Oral History Universiteit Twente

In deze aflevering duiken we in de beginjaren van de Technische Hogeschool Twente (THT), nu Universiteit Twente. Aan de hand van interviews met Tjibbe Knol en Roelf Venhuizen bespreken we de campusfilosofie: wat betekende het om op een campus te studeren in de jaren ’60 en ’70? Hoe zag het studentenleven eruit? Hoe was het contact met docenten en mede­studenten, en hoe werd het onderwijs ervaren?

We horen onder andere over:
  • De idealen achter de campusgedachte
  • Het gevoel van gemeenschap tussen studenten
  • De verhouding tussen studenten en staf
  • College volgen met een kleine groep
  • En hoe die unieke sfeer van toen zich verhoudt tot nu
Deze aflevering bevat ook fragmenten uit het video-interview met Henny Kramers-Pals, oud-wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de UT, die met scherpe observaties terugkijkt op het onderwijs en het leven op de campus.

Luister de volledige gesprekken hier:
Tjibbe Knol
Roelf Venhuizen

Video Interview GEWIS met Henny Kramers-Pals

Wat is Oral History Universiteit Twente?

Podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente

In deze podcastserie duiken we in de vroege geschiedenis van de Universiteit Twente, toen nog bekend als de Technische Hogeschool Twente. Je hoort persoonlijke verhalen van alumni en oud-medewerkers, rechtstreeks afkomstig uit ons Oral History-project. De interviews, afgenomen door voormalige UT-medewerkers, leveren waardevolle en vaak nieuwe inzichten op in het studentenleven op de campus in de beginjaren. Ga mee terug in de tijd en ontdek de wortels van onze universiteit.

In februari 2024 werd de eerste fase van het Oral History Project succesvol afgerond. Sinds medio 2023 zijn 21 alumni geïnterviewd die tussen 1964 en 1973 aan de Technische Hogeschool Twente studeerden. De interviews zijn gehouden door Marjan Beijering (externe projectleider), in samenwerking met een enthousiaste groep vrijwilligers – allen oud-medewerkers van de UT en lid van GEWIS – en Martin Bosker van het Videoteam. Het project staat onder supervisie van Wiljan Puttenstein, afdelingshoofd LISA-ADM.

Caitlin Bakker en Lisanne Blommers, studenten Communicatiewetenschap aan de faculteit BMS, maken op basis van deze interviews een serie podcasts.

In juni 2024 is fase twee van het project van start gegaan. Hierin worden oud-studenten geïnterviewd die in de periode 1974–1986 aan de UT studeerden.

Meer informatie over het academisch erfgoed van de Universiteit Twente is te vinden op deze pagina:

https://www.utwente.nl/oralhistory

Als een oase van rust bleef het landgoed Drienerlo ongerept de noordkant van de weg Enschede-Hengelo beheersen.

Welkom bij de podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente.

Toen nog bekend als de TH of THT.

In deze serie hoor je verhalen van oud-studenten en medewerkers rechtstreeks uit ons oral history project.

Ga mee terug naar de beginjaren van de campus en ontdek de wortels van onze universiteit.

In deze aflevering bespreken we de interviews van Tjibbe Knol en Roel Venhuizen.

We gaan het hebben over de campusfilosofie, aansluiting met andere studenten, het contact met de docenten en het onderwijs in hun tijd.

Ik ben Lisanne en in deze aflevering is Hennie Kramers-Pals te gast.

Zij werkte als eerste vrouwelijke docent op wat toen nog de Technische Hogeschool Twente heette.

Van 1963 tot en met 2002 en heeft zelfs nog tot 2020 gastcolleges gegeven.

Je hebt recentelijk deze twee heren geïnterviewd.

Welkom Hennie. Hoe gaat het met je?

Dank je. Goed.

Ja, het is intussen...

Je zei 63, 64 dat ik begonnen ben.

Sorry.

Het is intussen 60 jaar geleden.

Ja.

1 september geweest.

Dus ik ben 60 jaar geleden hier echt begonnen.

Je hebt een klein juwileum gehad.

Ja, dat heb ik niet gevierd.

Want ik heb mezelf geloofd.

Ja, gedacht.

1 september 1964 begon ik hier dus als, dat heette toen, wetenschappelijk medewerker.

Een staflid.

Ik zal heel even eerst de geïnterviewde introduceren van deze aflevering.

Zoals ik net zei, u heeft vorig jaar Tjibbe Knol en Roel Venhuizen geïnterviewd.

Zij zijn beide oud-studenten van echt de eerste generatie zal.

Ja, Tjibbe is van 1964 en Roel van 1966.

Chibbe komt zelf uit deze regio, namelijk Overdinkel, waar hij in een middenstandsgezin opgroeide.

Al sinds de tweede klas van de lagere school ging hij naar Enschede.

En ook een middelbare school heeft hij in Enschede doorgebracht.

Hij haalde hier goede cijfers voor wiskunde, natuurkunde, biologie en scheikunde.

Een echte bad amandus.

De keuze voor een technische studie was dan ook zo snel gemaakt.

Chibbe had zich al vroeg ingeschreven en was ook fysiek al vroeg op de campus aanwezig om een kamer te krijgen.

En zo was hij een van de allereerste studenten die bij deze gloednieuwe THT binnenkwam.

Rolf is een geboren Hagenees en de jongste van drie kinderen.

