Podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente
In deze podcastserie duiken we in de vroege geschiedenis van de Universiteit Twente, toen nog bekend als de Technische Hogeschool Twente. Je hoort persoonlijke verhalen van alumni en oud-medewerkers, rechtstreeks afkomstig uit ons Oral History-project. De interviews, afgenomen door voormalige UT-medewerkers, leveren waardevolle en vaak nieuwe inzichten op in het studentenleven op de campus in de beginjaren. Ga mee terug in de tijd en ontdek de wortels van onze universiteit.
In februari 2024 werd de eerste fase van het Oral History Project succesvol afgerond. Sinds medio 2023 zijn 21 alumni geïnterviewd die tussen 1964 en 1973 aan de Technische Hogeschool Twente studeerden. De interviews zijn gehouden door Marjan Beijering (externe projectleider), in samenwerking met een enthousiaste groep vrijwilligers – allen oud-medewerkers van de UT en lid van GEWIS – en Martin Bosker van het Videoteam. Het project staat onder supervisie van Wiljan Puttenstein, afdelingshoofd LISA-ADM.
Caitlin Bakker en Lisanne Blommers, studenten Communicatiewetenschap aan de faculteit BMS, maken op basis van deze interviews een serie podcasts.
In juni 2024 is fase twee van het project van start gegaan. Hierin worden oud-studenten geïnterviewd die in de periode 1974–1986 aan de UT studeerden.
Meer informatie over het academisch erfgoed van de Universiteit Twente is te vinden op deze pagina:
Als een oase van rust bleef het landgoed Drienerlo ongerept de noordkant van de weg Enschede-Hengelo beheersen.
Welkom bij de podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente.
Toen nog bekend als de TH of THT.
In deze serie hoor je verhalen van oud-studenten en medewerkers rechtstreeks uit ons oral history project.
Ga mee terug naar de beginjaren van de campus en ontdek de wortels van onze universiteit.
In deze aflevering bespreken we de interviews van Tjibbe Knol en Roel Venhuizen.
We gaan het hebben over de campusfilosofie, aansluiting met andere studenten, het contact met de docenten en het onderwijs in hun tijd.
Ik ben Lisanne en in deze aflevering is Hennie Kramers-Pals te gast.
Zij werkte als eerste vrouwelijke docent op wat toen nog de Technische Hogeschool Twente heette.
Van 1963 tot en met 2002 en heeft zelfs nog tot 2020 gastcolleges gegeven.
Je hebt recentelijk deze twee heren geïnterviewd.
Welkom Hennie. Hoe gaat het met je?
Dank je. Goed.
Ja, het is intussen...
Je zei 63, 64 dat ik begonnen ben.
Sorry.
Het is intussen 60 jaar geleden.
Ja.
1 september geweest.
Dus ik ben 60 jaar geleden hier echt begonnen.
Je hebt een klein juwileum gehad.
Ja, dat heb ik niet gevierd.
Want ik heb mezelf geloofd.
Ja, gedacht.
1 september 1964 begon ik hier dus als, dat heette toen, wetenschappelijk medewerker.
Een staflid.
Ik zal heel even eerst de geïnterviewde introduceren van deze aflevering.
Zoals ik net zei, u heeft vorig jaar Tjibbe Knol en Roel Venhuizen geïnterviewd.
Zij zijn beide oud-studenten van echt de eerste generatie zal.
Ja, Tjibbe is van 1964 en Roel van 1966.
Chibbe komt zelf uit deze regio, namelijk Overdinkel, waar hij in een middenstandsgezin opgroeide.
Al sinds de tweede klas van de lagere school ging hij naar Enschede.
En ook een middelbare school heeft hij in Enschede doorgebracht.
Hij haalde hier goede cijfers voor wiskunde, natuurkunde, biologie en scheikunde.
Een echte bad amandus.
De keuze voor een technische studie was dan ook zo snel gemaakt.
Chibbe had zich al vroeg ingeschreven en was ook fysiek al vroeg op de campus aanwezig om een kamer te krijgen.
En zo was hij een van de allereerste studenten die bij deze gloednieuwe THT binnenkwam.
Rolf is een geboren Hagenees en de jongste van drie kinderen.
Hij heeft een lagere school en middelbare school dan ook in Den Haag doorgebracht.
En ook een tijdje in Engeland gewoond.
Zijn vader kwam uit Groningen en zijn moeder uit Rotterdam.
Rolf was naar eigen zeggen redelijk geïnteresseerd in natuurkunde en scheikunde.
En had een zeer boeiende docent voor wiskunde.
Zijn broer studeerde in Delft, zijn zus in Groningen.
Dus dacht Rolf, dan ga ik maar naar Twente.
Lekker ver van huis en kleinschalig.
En hij kwam in 1966 als derde lichting aan op de THT.
Henny, waarom heb je juist voor deze twee alumni gekozen om te interviewen?
Ja, ik ben eigenlijk met Jibbe begonnen.
Omdat ik die ook nog regelmatig tegenkom.
Want hij woont hier weer in Twente.
En ik vond het altijd wel ook heel interessant wat hij allemaal deed op de universiteit.
Maar ook dat hij best lang over zijn studie heeft gedaan.
Dat wist ik ook.
overal mee bezig was geweest.
