Welkom bij de podcast van Stichting Nooit Voorbij.
Een plek waar we praten over de thema’s die ouders van een overleden kind raken, waar we verhalen delen, en ook ruimte maken voor lichtheid en een lach – juist naast het gemis.
Abonneer op ons kanaal en blijf op de hoogte wanneer er weer een nieuwe aflevering online staat.
Welkom bij de podcast van Stichting Nooit Voorbij. Hier praten we over de thema's die ouders van een overleden kind raken. Ouders delen hun verhaal en vertellen hoe zij omgaan met rouw, gemis en het leven daarna.
Speaker 2:Dit gaat nooit voorbij.
Speaker 1:Mijn naam is Mirjam Lauwe van Bekkum en in elke aflevering ontvang ik een andere gast. Laten we beginnen. Vandaag praat ik met Fins moeder Edit over de avontuurlijke zoon Finn over het loslaten en over de momenten waarop haar grootste angst werkelijkheid werd. Dankjewel, Edit of welkom Edit. Fijn dat je er bent.
Speaker 1:Lemonique, jij bent er ook weer vandaag.
Speaker 2:Ja, wat fijn.
Speaker 1:Ik vind het ook heel leuk.
Speaker 2:Ja. Hoe gaat het met je? Ja, gaat heel goed met mij. Ja en hoe gaat het met jou Mirjam?
Speaker 1:Nou, het gaat ook heel goed. Ja. Fijn dat je het vraagt. Ja. Eigenlijk ben je hier elke week of ben je hier heel vaak bij de podcast.
Speaker 1:Maar vertel nou eens aan de luisteraars wat je eigenlijk precies doet.
Speaker 2:Ja, dus ik kan me voorstellen dat mensen dat niet weten. Nou, ik ben al ruim 25 jaar rouwtherapeut. Dus ik begeleid gezinnen rondom grote verliezen. Niet alleen bij dood, ook bij scheiding en en levend verlies. Ik heb verschillende boeken geschreven waaronder ook in dit kader het boek jouw jouw rouw bij kind verlies.
Speaker 2:En ik heb een eigen academie. Tegenwoordig school ik ook andere hulpverleners in hoe om te gaan met rouw, want dat is echt een specifiek gebied. En daarnaast heb ik mijn online rouwverwerkingsprogramma's. Dus dat is even me in een notendop. En ik ben een hele leuke oma van thees schattige kleinkinderen.
Speaker 1:Dat is wel schattig. Maar heb je daar überhaupt dan nog wel tijd voor als ik het zo hoor?
Speaker 2:Dat maak ik steeds meer. Dat doe je goed. Ja.
Speaker 1:Ja, nou daar hadden we het natuurlijk ook over gehad hè, met mijn voornemens. Precies, precies weet je het toch? Ja, ja, mijn voornemens zijn uitgekomen.
Speaker 2:Goed.
Speaker 1:Ja, zie het. Die van jou volgens mij ook.
Speaker 2:Begin ook uit te komen, ja Ja. Nee, fijn. Nou. Leuk om hier weer te zijn.
Speaker 1:Zeker en het is bijna 6 september en dan is de onthulling van het monument op Westerveld begraafplaats in Driehuis. Je kan je nog steeds aanmelden via onze website. Dan krijg je ook de informatie over hoe en wat. Het is van 2 tot 4 en het is hartstikke leuk als je erbij bent. Kom je ook Edith?
Speaker 3:Nee, helaas.
Speaker 1:Jammer. Je was er wel met wereldlichtjes dacht
Speaker 3:ik. Ja, ik had wel gewild om, maar we gaan dan
Speaker 1:op vakantie. Ja, nou dat is wel iets belangrijker.
Speaker 3:Ja. Ja. Het monument staat er daarna ook nog
Speaker 2:wel toch? Ja.
Speaker 3:Ja dat is wel de bedoeling. Ja. We gaan er zeker heen,
Speaker 1:maar Ik laat het je wel gewoon een andere keer zien. Ja, maar komt goed.
Speaker 3:Gaan we samen.
Speaker 1:Ja. Maar ja, fijn dat je er bent. We gaan natuurlijk best wel een zwaar onderwerp bespreken, namelijk jouw zoon Finn. Ja. Maar ik zal eerst heel graag willen weten wie Finn was voor een jongen.
Speaker 3:Wie Finn was? Ja dat vind ik heel moeilijk om dat eventjes in een notendop te vertellen. Want Finn was 21. Dus al een heel heel leven gehad natuurlijk, nog lang niet. Maar al heel wat meegemaakt.
Speaker 3:Hele vrolijke, vriendelijke en sociale jongen. Dat klinkt allemaal heel positief. Niks goeds nou over de doden natuurlijk, maar dat was hij echt. Dat is het was een hele lieve jongen, altijd bereid je te helpen. En eigenlijk nooit echt gepieberd.