Hij heeft een lagere school en middelbare school dan ook in Den Haag doorgebracht.

En ook een tijdje in Engeland gewoond.

Zijn vader kwam uit Groningen en zijn moeder uit Rotterdam.

Rolf was naar eigen zeggen redelijk geïnteresseerd in natuurkunde en scheikunde.

En had een zeer boeiende docent voor wiskunde.

Zijn broer studeerde in Delft, zijn zus in Groningen.

Dus dacht Rolf, dan ga ik maar naar Twente.

Lekker ver van huis en kleinschalig.

En hij kwam in 1966 als derde lichting aan op de THT.

Henny, waarom heb je juist voor deze twee alumni gekozen om te interviewen?

Ja, ik ben eigenlijk met Jibbe begonnen.

Omdat ik die ook nog regelmatig tegenkom.

Want hij woont hier weer in Twente.

En ik vond het altijd wel ook heel interessant wat hij allemaal deed op de universiteit.

Maar ook dat hij best lang over zijn studie heeft gedaan.

Dat wist ik ook.

overal mee bezig was geweest.

Uiteindelijk toch wel een hele interessante

carrière ook had gehad. Daar heb ik later ook iets van

gehoord. En hij zat

ook eigenlijk heel actief

in alle revolutiebewegingen

en bezettingen en zo.

Dus ja, ik dacht, ik wil

toch wel zijn eigen verhalen eens horen, hoe dat

in elkaar zit.

En Rolf, die heb ik toegekozen,

omdat Chibbe dus tamelijk negatief was

over een aantal dingen die op de campus

georganiseerd werden. En Rolf,

dacht ik, dat is het tegenovergestelde, wil ik zijn

verhalen ook wel eens horen, bijvoorbeeld over de campusraad.

Ja, precies.

Dingen zoals die opstanden en de campusraad,

daar gaan we nog een hele andere aflevering over maken.

Dus dat komt dan

nog terug, denk ik.

Je zegt, Tjibbe heeft een heel interessante

carrière gehad. Wat is dan juist

het interessantste van zijn carrière?

Nou, hij is dus

via

de werktuigbouw, waar hij zich

niet lekker voelde, wiskunde,

is hij in het begin de informatica

terechtgekomen. Het was toch pas begonnen.

En dat sprak hem ontzettend aan.

En daar heeft hij dus ook carrière in gemaakt.

Dan op rijksoverheidniveau.

En helemaal aan het eind

zeg je ook, ik heb dan in de beginperiode

toch wel heel goed geleerd om afstand

te nemen en problemen oplossen. Dus grote

lijnen aangeven.

Eerst zoeken

naar grote lijnen en dan pas

dat probleem gaan oplossen.

Ja, precies.

Dus hij heeft op overheidsniveau echt veel aansturend

werk gedaan op grote informatica projecten.

Dus heel anders voor het carrière dan Rolf overigens.

Maar ik kom nog op terug.

Ik zoom in deze aflevering wat meer inderdaad op het leven op de campus.

En ik wil dus inderdaad, je neemt bijna de woorden uit mijn mond.

Want ik wilde een beetje beginnen met wat mij het meeste opviel.

En dat is dat Rolf en Chip inderdaad heel verschillend zijn.

En dat ze ook het campusleven heel verschillend hebben ervaren.

Want Rolf voelde zich sociaal betrokken.

Heeft lekker veel met zijn huis geroeid en gedaan.

En Chibbi vond het juist wel heel lastig om zich bij een groep te voegen.

Hij heeft al veel gedaan, maar vond dat wel moeilijk.

Laten we even beginnen, want dat heeft dan ook te maken met de campusidealen,

waar ze zich wel of niet bij konden vinden.

Wat hield die campusfilosofie nou eigenlijk in?

Nou, dat is dus heel kort samengevat integratie van onderwijs, studie en studentenleven.

Dat was meteen het idee van toen ze bedacht hadden,

we gaan naar Enschede in plaats van naar Deventer,

Want het was ook een optie.

We hebben die campus.

Ze hebben duidelijk ook wel gekeken naar voorbeelden in het buitenland.

Dat die eerste rector ook van de morele herbewapening was.

En daar zitten ook ideeën in van, moet je maar eens opzoeken op internet.

Van dat je een elite moet hebben die gevormd moet worden door onderling contact en zo.

Overigens dat die ideeën van de rector werden niet door iedereen gedeeld.

Maar dat zit er wel een klein beetje achter.

Dus er zit ook een beetje een visie achter van hoe vorm je de toekomstige elite.

Als ik lees over de geschiedenis, dan lees ik juist dat Twente een campus was waar het niet zo elitair moest zijn.

Want andere universiteiten...

Nee, het is ook niet echt elitair.

Want andere universiteiten hadden een core, daar was je bijzonder.

Daar was je lid van.

Maar het idee was dat iedereen die deelnam aan die gemeenschap,

die hoorde dan later ook tot de groep die leiding moest geven aan het land.

dus niet de elite in de zin van

er is een groepje boven wat het geld verdient

maar het is eerder een idee van

wat houdt die opleiding in

dat je samen optrekt

dat je elkaar kent

dat had je in die tijd

dat had je in de korrel eigenlijk ook

en nu ook weer bij die corporale verenigingen

dat je dus

een eenheid

wordt dat je dan bereid bent

zelfs daar een soort

introductie voor of groentijd

voor het ondergaan. Nou, dat wilde ze dus van het begin

niet hebben. Het moest gewoon sociaal

zijn en open. En ja, Chippen

zegt er in dat interview best veel over, want

die herkende zich er wel in. Die heeft het ook

meegedragen.