Uiteindelijk toch wel een hele interessante
carrière ook had gehad. Daar heb ik later ook iets van
gehoord. En hij zat
ook eigenlijk heel actief
in alle revolutiebewegingen
en bezettingen en zo.
Dus ja, ik dacht, ik wil
toch wel zijn eigen verhalen eens horen, hoe dat
in elkaar zit.
En Rolf, die heb ik toegekozen,
omdat Chibbe dus tamelijk negatief was
over een aantal dingen die op de campus
georganiseerd werden. En Rolf,
dacht ik, dat is het tegenovergestelde, wil ik zijn
verhalen ook wel eens horen, bijvoorbeeld over de campusraad.
Ja, precies.
Dingen zoals die opstanden en de campusraad,
daar gaan we nog een hele andere aflevering over maken.
Dus dat komt dan
nog terug, denk ik.
Je zegt, Tjibbe heeft een heel interessante
carrière gehad. Wat is dan juist
het interessantste van zijn carrière?
Nou, hij is dus
via
de werktuigbouw, waar hij zich
niet lekker voelde, wiskunde,
is hij in het begin de informatica
terechtgekomen. Het was toch pas begonnen.
En dat sprak hem ontzettend aan.
En daar heeft hij dus ook carrière in gemaakt.
Dan op rijksoverheidniveau.
En helemaal aan het eind
zeg je ook, ik heb dan in de beginperiode
toch wel heel goed geleerd om afstand
te nemen en problemen oplossen. Dus grote
lijnen aangeven.
Eerst zoeken
naar grote lijnen en dan pas
dat probleem gaan oplossen.
Ja, precies.
Dus hij heeft op overheidsniveau echt veel aansturend
werk gedaan op grote informatica projecten.
Dus heel anders voor het carrière dan Rolf overigens.
Maar ik kom nog op terug.
Ik zoom in deze aflevering wat meer inderdaad op het leven op de campus.
En ik wil dus inderdaad, je neemt bijna de woorden uit mijn mond.
Want ik wilde een beetje beginnen met wat mij het meeste opviel.
En dat is dat Rolf en Chip inderdaad heel verschillend zijn.
En dat ze ook het campusleven heel verschillend hebben ervaren.
Want Rolf voelde zich sociaal betrokken.
Heeft lekker veel met zijn huis geroeid en gedaan.
En Chibbi vond het juist wel heel lastig om zich bij een groep te voegen.
Hij heeft al veel gedaan, maar vond dat wel moeilijk.
Laten we even beginnen, want dat heeft dan ook te maken met de campusidealen,
waar ze zich wel of niet bij konden vinden.
Wat hield die campusfilosofie nou eigenlijk in?
Nou, dat is dus heel kort samengevat integratie van onderwijs, studie en studentenleven.
Dat was meteen het idee van toen ze bedacht hadden,
we gaan naar Enschede in plaats van naar Deventer,
Want het was ook een optie.
We hebben die campus.
Ze hebben duidelijk ook wel gekeken naar voorbeelden in het buitenland.
Dat die eerste rector ook van de morele herbewapening was.
En daar zitten ook ideeën in van, moet je maar eens opzoeken op internet.
Van dat je een elite moet hebben die gevormd moet worden door onderling contact en zo.
Overigens dat die ideeën van de rector werden niet door iedereen gedeeld.
Maar dat zit er wel een klein beetje achter.
Dus er zit ook een beetje een visie achter van hoe vorm je de toekomstige elite.
Als ik lees over de geschiedenis, dan lees ik juist dat Twente een campus was waar het niet zo elitair moest zijn.
Want andere universiteiten...
Nee, het is ook niet echt elitair.
Want andere universiteiten hadden een core, daar was je bijzonder.
Daar was je lid van.
Maar het idee was dat iedereen die deelnam aan die gemeenschap,
die hoorde dan later ook tot de groep die leiding moest geven aan het land.
dus niet de elite in de zin van
er is een groepje boven wat het geld verdient
maar het is eerder een idee van
wat houdt die opleiding in
dat je samen optrekt
dat je elkaar kent
dat had je in die tijd
dat had je in de korrel eigenlijk ook
en nu ook weer bij die corporale verenigingen
dat je dus
een eenheid
wordt dat je dan bereid bent
zelfs daar een soort
introductie voor of groentijd
voor het ondergaan. Nou, dat wilde ze dus van het begin
niet hebben. Het moest gewoon sociaal
zijn en open. En ja, Chippen
zegt er in dat interview best veel over, want
die herkende zich er wel in. Die heeft het ook
meegedragen.
Oké, dus ja, nou ja, elite
was dan niet hetzelfde.
Nee, er komt er mensen die dan leiding
moesten geven aan andere mensen.
Het woord elite had ik misschien niet moeten gebruiken.
Maar ik zou zeggen,
het moerele herbewaar opzoek op internet
wat die beweging inhoudt. Ja, ik weet er inderdaad
eigenlijk niet zo veel van op dit moment.
wat ik net ook al zei
het lukte
Chibben niet zo goed om zich echt bij die groep
te voegen
het was meer zijn karakter dat hij dus niet
groepsmens was dat hij echt toch veel dingen
graag alleen wil doen
hij had mee kunnen gaan met die
flat van Wensveen
maar hij
zocht echt duidelijk naar zijn eigen
identiteit
ik heb later gehoord
op die reunie in
bij de laatste
diersviering.
