Wat gebeurde dan?

Want daarvoor had ik dus heel consequent weer

getraind.

Weer met een andere personal trainer.

Jasper van Mensheld.

Want ik dacht.

Mijn zoon heeft op de Mensheld gestaan.

En dat vond ik in die zin.

Iets makkelijker gek genoeg.

Dat was vrij basic ook eten.

En dat gebruik ik eigenlijk nog steeds.

Dus dat hou ik wel vol.

Met af en toe gewoon mijn eigen dingen.

Want je sport nog wel een paar keer

per week.

En ik ben dus nu weer begonnen met

sporten.

Maar het is altijd een aanleiding voor mij.

Dat het moet.

Er moet een reden zijn om het te

doen.

Terwijl als ik het doe denk ik.

Het is eigenlijk te gek.

Ik vind het eigenlijk best wel verslavend.

Lekker ook dat sporten.

En dat zie ik ook aan mijn kinderen.

Ik heb dat niet.

Maar ik heb het eigenlijk wel.

Nu ik weer drie weken sport.

Ik ben nu zelfs vier keer in de

week aan het sporten.

Omdat ik een week naar Curaçao ga.

En ik train maar drie keer in de

week.

Dus die drie die ik er niet ben.

Moet ik inhalen van hun.

Ik lach me rot dat ik dat doe.

Maar ik doe dit eigenlijk voor de knie.

Omdat ik met een fysiotherapeut.

Een programma heb voor drie maanden.

En ik dacht.

Dat ga ik nooit alleen redden.

Je gaat naar Curaçao.

Promotie voor de film.

En dan lig je in je bikini.

Niet meer zo strak hoor.

Maar strak genoeg.

Ik ben 58.

Ook dat heb ik bijgesteld.

Wat ga je dit jaar doen.

Om iets meer rust te creëren.

In het leven voor jezelf.

Ik ben heel goed aan het nadenken.

Waar ik behoefte aan heb.

Dat vond ik in het begin moeilijk.

Dat zijn ook meer momenten voor mezelf.

Ik ben ook een pleaser.

Dus als een vriend of vriendin iets vraagt.

En ik vind het ook leuk.

Maar ik moet even heel goed kijken.

Past het nu in mijn schema.

Of moet ik nu een keer nee zeggen.

En de volgende keer weer ja.

Nee zeggen vind ik heel ingewikkeld.

Waarom is dat zo moeilijk?

Omdat het andere zo ontzettend leuk is.

Waar ik ja dan tegen zeg.

Het is nooit dat ik iets doe.

Dat ik denk.

Dat had ik niet hoeven doen.

Dat was stom.

Je weet dat je vast loopt.

Je kan niet tegen alles ja zeggen.

Dus soms moet je heel rationeel nee zeggen.

En daarvoor heb ik ook een agenten.

En de agenten was even een wisseling.

Omdat mijn agenten er even uit lag.

Dus mijn nieuwe agenten wist dat niet zo

goed.

Daardoor heb ik denk ik teveel gedaan.

En nu heb ik haar ook heel goed

geïnstrueerd.

Je moet mij echt helpen.

Is het ook een soort schuldgevoel.

Als ik nee zeg.

Dat voelt ongemakkelijk.

Nee.

Het is ook een blijdschap dat ik er

weer ben.

En na het borstkanker heb ik besloten.

Doe ik het liefst te acteren.

En toen ben ik eigenlijk weer.

Ik had er jaren daarvoor heel weinig gedaan.

Omdat ik heel erg met die overgang bezig

was.

Boeken schrijven.

Theatertour.

Toen ik die borstkanker kreeg dacht ik.

Wat wil ik in mijn leven.

Stel ik zou doodgaan hier aan.

Shit ik heb te weinig gespeeld.

Ik heb mijn leukste rollen nog niet gehad.

Dus dat.

En als je dat dan allemaal op je

pad krijgt.

Dan ben je natuurlijk geneigd.

Leuk leuk leuk.

En daarin moet ik niet bang zijn.

Dat het ophoudt.

Al die angsten.

Ik ben 58.

Hoe lang krijg ik het nog.

Daar moet je allemaal mee dealen.

Dat je een beetje vertrouwt op het leven.

Heb je nog een verlanglijstje?

Qua werk?

Qua wat je nog wilt doen.

Een verlanglijstje zou ik het enige vinden.

Om nog een keer een man tegen het

lijf te lopen.

Die klikt dat het klopt.

Geen gedoe.

Maar dat het klopt.

Heel leuke rollen blijven spelen.

Reizen.

Daar hou ik heel erg van.

Met mijn kinderen veel zijn.

Want ik vind ze geweldig.

Ik ben echt zo'n vreselijke moeder.

Die het heerlijk vindt om met de kinderen

te zijn.

Het gaat allemaal in de goede kant op.

Ik doe eigenlijk al heel erg wat ik

leuk vind.

Doe je goed.

Dankjewel.

Ise Hoos, dankjewel.

Geniet van het leven.

Dankjewel.