Oké, dus ja, nou ja, elite

was dan niet hetzelfde.

Nee, er komt er mensen die dan leiding

moesten geven aan andere mensen.

Het woord elite had ik misschien niet moeten gebruiken.

Maar ik zou zeggen,

het moerele herbewaar opzoek op internet

wat die beweging inhoudt. Ja, ik weet er inderdaad

eigenlijk niet zo veel van op dit moment.

wat ik net ook al zei

het lukte

Chibben niet zo goed om zich echt bij die groep

te voegen

het was meer zijn karakter dat hij dus niet

groepsmens was dat hij echt toch veel dingen

graag alleen wil doen

hij had mee kunnen gaan met die

flat van Wensveen

maar hij

zocht echt duidelijk naar zijn eigen

identiteit

ik heb later gehoord

op die reunie in

bij de laatste

diersviering.

Hij zei zelf, hij komt van een

middelstandsgezien in Overdwinkel.

Chibbe Knol

in Overdwinkel, dat is een begrip, dat is degene die

Overdwinkel heeft

opgericht. Zijn vader had een

supergrote supermarkt.

En iemand zei in de zaal

dat hij

altijd had begrepen dat Chibbe per se

geen supermarktchef wou worden.

En daarom alle mogelijkheden aangegeven om langer over zijn studie te doen.

Dus hij valt zichzelf zoeken naar geschikte studie en naar mogelijkheden.

En zich ook behoorlijk verdiepen.

Ook mededankt zijn die colleges van wijsbegeerde maatschappij en wetenschappen.

In een maatschappelijke context.

En daar is het draai in vinden.

Maar ook wel een beetje zich afzetten tegen zijn familie.

Die overigens dan wel zijn studie betaalde.

En hij was ook afgekeurd voor militaire dienst.

Dat speelde in die tijd eigenlijk ook wel behoorlijk.

Dat heb ik later pas gemerkt.

Dan moest je ook naar vragen in die interviews.

Want voor al die mannen, het zijn voornamelijk mannen.

En was het een punt, maar hij hoefde niet.

Omdat zijn gezondheid niet echt goed was.

Ja, je hoort het inderdaad in andere interviews ook terugkomen.

Dat dat echt wel een grote rol speelde voor die mannen.

Aan de andere kant heb je dus studenten zoals Rolf.

Die naar eigen zeggen, eigenlijk allemaal wel prima vonden het campusleven.

Dus die integratie van studie- en studentenleven.

hij zegt hierover het volgende, we luisteren even naar een quote

het is gewoon ook zo

gedaan eigenlijk

voor mij paste het

prima

het was gewoon super efficiënt

we konden natuurlijk nog

trainen voor college

deden we nog

liepen we hard door de bossen heen

en wat dan ook

en dan douchen en dan zat je om half negen in de banken

en het feit dat je

natuurlijk daar

maaltijden

Werden geserveerd in de Mensa en wat dan ook.

Daar hebben we ook dankbaar gebruik van gemaakt.

Dat was natuurlijk allemaal super.

Dus je was gewoon, je kon veel doen op een dag.

Doordat alles relatief dicht bij elkaar zat.

En wat mij betreft was dat uitstekend.

En de faciliteiten waren natuurlijk prima.

En het was gewoon een hele leuke gemeenschap.

Die overzichtelijk was.

En je zag veel mensen en je kon gewoon een heleboel dingen efficiënt doen.

Het klinkt alsof Roelph best wel een heel ambitieus student is.

Zoiets zeiden we net ook al.

Studenten deden veel naast hun studie.

Chip en trouwens ook, wat we net zeiden.

Ze deden veel aan sport, allerlei commissies.

Nou ja, best wel gewoon veel.

Trok die campus filosofie nou ook echt andere studenten aan dan?

Dan op andere universiteiten?

voor een deel wel

ik geloof dat iemand als Roel

er ook echt was op afgekomen

want die had natuurlijk ook in Engeland ook een campus ervaring

en die vond het idee ook gewoon leuk

en ja er waren best veel studenten

uit het westen van de land die hierop afkwamen

maar er waren ook argumenten zoals Roel

dat zijn broer en zus ergens anders studeren

en dat je dan graag ver van huis wilde

ja precies

en ja

een vriendin van mijn dochter was hier pas

met mijn kleine dochter

en die gaat hier nu toegepaste wiskunde studeren.

En dan is ook het argument nog steeds van...

ja, hier is de huisvesting redelijk makkelijk en betrekkelijk goedkoop.

Het is toch wel heel erg leuk om op zo'n prachtig terrein te zitten.

Dat blijven we houden.

Ja, het is nu natuurlijk ook gewoon veel minder druk in het oosten dan in het westen.

Ik kom zelf uit het westen, dat merk ik ook wel inderdaad.

Dus ja, dat sowieso dat goedkoper is en dat er meer huizen zijn.

Dat is nu nog steeds wel een ding.

Dat actieve studentenleven nam natuurlijk ook best wel veel tijd in beslag uiteindelijk.

En dat was zo erg soms dat studenten ook wel in problemen kwamen met tijd besteden aan hun studie.