Hij zei zelf, hij komt van een
middelstandsgezien in Overdwinkel.
Chibbe Knol
in Overdwinkel, dat is een begrip, dat is degene die
Overdwinkel heeft
opgericht. Zijn vader had een
supergrote supermarkt.
En iemand zei in de zaal
dat hij
altijd had begrepen dat Chibbe per se
geen supermarktchef wou worden.
En daarom alle mogelijkheden aangegeven om langer over zijn studie te doen.
Dus hij valt zichzelf zoeken naar geschikte studie en naar mogelijkheden.
En zich ook behoorlijk verdiepen.
Ook mededankt zijn die colleges van wijsbegeerde maatschappij en wetenschappen.
In een maatschappelijke context.
En daar is het draai in vinden.
Maar ook wel een beetje zich afzetten tegen zijn familie.
Die overigens dan wel zijn studie betaalde.
En hij was ook afgekeurd voor militaire dienst.
Dat speelde in die tijd eigenlijk ook wel behoorlijk.
Dat heb ik later pas gemerkt.
Dan moest je ook naar vragen in die interviews.
Want voor al die mannen, het zijn voornamelijk mannen.
En was het een punt, maar hij hoefde niet.
Omdat zijn gezondheid niet echt goed was.
Ja, je hoort het inderdaad in andere interviews ook terugkomen.
Dat dat echt wel een grote rol speelde voor die mannen.
Aan de andere kant heb je dus studenten zoals Rolf.
Die naar eigen zeggen, eigenlijk allemaal wel prima vonden het campusleven.
Dus die integratie van studie- en studentenleven.
hij zegt hierover het volgende, we luisteren even naar een quote
het is gewoon ook zo
gedaan eigenlijk
voor mij paste het
prima
het was gewoon super efficiënt
we konden natuurlijk nog
trainen voor college
deden we nog
liepen we hard door de bossen heen
en wat dan ook
en dan douchen en dan zat je om half negen in de banken
en het feit dat je
natuurlijk daar
maaltijden
Werden geserveerd in de Mensa en wat dan ook.
Daar hebben we ook dankbaar gebruik van gemaakt.
Dat was natuurlijk allemaal super.
Dus je was gewoon, je kon veel doen op een dag.
Doordat alles relatief dicht bij elkaar zat.
En wat mij betreft was dat uitstekend.
En de faciliteiten waren natuurlijk prima.
En het was gewoon een hele leuke gemeenschap.
Die overzichtelijk was.
En je zag veel mensen en je kon gewoon een heleboel dingen efficiënt doen.
Het klinkt alsof Roelph best wel een heel ambitieus student is.
Zoiets zeiden we net ook al.
Studenten deden veel naast hun studie.
Chip en trouwens ook, wat we net zeiden.
Ze deden veel aan sport, allerlei commissies.
Nou ja, best wel gewoon veel.
Trok die campus filosofie nou ook echt andere studenten aan dan?
Dan op andere universiteiten?
voor een deel wel
ik geloof dat iemand als Roel
er ook echt was op afgekomen
want die had natuurlijk ook in Engeland ook een campus ervaring
en die vond het idee ook gewoon leuk
en ja er waren best veel studenten
uit het westen van de land die hierop afkwamen
maar er waren ook argumenten zoals Roel
dat zijn broer en zus ergens anders studeren
en dat je dan graag ver van huis wilde
ja precies
en ja
een vriendin van mijn dochter was hier pas
met mijn kleine dochter
en die gaat hier nu toegepaste wiskunde studeren.
En dan is ook het argument nog steeds van...
ja, hier is de huisvesting redelijk makkelijk en betrekkelijk goedkoop.
Het is toch wel heel erg leuk om op zo'n prachtig terrein te zitten.
Dat blijven we houden.
Ja, het is nu natuurlijk ook gewoon veel minder druk in het oosten dan in het westen.
Ik kom zelf uit het westen, dat merk ik ook wel inderdaad.
Dus ja, dat sowieso dat goedkoper is en dat er meer huizen zijn.
Dat is nu nog steeds wel een ding.
Dat actieve studentenleven nam natuurlijk ook best wel veel tijd in beslag uiteindelijk.
En dat was zo erg soms dat studenten ook wel in problemen kwamen met tijd besteden aan hun studie.
Want ik hoorde bijvoorbeeld, nou ja, Rolf heeft langer over studie gedaan volgens mij dan nominaal.
Ja, hij heeft het pakkelijker nominaal gemaakt.
Oh, dat wel.
Maar daarna heeft hij wat meer tijd genomen.
Maar dat was ook omdat zijn vriendin was bibliothekeresse bij Gymnische Technologie.
Hij is hier ook getrouwd.
Hij moest ook even uitzoeken wat moest met de militaire diensten.
Daar heeft hij ook een mooie oplossing voor gevonden.
Maar hij heeft gewoon na zijn baccalaureaat iets meer tijd genomen.
En wat we net ook al even in de introductie zeiden.
Chibbe heeft echt best wel lang over zijn studie gedaan.
Want hij is in 1964 begonnen.
