Prepare for your inburgering exam with "Mijn familie" — this A1 lesson covers family & relationships. Lisa and Maarten chat naturally, teaching you possessive pronouns, adjectives along the way. Everything for your exam at inburgeringprep.com: KNM examen aanmelden.
Today's grammar point is possessive pronouns, adjectives. Along the way, discover gezelligheid and dutch family life — essential knowledge for the inburgering exam.
Train dit examenonderdeel: oefenen examen schrijven A2.
Vocabulary from this episode — more: hello in Dutch
Perfect practice for inburgering exam listening comprehension at A1 level. Join Lisa and Maarten every day for bite-sized Dutch lessons.
Inburgering exam coming up? Read the study guides. Then keep going: inburgering vrijstelling.
Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 Free inburgering practice at learn Dutch free
Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.
Hoi
Maarten,
kom
binnen!
Wil
je
koffie?
Hoi
Lisa.
Ja,
lekker.
Kijk,
ik
heb
hier
oude
foto's.
Op
mijn
telefoon.
Oh,
leuk.
Mag
ik
kijken?
Ja,
natuurlijk.
Kom,
ga
zitten.
Oké,
kijk.
Dit
is
mijn
vader.
En
dit
is
mijn
lieve
moeder.
Ja,
ik
zie
het.
Een
leuke
foto.
Waar
was
dit?
Dit
was
op
vakantie
in
Spanje.
Het
was
heel
warm
daar.
Ah,
mooi.
Jouw
vader
is
heel
lang.
Ja,
klopt.
Mijn
moeder
is
klein.
Ik
lijk
op
mijn
moeder.
Ja,
dat
is
waar.
Jullie
hebben
dezelfde
lach.
Oh
wacht...
volgende
foto.
Dat
is
mijn
broer,
Thomas.
Hij
is
een
beetje
gek.
Haha,
een
grappige
broer.
Wat
doet
hij?
Hij
is
student.
Hij
woont
in
Amsterdam.
Leuk.
En
dat
meisje?
Dat
is
mijn
zus,
Eva.
Haar
haar
is
blond.
Ze
is
mijn
jongere
zus.
Zij
lijkt
ook
op
jouw
moeder.
Echt?
Ja,
een
beetje
wel.
Eva
is
heel
slim.
Oké.
Heb
je
nog
meer
foto's?
Ja,
zeker.
Kijk,
hier.
Onze
hele
familie
samen.
Wauw,
dat
is
een
grote
familie.
Lekker
druk.
Ja.
Dit
was
een
feest
voor
mijn
opa.
Het
was
heel
gezellig.
Gezellig.
Dat
is
een
goed
Nederlands
woord.
Altijd
met
familie.
Ja
precies.
Dit
is
mijn
opa
en
dit
is
mijn
oma.
Ze
zijn
heel
oud.
Ze
zien
er
lief
uit.
Ze
zijn
heel
lief.
Mijn
oma
maakt
de
beste
appeltaart.
Oh,
lekker!
En
dit
kleine
kind
hier?
Wie
is
dat?
Haha,
dat
ben
ik.
Een
klein
meisje.
Nee!
Wat
schattig.
Een
kleine
Lisa.
En
jij,
Maarten?
Hebben
jullie
een
grote
familie?
Nee,
mijn
familie
is
klein.
Ik
heb
geen
broer
en
geen
zus.
Oh,
echt
niet?
Jij
bent
een
enig
kind.
Ja,
precies.
Alleen
ik
met
mijn
ouders.
Jullie
zijn
echt
een
grote
`familie`.
Ja.
Ik
heb
één
`broer`
en
één
`zus`.
En
mijn
ouders
natuurlijk.
Dus
je
`vader`
en
je
`moeder`.
Precies.
En
mijn
`opa`
en
`oma`
wonen
dichtbij.
Dat
is
fijn.
Dat
is
heel
gezellig.
Mijn
`oma`
woont
ver
weg.
Nou,
dat
was
dus
mijn
familie.
Een
korte
tour.
Ja,
heel
leuk.
Ik
ken
nu
jouw
vader,
jouw
moeder,
je
broer
en
je
zus.
En
mijn
lieve
opa
en
oma
niet
vergeten!
Nee,
zeker
niet.
Een
gezellige
familie.
Nou,
ik
moet
weer
gaan.
Bedankt
voor
de
koffie
en
de
foto's.
Geen
probleem.
Tot
snel!
Ja,
doei!
Doei!