Want ik hoorde bijvoorbeeld, nou ja, Rolf heeft langer over studie gedaan volgens mij dan nominaal.

Ja, hij heeft het pakkelijker nominaal gemaakt.

Oh, dat wel.

Maar daarna heeft hij wat meer tijd genomen.

Maar dat was ook omdat zijn vriendin was bibliothekeresse bij Gymnische Technologie.

Hij is hier ook getrouwd.

Hij moest ook even uitzoeken wat moest met de militaire diensten.

Daar heeft hij ook een mooie oplossing voor gevonden.

Maar hij heeft gewoon na zijn baccalaureaat iets meer tijd genomen.

En wat we net ook al even in de introductie zeiden.

Chibbe heeft echt best wel lang over zijn studie gedaan.

Want hij is in 1964 begonnen.

Heeft hij tot 1974 werktuigbouwkunde gedaan.

Ik heb die data niet precies.

En daarna had hij volgens mij nog wiskunde gedaan.

Nee, ik dacht dat hij in 1970 zijn bakkenlojaard berk toch wel had.

Toen heeft hij wiskunde gedaan.

En daar heeft hij ook vrij lang over gedaan.

Maar dat is bij elkaar inderdaad.

Twaalf jaar was het gewoon.

Ja, precies. Dus hij heeft daar best wel lang over gedaan.

Hij heeft wel allemaal baantjes gehad.

Ja, en dat actieve studentenleven inderdaad.

Maar hoe normaal was het nou dat studenten zo lang over hun studie deden?

Ik heb zelf in Leiden zeven jaar over mijn studie gedaan.

En na vijf jaar hoef je geen collegegeld mis te betalen.

Ja, dat vond ik ook zoiets raars.

Ik was de vierde van mijn jaar die afstudeerde.

Ja.

Dus het was heel normaal.

Die tijd waren er nog geen echte studiebeurzen.

Dus ik had een Friese studiebeurzen.

Omdat mijn grootouders Fries waren.

Daar kon ik best wel rondkomen.

En na mijn kandidaatsteden dat in Leiden.

Ben ik studentassistent geworden.

En dat verdiende net aardig.

En toen kwamen we helemaal tegen het en kwamen echt studiebeurzen.

Ik wil nu even door naar een ander onderdeel van de campusfilosofie.

En die hadden we net ook al even benoemd.

Maar dat is de woonplicht.

Tjibbe en Rolf hebben allebei ook op de campus gewoond.

Wat ik nu met de ogen van u bijna raar vind.

Want met de huizencrisis die we nu hebben.

En dat je dus verplicht mensen op de campus laat wonen.

Dat is iets wat wij nu waarschijnlijk niet kunnen voorstellen.

Je woonde zelf ook op de campus.

En je zei net al.

De torenflat.

Dat is nu helemaal bij de sportvelden.

Die hoge flat volgens mij.

Dat was voor ongehuwd stafleden.

In persoetshuishoudens.

En je zei de hunkerbunker.

Nee, dat hebben ze later zo genoemd.

Ik vind dat erg komisch.

Want sommigen denken dat de mannen hunkeren.

De anderen denken dat de vrouwen hunkeren.

Er was zelfs één interview heb ik gehoord.

Die zei er zaten drie vrouwelijke hoogleraren te hunkeren.

De eerste vrouwelijke hoogleraar is pas in 1990 gekomen.

Maar waar komt het dan vandaan?

Ja, verpleegselsflat heette ook vaak Hunker Bunker.

Het is een flat waar vrijgezellen wonen.

Maar in de praktijk wonen daar ook een aantal echtparen.

Die met professor Vluchten waren meegekomen.

Die kwamen uit Delft.

En die waren aan het afstuderen.

Hebben ook de introductie verzorgd.

Dus er wonen ook een aantal mensen die nog net niet getrouwd waren.

Maar waar de partner vaak daar wel woonde.

Dus het was een mix van vrijgezellen.

Soms ook overtuigd.

Vrijgezellen was ik in het begin ook.

Overtuigd zijn je zo?

Ik had niet het idee dat mijn perspectief was om te trouwen.

Uiteindelijk was ik mijn 35ste getrouwd.

Dat was voor die tijd vrij laat dan, denk ik.

Ja.

Nee, maar in die tijd was het vaak zo dat als je als vrouw een carrière had, dan was je niet getrouwd.

Het was of een gezin of een carrière.

Of te zeggen, je was niet getrouwd en dan zocht je een carrière, bij wijze van spreken.

Of je trouwde niet omdat je carrière had.

We hadden volgens mij net ook al een beetje erover.

Maar hoe die woonplicht dan te maken had met de campusfilosofie.

Waarom was er nou een woonplicht eigenlijk?

Nou, dat was het idee dat het zo'n mooi ideaal was dat mensen kregen.

Dat ze dat ook allemaal moesten meedoen.

En met name de mensen uit de buurt zoals toevallig Tibbe.

Dat dachten ze van ja, je moet ook die mensen hebben die aan de overkant wonen.

Die moesten daar ook wonen.

Want die moeten natuurlijk ook genieten van die mooie sfeer.

Samen wonen en samen dingen doen.

En als je bij je ouders woont, heb je dat minder.

Ik denk dat dat er toch een beetje uit zat.

Dus toch gewoon die volledige ervaring mee krijgen.

Maar ik vertelde net al over mijn vriendin studentenpsycholoog Wilfijn.