Heeft hij tot 1974 werktuigbouwkunde gedaan.
Ik heb die data niet precies.
En daarna had hij volgens mij nog wiskunde gedaan.
Nee, ik dacht dat hij in 1970 zijn bakkenlojaard berk toch wel had.
Toen heeft hij wiskunde gedaan.
En daar heeft hij ook vrij lang over gedaan.
Maar dat is bij elkaar inderdaad.
Twaalf jaar was het gewoon.
Ja, precies. Dus hij heeft daar best wel lang over gedaan.
Hij heeft wel allemaal baantjes gehad.
Ja, en dat actieve studentenleven inderdaad.
Maar hoe normaal was het nou dat studenten zo lang over hun studie deden?
Ik heb zelf in Leiden zeven jaar over mijn studie gedaan.
En na vijf jaar hoef je geen collegegeld mis te betalen.
Ja, dat vond ik ook zoiets raars.
Ik was de vierde van mijn jaar die afstudeerde.
Ja.
Dus het was heel normaal.
Die tijd waren er nog geen echte studiebeurzen.
Dus ik had een Friese studiebeurzen.
Omdat mijn grootouders Fries waren.
Daar kon ik best wel rondkomen.
En na mijn kandidaatsteden dat in Leiden.
Ben ik studentassistent geworden.
En dat verdiende net aardig.
En toen kwamen we helemaal tegen het en kwamen echt studiebeurzen.
Ik wil nu even door naar een ander onderdeel van de campusfilosofie.
En die hadden we net ook al even benoemd.
Maar dat is de woonplicht.
Tjibbe en Rolf hebben allebei ook op de campus gewoond.
Wat ik nu met de ogen van u bijna raar vind.
Want met de huizencrisis die we nu hebben.
En dat je dus verplicht mensen op de campus laat wonen.
Dat is iets wat wij nu waarschijnlijk niet kunnen voorstellen.
Je woonde zelf ook op de campus.
En je zei net al.
De torenflat.
Dat is nu helemaal bij de sportvelden.
Die hoge flat volgens mij.
Dat was voor ongehuwd stafleden.
In persoetshuishoudens.
En je zei de hunkerbunker.
Nee, dat hebben ze later zo genoemd.
Ik vind dat erg komisch.
Want sommigen denken dat de mannen hunkeren.
De anderen denken dat de vrouwen hunkeren.
Er was zelfs één interview heb ik gehoord.
Die zei er zaten drie vrouwelijke hoogleraren te hunkeren.
De eerste vrouwelijke hoogleraar is pas in 1990 gekomen.
Maar waar komt het dan vandaan?
Ja, verpleegselsflat heette ook vaak Hunker Bunker.
Het is een flat waar vrijgezellen wonen.
Maar in de praktijk wonen daar ook een aantal echtparen.
Die met professor Vluchten waren meegekomen.
Die kwamen uit Delft.
En die waren aan het afstuderen.
Hebben ook de introductie verzorgd.
Dus er wonen ook een aantal mensen die nog net niet getrouwd waren.
Maar waar de partner vaak daar wel woonde.
Dus het was een mix van vrijgezellen.
Soms ook overtuigd.
Vrijgezellen was ik in het begin ook.
Overtuigd zijn je zo?
Ik had niet het idee dat mijn perspectief was om te trouwen.
Uiteindelijk was ik mijn 35ste getrouwd.
Dat was voor die tijd vrij laat dan, denk ik.
Ja.
Nee, maar in die tijd was het vaak zo dat als je als vrouw een carrière had, dan was je niet getrouwd.
Het was of een gezin of een carrière.
Of te zeggen, je was niet getrouwd en dan zocht je een carrière, bij wijze van spreken.
Of je trouwde niet omdat je carrière had.
We hadden volgens mij net ook al een beetje erover.
Maar hoe die woonplicht dan te maken had met de campusfilosofie.
Waarom was er nou een woonplicht eigenlijk?
Nou, dat was het idee dat het zo'n mooi ideaal was dat mensen kregen.
Dat ze dat ook allemaal moesten meedoen.
En met name de mensen uit de buurt zoals toevallig Tibbe.
Dat dachten ze van ja, je moet ook die mensen hebben die aan de overkant wonen.
Die moesten daar ook wonen.
Want die moeten natuurlijk ook genieten van die mooie sfeer.
Samen wonen en samen dingen doen.
En als je bij je ouders woont, heb je dat minder.
Ik denk dat dat er toch een beetje uit zat.
Dus toch gewoon die volledige ervaring mee krijgen.
Maar ik vertelde net al over mijn vriendin studentenpsycholoog Wilfijn.
Die was toch van het begin tegen.
En die heeft ook redelijk goed voor elkaar gekregen.
In 1970, 1971.
Dat het ook officieel werd afgeschaft.
De hele woonplicht.
De hele woonplicht.
Want er waren natuurlijk ook mensen die bijvoorbeeld al een vriendin hadden of getrouwd waren.
Er waren toch best veel uitzonderdersgevallen.
Of mensen zoals misschien Chimben die zich misschien gelukkig gevoeld hadden.
Om niet in zo'n groep te moeten wonen.
Maar dan gaat ook een deel van de campus filosofie verloren.