Speaker 3:Hij was een hele lieve jongen die altijd klaar stond voor iedereen. Je hoeft het maar te zeggen en hij deed het. En nooit, ik heb eigenlijk nog nooit echt een conflict met Finn gehad. Mhmm. Die zocht ik af en toe weleens op, omdat ik het dan een beetje oneerlijk vond echt over René, waar ik af en toe wel een conflict mee had.
Speaker 3:Die gewoon precies puberde zoals dat hoorde. En Finn ja, die deed het helemaal niet. Het was echt iedereen mocht hem ook. Was heel gek om Finneni te mogen. Ja.
Speaker 3:Dus ja dat is eigenlijk mijn notendop, heel erg avontuurlijk. Hij wilde altijd enge dingen doen. En reislustig. Reislustig, dat kwam later. We hebben natuurlijk overal mee en niet overal.
Speaker 3:We zijn niet zo heel veel bereis met hem. Want we begonnen met Thailand en daarna wilden we wel meer reizen met die kinderen maken. Maar toen kwam corona, dus Vietnam ging al niet door. En ja, toen werd hij wat ouder. En wilde natuurlijk ook op een gegeven moment met zijn vrienden op vakantie.
Speaker 3:En hij was helemaal gek van koude landen, want de zon vond hij maar niks. Dus hij wilde graag naar Noorwegen En niemand wilde met hem mee, dus ging' maar alleen. Dus dat vond ik wel eens door.
Speaker 2:Wauw. Ja.
Speaker 3:Ja, dus hij had nog zoveel plannen om te reizen, maar niet heel veel meer kunnen doen helaas. Mhmm.
Speaker 1:Mooi en jij hebt ook ja, meegeschreven aan het boek wat nog uit gaat komen, onverwacht voorbij. Ja. Ja, heb dus het verhaal natuurlijk een paar keer gelezen. Wat je echt heel goed samen met Roy Samen met Roy, ja. Hebt beschreven.
Speaker 1:En er zitten ook echt kippenvel momenten in het boek. Want wat ik zo mooi vind is dat je Feen eigenlijk altijd in zijn jurkjes liet lopen. Dat het je niks uitmaakte. Wat ook gewoon zo hoort, denk ik. Toch?
Speaker 1:Maar ook dat je hem zo nou dat jullie zo relaxed waren over toen hij uit de kast kwam. En en dat helemaal geen issues en dat hoor je natuurlijk ook weleens anders, hè, Leony?
Speaker 2:Ja, absoluut tuurlijk, ja.
Speaker 1:En zo fijn dat hij bij
Speaker 3:jullie wel die ja, die veiligheid voelde ongeveer. Ja, hij vond het niet heel makkelijk om te vertellen, hoor. Op 1 of andere gekke manier. Want hij wist dat we er heel erg relaxed in stonden. Ja.
Speaker 3:En nou, toen hij heel klein was dachten we het eigenlijk al om 1 of andere ja. Ja? Net of je het voelt. Ja. Maar dan zie je van ja, zolang hij gelukkig is, gaan wij het ook.
Speaker 3:En Ja. Hoe die dat invult, dat maakt ons helemaal niks uit. Maar goed toen we het hoorden toen was het wel via via. Dat vond ik wel lastig. Want ik wilde graag dat' het zelf zou vertellen.
Speaker 3:Maar ja dat vond' toch zoals hij dat zelf zei awkward. Mhmm. En toen heb ik het toch zelf ja, opengebroken. En tijdens het koken dat we niet in elkaar ogen hoefden te kijken. Heb ik het met hem besproken en zegt van nou, wat hoor ik nou via via.
Speaker 3:Hij zegt ja, ik zeg hoor dat je op mannen valt. Hij zegt ja dat klopt. Oké. Nou, nog een paar vragen gesteld of je weleens verliefd is geweest en zo. Nou, daar krijg ik kort en bondig antwoord op en dat was het.
Speaker 3:Mhmm. Ja.
Speaker 1:En heeft hij nog gedate?
Speaker 3:Jazeker, zeker ja.
Speaker 1:Ook nog een vriendje gehad?
Speaker 3:Nou, niet echt een vast vriendje. Wel ja, hij heeft weleens tegen me gezegd dat hij een date had. Dat vond ik natuurlijk heel erg leuk. Dan begon hij eigenlijk er wat over te vertellen. En durfde ik hem niet het hand van zijn lijf te vragen, want was ik bang dat hij weer weer dicht zou klappen.
Speaker 3:Maar ja, hij heeft wel gedate. Maar hij heeft niet echt een vriendje gehad die niet mee naar huis heeft genomen, nee. Nee. En hij had waarschijnlijk meer gedate dan ik dan ik weet. Want ik hoef af en toe 4 zijn vrienden nog weleens wel terug.