Die was toch van het begin tegen.

En die heeft ook redelijk goed voor elkaar gekregen.

In 1970, 1971.

Dat het ook officieel werd afgeschaft.

De hele woonplicht.

De hele woonplicht.

Want er waren natuurlijk ook mensen die bijvoorbeeld al een vriendin hadden of getrouwd waren.

Er waren toch best veel uitzonderdersgevallen.

Of mensen zoals misschien Chimben die zich misschien gelukkig gevoeld hadden.

Om niet in zo'n groep te moeten wonen.

Maar dan gaat ook een deel van de campus filosofie verloren.

Precies, maar die is ook geleidelijk aan weggehebt.

Ja, dat is wel zo.

Maar zelfs die verplichte maaltijden.

Je moest 200 maaltijden afdelen in Bonnen.

Dat was aan het begin alleen toch?

Dat is ook echt een aantal jaren geweest.

Vier of vijf jaar denk ik.

De Mensabon inderdaad.

We hadden overigens fantastisch kok.

Het was scheepskok geweest.

De hoofd.

Maar ook zijn assistent was heel erg goed.

Dus het was echt genoeg om daar te eten altijd.

Caitlin gaat in een andere aflevering.

Hier nog wat verder in door.

Op de Mensa zelf.

Maar inderdaad verplicht.

De Mensabon afnemen.

En daar dan ook voor moeten betalen natuurlijk.

Ja, maar de prijs was heel laag.

We hadden het over de woonplicht.

En voor Tibbe was de woonplicht op zich wel een goede reden om naar de Thea te komen.

Het feit dat er een woning was.

En hij wilde ook wel uit huis.

Hij heeft daar ook nog iets over gezegd.

Over dat het toch best wel makkelijk was.

We luisteren.

Nee, dat was toen nog het Enschede Lycee.

En daar heb ik ook succesvol doorgelopen.

En vooral wiskunde had ik toen erg goede cijfers op mijn eindexamen.

Maar ook biologie en natuurkunde en scheikunde.

Talen niet zo.

Dus ja, ze had ik toch keuze gemaakt voor een technische studie.

En ja, UTV, of tenminste THT werd toen geopend op één.

En we hebben gekozen om daar naartoe te gaan.

Ook omdat het natuurlijk makkelijk was.

Je had een kamer, alles was geregeld.

Je hoefde nergens over na te denken.

Het was er allemaal.

Dat was natuurlijk wel een soort aanlokkelijke...

Ja, dat was aanlokkelijk om er naartoe te gaan op die manier.

Ja, hij vond het dus heel aanlokkelijk in zijn eigen woorden.

Roef was dit soort wonen al wel gewend van zijn tijd in Engeland...

op de middelbare schoolcampus.

Hoe werd dit idee in eerste instantie opgepakt...

andere mensen in Enschede, omwonenden

andere universiteiten. Was dit raar?

Ja, ik weet dat

contact met Enschede in het begin natuurlijk heel beperkt

was. Maar er waren

een aantal mensen, zoals mijn eigen

baas toen, Fris Grijner. Ik zie

zelfs de opslag van die notitie nog voor me.

Die zich echt intensief bezighielden

van, ja, we hebben

de taak om iets voor de streek te doen.

Daar zijn we voor aangetrokken. Hoe krijgen we dat

voor elkaar? Die had toen redelijk goed

snel al overleg op gang met

alle mogelijke instanties.

ik ben zelf van plan

als ik meer tijd heb, maar het kan nog lang duren

om eens in het archief te duiken

om speciaal naar die rol van professor Greiner te krijgen

want volgens mij zitten

best veel goede ideeën van hem nog steeds

ook nu een beetje

in het beleid

en dat hij in het begin al veel duidelijker uit was

ook om integratie met de streken

hoe je dat op poten kreeg

dat vond ik toen ook eigenlijk al erg goed

maar ja, het was hier natuurlijk

gewoon heel geïsoleerd

en er waren ook vrij snel van die

slagbomen en...

Ja, iets wat je

weer maakt niet. En ook verhalen, dat studenten

al om elf uur binnen moesten zijn, dat was natuurlijk

niet zo. Die slagbomen waren eerder tegen

diepstal en zo.

Ik wil nog een klein stukje

onderwijs doen als laatste

van deze aflevering.

Er was namelijk qua onderwijs iets

compleet nieuws bij de THT.

En dat was de Algemene Propodeuse.

We hebben het net ook al eventjes benoemd.

Wat hield dit nou eigenlijk precies in?

Nou, dat was dat je

later is

professor Breedveld, een van de opregelsers,

heeft het later de witte ingenieur

genoemd. Dus dat je ook

een soort ingenieur wilde opleiden

die ook zich

goed in andere gebieden kon inleven.

Die dus eigenlijk grensoverschrijdend

werkte. Dus dat je vanaf het begin

moest zorgen dat mensen onderling

samenwerkten en ook een beetje

zicht kregen op wat vakken

waar ze anders niet mee te maken hadden voor hun

vak zouden kunnen betekenen.

En dat had zijn negen voordeel dat je de studiekeuze kon uitstellen.

En sommige mensen zoals Rolf vonden dat ook prettig.

Want je hoefde pas na een jaar te kiezen.

Maar ze hebben het toch wel afgeschaft in 1972.

Want het nadeel van de studiekeuze uitstellen was dat met name de staf het vervelend vond.