Precies, maar die is ook geleidelijk aan weggehebt.
Ja, dat is wel zo.
Maar zelfs die verplichte maaltijden.
Je moest 200 maaltijden afdelen in Bonnen.
Dat was aan het begin alleen toch?
Dat is ook echt een aantal jaren geweest.
Vier of vijf jaar denk ik.
De Mensabon inderdaad.
We hadden overigens fantastisch kok.
Het was scheepskok geweest.
De hoofd.
Maar ook zijn assistent was heel erg goed.
Dus het was echt genoeg om daar te eten altijd.
Caitlin gaat in een andere aflevering.
Hier nog wat verder in door.
Op de Mensa zelf.
Maar inderdaad verplicht.
De Mensabon afnemen.
En daar dan ook voor moeten betalen natuurlijk.
Ja, maar de prijs was heel laag.
We hadden het over de woonplicht.
En voor Tibbe was de woonplicht op zich wel een goede reden om naar de Thea te komen.
Het feit dat er een woning was.
En hij wilde ook wel uit huis.
Hij heeft daar ook nog iets over gezegd.
Over dat het toch best wel makkelijk was.
We luisteren.
Nee, dat was toen nog het Enschede Lycee.
En daar heb ik ook succesvol doorgelopen.
En vooral wiskunde had ik toen erg goede cijfers op mijn eindexamen.
Maar ook biologie en natuurkunde en scheikunde.
Talen niet zo.
Dus ja, ze had ik toch keuze gemaakt voor een technische studie.
En ja, UTV, of tenminste THT werd toen geopend op één.
En we hebben gekozen om daar naartoe te gaan.
Ook omdat het natuurlijk makkelijk was.
Je had een kamer, alles was geregeld.
Je hoefde nergens over na te denken.
Het was er allemaal.
Dat was natuurlijk wel een soort aanlokkelijke...
Ja, dat was aanlokkelijk om er naartoe te gaan op die manier.
Ja, hij vond het dus heel aanlokkelijk in zijn eigen woorden.
Roef was dit soort wonen al wel gewend van zijn tijd in Engeland...
op de middelbare schoolcampus.
Hoe werd dit idee in eerste instantie opgepakt...
andere mensen in Enschede, omwonenden
andere universiteiten. Was dit raar?
Ja, ik weet dat
contact met Enschede in het begin natuurlijk heel beperkt
was. Maar er waren
een aantal mensen, zoals mijn eigen
baas toen, Fris Grijner. Ik zie
zelfs de opslag van die notitie nog voor me.
Die zich echt intensief bezighielden
van, ja, we hebben
de taak om iets voor de streek te doen.
Daar zijn we voor aangetrokken. Hoe krijgen we dat
voor elkaar? Die had toen redelijk goed
snel al overleg op gang met
alle mogelijke instanties.
ik ben zelf van plan
als ik meer tijd heb, maar het kan nog lang duren
om eens in het archief te duiken
om speciaal naar die rol van professor Greiner te krijgen
want volgens mij zitten
best veel goede ideeën van hem nog steeds
ook nu een beetje
in het beleid
en dat hij in het begin al veel duidelijker uit was
ook om integratie met de streken
hoe je dat op poten kreeg
dat vond ik toen ook eigenlijk al erg goed
maar ja, het was hier natuurlijk
gewoon heel geïsoleerd
en er waren ook vrij snel van die
slagbomen en...
Ja, iets wat je
weer maakt niet. En ook verhalen, dat studenten
al om elf uur binnen moesten zijn, dat was natuurlijk
niet zo. Die slagbomen waren eerder tegen
diepstal en zo.
Ik wil nog een klein stukje
onderwijs doen als laatste
van deze aflevering.
Er was namelijk qua onderwijs iets
compleet nieuws bij de THT.
En dat was de Algemene Propodeuse.
We hebben het net ook al eventjes benoemd.
Wat hield dit nou eigenlijk precies in?
Nou, dat was dat je
later is
professor Breedveld, een van de opregelsers,
heeft het later de witte ingenieur
genoemd. Dus dat je ook
een soort ingenieur wilde opleiden
die ook zich
goed in andere gebieden kon inleven.
Die dus eigenlijk grensoverschrijdend
werkte. Dus dat je vanaf het begin
moest zorgen dat mensen onderling
samenwerkten en ook een beetje
zicht kregen op wat vakken
waar ze anders niet mee te maken hadden voor hun
vak zouden kunnen betekenen.
En dat had zijn negen voordeel dat je de studiekeuze kon uitstellen.
En sommige mensen zoals Rolf vonden dat ook prettig.
Want je hoefde pas na een jaar te kiezen.
Maar ze hebben het toch wel afgeschaft in 1972.
Want het nadeel van de studiekeuze uitstellen was dat met name de staf het vervelend vond.
Dat ze veel les moesten geven en energie moesten steken in studenten die toch nog verder gingen in hun richting.
En een paar studenten vonden het ook vervelend.
Want die hadden echt speciaal dat vak gekozen.
Maar eigenlijk was de staf degene die zei van ja,
dan moeten wij ook al die mensen opleiden.
Die laten toch naar elektrotechniek gaan.
Maar dat is zonde.
Ja, maar zo is het wel gegaan.