Dat ze veel les moesten geven en energie moesten steken in studenten die toch nog verder gingen in hun richting.

En een paar studenten vonden het ook vervelend.

Want die hadden echt speciaal dat vak gekozen.

Maar eigenlijk was de staf degene die zei van ja,

dan moeten wij ook al die mensen opleiden.

Die laten toch naar elektrotechniek gaan.

Maar dat is zonde.

Ja, maar zo is het wel gegaan.

Ja, maar dat is dus rente het eigenlijk best wel tof vonden.

Want inderdaad, Ribben, Tjibben en Rolf allebei spelen er wel positief over.

En dat dan inderdaad de staf denkt, nee, dat ga ik toch niet doen?

Ja.

Dat is best zonde.

Ja.

Ja.

Nou ja, laat ik zeggen.

Het is later toch een beetje teruggekomen.

University College en zo natuurlijk.

Die hebben ze overal.

Dat hebben we hier ook.

Die academie die nu te weinig studenten heeft.

Die ze weer met geld gebruik dreigen af te schaffen.

Oh, dat weet ik even niet.

Er zijn een aantal studenten die het leuk vinden.

Zo'n algemene opleiding.

En een aantal niet.

En ja, de oplossing was dat je redelijk makkelijk kon overstappen.

Het was toch wel best veel algemene in het programma.

Je had maar weinig aanvullingen nodig.

maar wat er goed was

is dat ze vanaf het begin ook die maatschappelijke

componenten erin hadden

en daar zijn eigenlijk alle studenten die ik heb gehoord

enthousiast over

in combinatie met het pastoraat wat dan ook

discussie groepen had en zo

maar het was natuurlijk ook van de tijd dat ze echt bezig waren

want niet voor niks was het een studentenrevolutie

het was ook een beetje tegen

de invloed van het militaire

industriele complex en al het geld

wat er naartoe ging

en dat het jibben had in die

werktugbaar afdeling ook wel een beetje moeite

met de sfeer. Dat daar ook een aantal docenten

echt in die dichterrichting dachten

en dat je daar maar mee moest denken.

En dat je daar niet je eigen creativiteit kwijt kon.

Ja, de THT vond juist

die maatschappelijke vakken belangrijk.

Ja, maar dat betekent wel dat je studenten leert

kritisch denken. En daar waren ze niet allemaal

weer van geniet in de praktijk.

Dat was dus de staf ook niet.

Die waardeerden dat ook niet altijd.

Nee hoor, er waren vijfel stafleden.

Ja, de hoogleraren hebben natuurlijk altijd druk

met andere dingen. De meeste wel trouwens.

Behalve mensen als Gijnen.

Maar stafleden zag je ook veel op studie.

Generalis en die colleges.

Waar ze het dan niet zo beschrijven.

Daar heb je ook veel staf gezien.

Wij vonden het zelf ook interessant.

Maar natuurlijk ook onze collega's.

Waar we contact mee hebben.

In een kleine groep.

Een aantal wonen op de campus.

Nou ja.

De algemene propedezen.

Students zoals Chibbe en Rolf.

Waren er dus vrij blij mee.

Wat we net al even zeiden.

voor hem betekende het natuurlijk dat ze

de definitieve studiekeuze konden uitstellen

en

ik had dus het idee

maar volgens mij klopt dat niet helemaal dat Chibbe

ongeveer langs alle drie de studievormen is gegaan

dat hij eerst het ene wilde

chemie of elektrotechniek

en daarna

en daarna weer naar wiskunde

nou ja

over het switchen van

chemie naar

werktuigbouwkunde volgens mij

zegt hij nog iets over de

Ja, als ik me achteraf herinner, had ik na een bepaalde tijd het gevoel van...

Maar dat heeft meer het punt van...

Een practicum is iets wat voorgekookt is.

En als je precies de regeltjes volgt, dan gaat het wel goed.

En ik kan wel herinneren dat ik met elektrotechnisch practicum...

Want ik heb bij Prabodauze over moeten doen.

En in het tweede jaar bij elektrotechniek.

Ik gewoon de cijfers van de meting invulde.

Vooraf.

En ik had ook min of meer wel in de gaten.

Dat de resultaten een soort chaosverdeling hadden.

Dus je had ook de goede standaard afwerkingen.

Dus daar kreeg ik ook een 9 of 10 voor.

Dat was zo perfect.

Dat is dus echt natuurkunde-prakticum.

Ik ben altijd geen schijkunde-praktica geweest.

Die zijn dus echt heel anders.

Want daar heb je geen standaardproefjes.

We hebben ook al vrij gauw, daar heb ik iemand voor aangenomen.

Zelfs in 1970.

Dus een leerlijn onderzoeken in het practicum opgezet bij schijkunde.

Godvind van Lieshout heeft daar een leuke publicatie over geschreven.

Dat is er eigenlijk ook ingebleven.

Ik heb later ook gewerkt in de faculteit.

aan een algemene practicumhandleiding.

Dat we niet elke keer opnieuw verslagen moesten leren maken.

Maar bij natuurkunde was het veel klassieker.

Dat was in Leiden al.

Dat je dus al die proefjes deed.

Dat daar bepaalde resultaten uit moesten komen.

Dat je daarop werd beoordeeld bij elektrotechniek en fysica.

Dus er waren echt heel andere praktica.

En daar heeft hij het over.

Ja, precies.

Want ik wilde dus eigenlijk vragen van...

Was dit wel vaker zo?

Dat dat zo uitgekoud was?

Dat was in het begin bij natuurkunde heel erg.

Maar dat was ook weer de traditie.

Dat namen we ook uit Leiden en Delft.

Dat had je ook.

Daar werd het meegenomen.

Terwijl bij scheikunde.

Vooral onder invloed van professor Grijner.

Dus echt heel vernieuwend werd gedacht.

Over die praktica.

Ik weet niet of je daar een beeld van hebt.

Over de natuurkundige kant.

Of dat het nog steeds zo is.

Nee want ik ben toen.

Mijn collega Immede Bruin.

Die ook in Gewiss zit.

Die is toen ook daar gaan werken.

En ik ben toen ook met hem samen dingen gaan opzetten.

En geleidelijk aan is dat pas naar elkaar toegroeid.

Maar pas sinds nu het TMB is en zo, trekken ze meer samen op.

Bij natuurkunde is ook wel wat ontwikkeld.

Maar dat idee van die proefjes die je doet,

waar je dan een bepaalde uitkomst moet hebben,

dat is dus toch vrij lang blijven hangen bij natuurkunde.

Ik heb daar ook nooit iets aan gevonden.

Het was echt een vak wat ik bijna een hekelen had.

Zelfs in mijn leidse tijd al.

Dat is dus voor Chibben een reden geweest om te switchen uiteindelijk.

Ja, hoewel bij werktogbouw was het niet veel anders.

Maar bij werktogbouw, en dat zat ook wel in de algemene proprieties in het begin, ontwerpen erin.

En daar is hij ook wel weer positief over.

Ja, precies.

En ik vind dat een van de meest positieve dingen van de TH toen, later UT, dat het ontwerpen erin is gekomen.

En dat ze ook iemand als Van den Krodenberg, die is in 1968 gekomen, erop binnen hebben gehaald.

Die daar ook een soort tactiek, strategie voor heeft ontworpen.

En dan is het soms weer misgegaan.

Want bij toegepaste onderwijskunde.

Dan was ook het idee van het zou onderwijskundig ontwerpen worden.

Maar dan trekken ze weer een paar klassieke hoogleraren aan.

Die dan weer vooral psychologie en zo willen geven.

En dan komt het weer niet uit de verf.

Mensen als Tiert Plomp.

Die zijn dan later weer hoogleraren ergens anders geworden.

Want die hadden het wel ingestopt.

Maar het komt er dan niet uit.

Dus dat ontwerpen.

En het blijft een probleem.

Dat bij promoveren de academische traditie is.

ik ben dan heel laat gepromoveerd

ik was al 57

dat je drie onderwerpen hebt waarop je een publicatie

moet maken en mijn promotor

dat was een psycholoog van het hoogpaste onderwijskunde

die wou echt onderzoek hebben

en dankzij het feit dat ik bij CT ook

een begeleider had, kon ik erin krijgen

dat ik mijn ontwerpen ook uit moest leggen

want ik vond ontwerpen het leukste wat er was

en ik wou dat ook graag verdedigen

maar dat zat dus niet in

het opzet van klassieke promoties

dus dat ontwerpen dat blijft een

vechtpartijen om dat in de academische traditie

erin te krijgen, terwijl ik toch wel

nog steeds vind, en gelukkig heb je nu ook

die richtingen, speciaal studierichtingen

daarvoor, dus dat is een heel sterk punt

van de UT, wat

vanaf het begin eigenlijk in is gekomen.

Ja, we zitten al best wel

ver in de tijd, dus ik wilde nog

één ding over het onderwijs

aankaarten, en dat is toch wel

heel erg opvallend, dat moet ik even benoemen.

We zullen dit waarschijnlijk in de aflevering

over het onderwijs ook nog wel bespreken,

maar de surveillance.

In het begin van de THT was er geen surveillance bij examens.

Ik zal het even herhalen voor alle studenten die dit niet kunnen geloven.

Er was niemand die toezag of jij spiekte of niet bij schriftelijke examens.

Chibbe noemde dat dat een onderdeel was van de integratie van de campusfilosofie,

dat de studenten ook verantwoordelijk waren voor hun eigen resultaten.

Maar Chibbe was het niet helemaal eens met het formulier wat je vooral moest ondertekenen.

erbij. Je moest namelijk een formulier ondertekenen

waarin stond dat jij beloofde niet te spieken

bij de examens.

En hij heeft daar ook nog even iets over

te zeggen. We luister even.

Nee, het enige wat ik

van de begin tijd herinner

is de

tentamens.

En de

was dus een

bepaald moment

constateren men dat er veel gespiekt werd.

En toen we weer

en dat is dan die integratie en ook

Dat je zelf verantwoordelijk was voor je resultaten.

Dus iedereen moest tekenen dat hij niet zou spieken.

Dat weet ik niet meer.

Ja, dat heb ik geweigerd.

Daarom weet ik het nog.

Dus ik werd apart gezet in een hokje.

Maar goed, na een paar maanden was dat natuurlijk over.

Toen werd er weer gewogen.

Iedereen spiekte toch, ondanks alle beloften dat men niet zou spieken.

Ja, dat gaat echt te ver. Dat kan toch niet?

Wie heeft ooit bedacht dat dat een goed idee was?

Nou, ik was zelfs vergeten.

Ik kwam binnen toen die ideeën er al waren.