Ja, maar dat is dus rente het eigenlijk best wel tof vonden.
Want inderdaad, Ribben, Tjibben en Rolf allebei spelen er wel positief over.
En dat dan inderdaad de staf denkt, nee, dat ga ik toch niet doen?
Ja.
Dat is best zonde.
Ja.
Ja.
Nou ja, laat ik zeggen.
Het is later toch een beetje teruggekomen.
University College en zo natuurlijk.
Die hebben ze overal.
Dat hebben we hier ook.
Die academie die nu te weinig studenten heeft.
Die ze weer met geld gebruik dreigen af te schaffen.
Oh, dat weet ik even niet.
Er zijn een aantal studenten die het leuk vinden.
Zo'n algemene opleiding.
En een aantal niet.
En ja, de oplossing was dat je redelijk makkelijk kon overstappen.
Het was toch wel best veel algemene in het programma.
Je had maar weinig aanvullingen nodig.
maar wat er goed was
is dat ze vanaf het begin ook die maatschappelijke
componenten erin hadden
en daar zijn eigenlijk alle studenten die ik heb gehoord
enthousiast over
in combinatie met het pastoraat wat dan ook
discussie groepen had en zo
maar het was natuurlijk ook van de tijd dat ze echt bezig waren
want niet voor niks was het een studentenrevolutie
het was ook een beetje tegen
de invloed van het militaire
industriele complex en al het geld
wat er naartoe ging
en dat het jibben had in die
werktugbaar afdeling ook wel een beetje moeite
met de sfeer. Dat daar ook een aantal docenten
echt in die dichterrichting dachten
en dat je daar maar mee moest denken.
En dat je daar niet je eigen creativiteit kwijt kon.
Ja, de THT vond juist
die maatschappelijke vakken belangrijk.
Ja, maar dat betekent wel dat je studenten leert
kritisch denken. En daar waren ze niet allemaal
weer van geniet in de praktijk.
Dat was dus de staf ook niet.
Die waardeerden dat ook niet altijd.
Nee hoor, er waren vijfel stafleden.
Ja, de hoogleraren hebben natuurlijk altijd druk
met andere dingen. De meeste wel trouwens.
Behalve mensen als Gijnen.
Maar stafleden zag je ook veel op studie.
Generalis en die colleges.
Waar ze het dan niet zo beschrijven.
Daar heb je ook veel staf gezien.
Wij vonden het zelf ook interessant.
Maar natuurlijk ook onze collega's.
Waar we contact mee hebben.
In een kleine groep.
Een aantal wonen op de campus.
Nou ja.
De algemene propedezen.
Students zoals Chibbe en Rolf.
Waren er dus vrij blij mee.
Wat we net al even zeiden.
voor hem betekende het natuurlijk dat ze
de definitieve studiekeuze konden uitstellen
en
ik had dus het idee
maar volgens mij klopt dat niet helemaal dat Chibbe
ongeveer langs alle drie de studievormen is gegaan
dat hij eerst het ene wilde
chemie of elektrotechniek
en daarna
en daarna weer naar wiskunde
nou ja
over het switchen van
chemie naar
werktuigbouwkunde volgens mij
zegt hij nog iets over de
Ja, als ik me achteraf herinner, had ik na een bepaalde tijd het gevoel van...
Maar dat heeft meer het punt van...
Een practicum is iets wat voorgekookt is.
En als je precies de regeltjes volgt, dan gaat het wel goed.
En ik kan wel herinneren dat ik met elektrotechnisch practicum...
Want ik heb bij Prabodauze over moeten doen.
En in het tweede jaar bij elektrotechniek.
Ik gewoon de cijfers van de meting invulde.
Vooraf.
En ik had ook min of meer wel in de gaten.
Dat de resultaten een soort chaosverdeling hadden.
Dus je had ook de goede standaard afwerkingen.
Dus daar kreeg ik ook een 9 of 10 voor.
Dat was zo perfect.
Dat is dus echt natuurkunde-prakticum.
Ik ben altijd geen schijkunde-praktica geweest.
Die zijn dus echt heel anders.
Want daar heb je geen standaardproefjes.
We hebben ook al vrij gauw, daar heb ik iemand voor aangenomen.
Zelfs in 1970.
Dus een leerlijn onderzoeken in het practicum opgezet bij schijkunde.
Godvind van Lieshout heeft daar een leuke publicatie over geschreven.
Dat is er eigenlijk ook ingebleven.
Ik heb later ook gewerkt in de faculteit.
aan een algemene practicumhandleiding.
Dat we niet elke keer opnieuw verslagen moesten leren maken.
Maar bij natuurkunde was het veel klassieker.
Dat was in Leiden al.
Dat je dus al die proefjes deed.
Dat daar bepaalde resultaten uit moesten komen.
Dat je daarop werd beoordeeld bij elektrotechniek en fysica.
Dus er waren echt heel andere praktica.
En daar heeft hij het over.
Ja, precies.
Want ik wilde dus eigenlijk vragen van...
Was dit wel vaker zo?
Dat dat zo uitgekoud was?
Dat was in het begin bij natuurkunde heel erg.
Maar dat was ook weer de traditie.
Dat namen we ook uit Leiden en Delft.
Dat had je ook.
Daar werd het meegenomen.