Dan moet je dat gewoon doen.

Maar was daar dan een overtuiging bij de stafleden van het gaat werken?

Het grappige is dat in het universitaire systeem de hoogleraren verantwoordelijk zijn voor de tentamens en examens.

En daar heb ik als later verbeteraar van onderwijs best veel last van gehad.

Want wetenschappelijke medewerkers of later de universitaire docenten deden dan meestal de werkcolleges.

Maar als een hoogleraar zich verantwoordelijk voelt voor het examen en daar op zijn eigen houtje het examen gaat maken.

En dat sluit niet aan op de werkcolleges.

Dan heb je een probleem.

En dat was inderdaad vaak een probleem van al die onvoldoendes.

Dat de studenten een heel ander tentamen kregen dan verwacht.

En ja, dat speelde in het begin ook al.

Die hoogleraar de idealistische ideeën over hadden.

En dat hebben ze erin gestopt.

En wij als stafleden, wij verzorgden de praktica en de werkcolleges.

We hadden eigenlijk nauwelijks bemoeiendes met examens.

Ook pas later is gekomen, daar heb ik ook zelf aan meegeholpen dat in te voeren.

Dat je zo'n examen op lengte proeft testen.

Want ik heb zo'n project gedaan, elektriciteit en magnetisme.

En dat was een van die problemen.

Als je dat examen echt op niveau 19 wilde halen.

Dan had je dus iets van vier uur nodig.

die had ik nodig en dan haalde ik wel een 10

maar die tijd was natuurlijk absurd lang

dus je moet ook al die vragen

pretesten bij

jonge medewerkers

van toen ook

dus dat soort dingen die het onderwijs beter maakten

dat is in het begin was dat

en nu vaak nog geloof ik

dat wordt nog

onderwijs krijgt ook niet voldoende aandacht

en dit soort kleine dingen die toch de kwaliteit sterk verbeteren

dat is al heel lang mis geweest

als onderwijsverbeteraar

moet werken om bij vakken de resultaten

beter te krijgen, dan weet je dat is een van de dingen

waar je naar moet kijken.

Nou ja, helaas

voor de studenten

is het zo dat die surveillance

is weer gekomen. Dat heeft maar een paar maanden geduurd.

Dus sorry voor de studenten

nu, maar wie mag helaas niet meer spieken.

Ik wil het hier

dan bij afsluiten en

nog misschien een laatste vraag

aan jou.

Wat heb jij nou het meeste meegenomen

van je tijd op de THT en de

Ja, ik heb nog steeds

erg veel lol in ontwerpen

en bedenken.

En bedenken van

niet alleen hoe je anderen iets kunt leren

maar hoe je anderen

kunt leren hoe ze anderen iets kunnen leren.

Dus ik blijf vooral een leraar

opleiden.

De manier van dingen overbrengen.

Ja, en een tweede ding

wat ik eigenlijk al van Albert Pilo

heb geleerd in de jaren zeventig

is dat ik altijd heel graag samenwerk.

En dan met afgesproken werkverdelen.

Het is altijd nodig om jezelf te laten controleren.

En het is heel stoerend als je zelf voor een heel product...

van begin tot eind verantwoordelijk bent.

Dus het is heel handig als je een collega hebt...

en dan even afspreekt van ik maak snel het concept...

en jij kijkt het kritisch na.

En omgekeerd.

Soms kun je allebei, soms is de collega beter in de een of de andere...

moet je daar een werk verdelen.

Ik zit nu veel uren in een buurtcentrum...

Daar hebben we dat ook niet goed voor organiseerd.

Dat doet iedereen het ook alleen.

Dat is ook maatschappelijk belangrijk.

Dat je leert samenwerken.

Dingen met anderen te doen.

Op elkaar af te stemmen.

Dan zelf niet alles op je eigen schouders te laden.

Wat je helaas op de middelbare school te veel leert.

Dan ben je altijd nog wel vaak veel te verantwoordelijk.

Voor je eigen eindproduct.

Dus samenwerken met elkaar.

Optrekken samen dingen doen.

Dat is ook een van de dingen.

Waarvan ik denk dat heb ik echt pas op de th goed geleerd.

Ja, daar heb ik later veel plezier van gehad.

Dus eigenlijk ook een beetje in de richting van...

dat je Ben en Rolf zelf zeggen...

de manier van denken, de manier van kijken naar problemen.

Dat klopt wel ongeveer.

Ja, daar heb ik echt wel bij geneerd ook.

Ja, oké.

Dan gaan we nu echt de aflevering afsluiten.

Bedankt voor je komst naar de studio...

en voor je verhalen en inzichten.

Mochten jullie thuis nu benieuwd zijn...

naar het interview van Rolf...

of wil je graag andere studenten horen...

over hun tijd op de UT of de THT...

Volg dan even de link in de beschrijving naar het Oral History project van de Universiteit Twente.

Zelf bent u ook geïnterviewd door de seniorenvereniging Gewis.

Ook die video's zullen we heel even linken in de beschrijving.

En ik hoop dat jullie genoten hebben van de verhalen van Hennie.

En hopelijk tot de volgende keer bij de podcast Oral History.

Mogen het de pioniers, de vormgevers en hun opvolgers gegeven zijn...

de Technische Hogeschool op Driederlo in de bandstad Twente...

Te zien uitgroeien tot een vast steunsel aan de onderhoud der vrijheid.