Terwijl bij scheikunde.
Vooral onder invloed van professor Grijner.
Dus echt heel vernieuwend werd gedacht.
Over die praktica.
Ik weet niet of je daar een beeld van hebt.
Over de natuurkundige kant.
Of dat het nog steeds zo is.
Nee want ik ben toen.
Mijn collega Immede Bruin.
Die ook in Gewiss zit.
Die is toen ook daar gaan werken.
En ik ben toen ook met hem samen dingen gaan opzetten.
En geleidelijk aan is dat pas naar elkaar toegroeid.
Maar pas sinds nu het TMB is en zo, trekken ze meer samen op.
Bij natuurkunde is ook wel wat ontwikkeld.
Maar dat idee van die proefjes die je doet,
waar je dan een bepaalde uitkomst moet hebben,
dat is dus toch vrij lang blijven hangen bij natuurkunde.
Ik heb daar ook nooit iets aan gevonden.
Het was echt een vak wat ik bijna een hekelen had.
Zelfs in mijn leidse tijd al.
Dat is dus voor Chibben een reden geweest om te switchen uiteindelijk.
Ja, hoewel bij werktogbouw was het niet veel anders.
Maar bij werktogbouw, en dat zat ook wel in de algemene proprieties in het begin, ontwerpen erin.
En daar is hij ook wel weer positief over.
Ja, precies.
En ik vind dat een van de meest positieve dingen van de TH toen, later UT, dat het ontwerpen erin is gekomen.
En dat ze ook iemand als Van den Krodenberg, die is in 1968 gekomen, erop binnen hebben gehaald.
Die daar ook een soort tactiek, strategie voor heeft ontworpen.
En dan is het soms weer misgegaan.
Want bij toegepaste onderwijskunde.
Dan was ook het idee van het zou onderwijskundig ontwerpen worden.
Maar dan trekken ze weer een paar klassieke hoogleraren aan.
Die dan weer vooral psychologie en zo willen geven.
En dan komt het weer niet uit de verf.
Mensen als Tiert Plomp.
Die zijn dan later weer hoogleraren ergens anders geworden.
Want die hadden het wel ingestopt.
Maar het komt er dan niet uit.
Dus dat ontwerpen.
En het blijft een probleem.
Dat bij promoveren de academische traditie is.
ik ben dan heel laat gepromoveerd
ik was al 57
dat je drie onderwerpen hebt waarop je een publicatie
moet maken en mijn promotor
dat was een psycholoog van het hoogpaste onderwijskunde
die wou echt onderzoek hebben
en dankzij het feit dat ik bij CT ook
een begeleider had, kon ik erin krijgen
dat ik mijn ontwerpen ook uit moest leggen
want ik vond ontwerpen het leukste wat er was
en ik wou dat ook graag verdedigen
maar dat zat dus niet in
het opzet van klassieke promoties
dus dat ontwerpen dat blijft een
vechtpartijen om dat in de academische traditie
erin te krijgen, terwijl ik toch wel
nog steeds vind, en gelukkig heb je nu ook
die richtingen, speciaal studierichtingen
daarvoor, dus dat is een heel sterk punt
van de UT, wat
vanaf het begin eigenlijk in is gekomen.
Ja, we zitten al best wel
ver in de tijd, dus ik wilde nog
één ding over het onderwijs
aankaarten, en dat is toch wel
heel erg opvallend, dat moet ik even benoemen.
We zullen dit waarschijnlijk in de aflevering
over het onderwijs ook nog wel bespreken,
maar de surveillance.
In het begin van de THT was er geen surveillance bij examens.
Ik zal het even herhalen voor alle studenten die dit niet kunnen geloven.
Er was niemand die toezag of jij spiekte of niet bij schriftelijke examens.
Chibbe noemde dat dat een onderdeel was van de integratie van de campusfilosofie,
dat de studenten ook verantwoordelijk waren voor hun eigen resultaten.
Maar Chibbe was het niet helemaal eens met het formulier wat je vooral moest ondertekenen.
erbij. Je moest namelijk een formulier ondertekenen
waarin stond dat jij beloofde niet te spieken
bij de examens.
En hij heeft daar ook nog even iets over
te zeggen. We luister even.
Nee, het enige wat ik
van de begin tijd herinner
is de
tentamens.
En de
was dus een
bepaald moment
constateren men dat er veel gespiekt werd.
En toen we weer
en dat is dan die integratie en ook
Dat je zelf verantwoordelijk was voor je resultaten.
Dus iedereen moest tekenen dat hij niet zou spieken.
Dat weet ik niet meer.
Ja, dat heb ik geweigerd.
Daarom weet ik het nog.
Dus ik werd apart gezet in een hokje.
Maar goed, na een paar maanden was dat natuurlijk over.
Toen werd er weer gewogen.
Iedereen spiekte toch, ondanks alle beloften dat men niet zou spieken.
Ja, dat gaat echt te ver. Dat kan toch niet?
Wie heeft ooit bedacht dat dat een goed idee was?
Nou, ik was zelfs vergeten.
Ik kwam binnen toen die ideeën er al waren.
Dan moet je dat gewoon doen.
Maar was daar dan een overtuiging bij de stafleden van het gaat werken?
Het grappige is dat in het universitaire systeem de hoogleraren verantwoordelijk zijn voor de tentamens en examens.
En daar heb ik als later verbeteraar van onderwijs best veel last van gehad.
Want wetenschappelijke medewerkers of later de universitaire docenten deden dan meestal de werkcolleges.
Maar als een hoogleraar zich verantwoordelijk voelt voor het examen en daar op zijn eigen houtje het examen gaat maken.
En dat sluit niet aan op de werkcolleges.
Dan heb je een probleem.
En dat was inderdaad vaak een probleem van al die onvoldoendes.
Dat de studenten een heel ander tentamen kregen dan verwacht.
En ja, dat speelde in het begin ook al.
Die hoogleraar de idealistische ideeën over hadden.
En dat hebben ze erin gestopt.
En wij als stafleden, wij verzorgden de praktica en de werkcolleges.
We hadden eigenlijk nauwelijks bemoeiendes met examens.
Ook pas later is gekomen, daar heb ik ook zelf aan meegeholpen dat in te voeren.
Dat je zo'n examen op lengte proeft testen.
Want ik heb zo'n project gedaan, elektriciteit en magnetisme.
En dat was een van die problemen.
Als je dat examen echt op niveau 19 wilde halen.
Dan had je dus iets van vier uur nodig.
die had ik nodig en dan haalde ik wel een 10
maar die tijd was natuurlijk absurd lang
dus je moet ook al die vragen
pretesten bij
jonge medewerkers
van toen ook
dus dat soort dingen die het onderwijs beter maakten
dat is in het begin was dat
en nu vaak nog geloof ik
dat wordt nog
onderwijs krijgt ook niet voldoende aandacht
en dit soort kleine dingen die toch de kwaliteit sterk verbeteren
dat is al heel lang mis geweest
als onderwijsverbeteraar
moet werken om bij vakken de resultaten
beter te krijgen, dan weet je dat is een van de dingen
waar je naar moet kijken.
Nou ja, helaas
voor de studenten
is het zo dat die surveillance
is weer gekomen. Dat heeft maar een paar maanden geduurd.
Dus sorry voor de studenten
nu, maar wie mag helaas niet meer spieken.
Ik wil het hier
dan bij afsluiten en
nog misschien een laatste vraag
aan jou.
Wat heb jij nou het meeste meegenomen
van je tijd op de THT en de
Ja, ik heb nog steeds
erg veel lol in ontwerpen
en bedenken.
En bedenken van
niet alleen hoe je anderen iets kunt leren
maar hoe je anderen
kunt leren hoe ze anderen iets kunnen leren.
Dus ik blijf vooral een leraar
opleiden.
De manier van dingen overbrengen.
Ja, en een tweede ding
wat ik eigenlijk al van Albert Pilo
heb geleerd in de jaren zeventig
is dat ik altijd heel graag samenwerk.
En dan met afgesproken werkverdelen.
Het is altijd nodig om jezelf te laten controleren.
En het is heel stoerend als je zelf voor een heel product...
van begin tot eind verantwoordelijk bent.
Dus het is heel handig als je een collega hebt...
en dan even afspreekt van ik maak snel het concept...
en jij kijkt het kritisch na.
En omgekeerd.
Soms kun je allebei, soms is de collega beter in de een of de andere...
moet je daar een werk verdelen.
Ik zit nu veel uren in een buurtcentrum...
Daar hebben we dat ook niet goed voor organiseerd.
Dat doet iedereen het ook alleen.
Dat is ook maatschappelijk belangrijk.
Dat je leert samenwerken.
Dingen met anderen te doen.
Op elkaar af te stemmen.
Dan zelf niet alles op je eigen schouders te laden.
Wat je helaas op de middelbare school te veel leert.
Dan ben je altijd nog wel vaak veel te verantwoordelijk.
Voor je eigen eindproduct.
Dus samenwerken met elkaar.
Optrekken samen dingen doen.
Dat is ook een van de dingen.
Waarvan ik denk dat heb ik echt pas op de th goed geleerd.
Ja, daar heb ik later veel plezier van gehad.
Dus eigenlijk ook een beetje in de richting van...
dat je Ben en Rolf zelf zeggen...
de manier van denken, de manier van kijken naar problemen.
Dat klopt wel ongeveer.
Ja, daar heb ik echt wel bij geneerd ook.
Ja, oké.
Dan gaan we nu echt de aflevering afsluiten.
Bedankt voor je komst naar de studio...
en voor je verhalen en inzichten.
Mochten jullie thuis nu benieuwd zijn...
naar het interview van Rolf...
of wil je graag andere studenten horen...
over hun tijd op de UT of de THT...
Volg dan even de link in de beschrijving naar het Oral History project van de Universiteit Twente.
Zelf bent u ook geïnterviewd door de seniorenvereniging Gewis.
Ook die video's zullen we heel even linken in de beschrijving.
En ik hoop dat jullie genoten hebben van de verhalen van Hennie.
En hopelijk tot de volgende keer bij de podcast Oral History.
Mogen het de pioniers, de vormgevers en hun opvolgers gegeven zijn...
de Technische Hogeschool op Driederlo in de bandstad Twente...
Te zien uitgroeien tot een vast steunsel aan de onderhoud der vrijheid.