Speaker 3:Dat ik denk gelukkig maar, weet je wel. Ja. Dat' toch nog wel ja, van genoten heeft.
Speaker 1:Ja. Ja en en en
Speaker 3:en Finland volgens mij ook heel veel humor. Je liet natuurlijk
Speaker 1:ook op op ja, we waren natuurlijk vorige maand, zal ik weer 2 maanden geleden op Ja. Op kamp. En toen liet je dat filmpje ook zien met dat dansje en zo van Vin.
Speaker 3:Ja, die had een dansje gemaakt. Geweldig, ja,
Speaker 2:is gewoon
Speaker 3:Ja, toch super toch? Ja, kijk elkaar een beetje aan. Zo van wat is dit nou voor gek dansen. Ja. Maar we vonden het wel heel leuk dat hij het in mekaar zette, want wij waren als vriendengroep ook altijd heel erg van de dansjes.
Speaker 3:En moest' altijd meedoen en Mhmm. Deed' ook wel hoor. Niet altijd met plezier, maar deed het altijd wel. En en deze had hij allemaal zelf bedacht. En was' Ja.
Speaker 3:Waar gaat dit over? Een liedje van van de Eurovisie songfestival, want daar was' ook helemaal gek van. En ik snapte dat liedje niet zo goed, maar ik vond het ook wel weer grappig. Dus nou, op elke keer op een ander plekje had hij een stukje opgenomen van dat dansje en dat zette hij dan achter mekaar. Nou ja, superleuk.
Speaker 3:Ja. Dus en maar ik vond het heel leuk dansen dat hij het zelf bedacht had. Maar later eigenlijk toen hij overleden was heb ik er veel vaker naar gekeken. En toen dacht ik wat is het eigenlijk geniaal. Ja.
Speaker 3:Dus toen wilden we zelf ja, omdat we natuurlijk met een vriendengroep altijd filmpjes en dansjes opnamen hebben we dat dat dansje met zijn allen gedaan, hè. Ja. In een kersttrui waar hij zelf altijd in liep, dus... Ja,
Speaker 1:nou ik heb het gezien.
Speaker 3:Het is echt heel leuk. Ja.
Speaker 1:Ja, dus nou en en toen werd het op een gegeven moment ja, 5 januari. En ja, de moeilijkste dag uit je leven. Ja. En wil je ons meenemen naar die dag hoe het is begonnen en...
Speaker 3:Ja, ik hoop dat ik het droog houd, want ik vind het toch best wel lastig om te vertellen. Maar we zaten met vrienden aan tafel thuis te eten. We hadden een dag daarvoor hadden we een feestje gehad in verlaat Nieuwjaarsfeestje. En was ook wel grappig dat de dag daarvoor heeft hij allemaal foto's van ons gemaakt. Vlak dat we weggingen waren natuurlijk in en mooie kleren aangetrokken.
Speaker 3:En toen zat die naast mijn dochter foto's van ons te maken. En toen zeiden ze nog tegen elkaar, dit is de omgekeerde wereld. Die houtjes gaan zo stappen en wij gaan zo lekker naar bed. Dus nou was een hele leuke avond en des ochtends vroeg hebben we dan altijd een soort brunch met ja, een beetje napraten over het feestje van leuk. En die kinderen vinden het altijd prachtig, want daar eten we ook uitgebreid.
Speaker 3:Dekken we de tafel, eitjes koken. We waren nooit zo van des ochtends, maar wel als we dan met vrienden feestje hadden gehad. Dus dat vonden ze heel leuk. Duurde tot een uur of ja, 1 half 2 was het een beetje afgelopen en toen ging Finnen een pakje wegbrengen. Een pakje op zondag, dacht genoeg van hoe kan dat nou weet je, maar ja, tegenwoordig kan je elke dag wel een pakje wegbrengen.
Speaker 3:En hij ging met ons autootje, we hadden een heel oud autootje voor het kaartje. Wat eigenlijk ja, in mijn ogen al niet meer helemaal voldeed om lange ritten mee te rijden, maar voor een boodschapje of nou, pakje wegbrengen. Kon dat nog best wel. En hij zou eerst onze mokka meenemen. Onze andere auto, maar ja, hij stond hem af aan zijn zijn zus, want die ging boodschappen doen voor het avondeten.
Speaker 3:En hij loopt nog naar de de tuin om zijn schoenen te pakken die niet meer in de gang mochten staan. Omdat hij nogal wat luchtjes afgaf. Mhmm. En ik zei nog van goh, wat ga jij wat ga je doen? Nou, pakje wegbrengen dus.
Speaker 3:Ik zeg een lego pakje. Wat heb je ervoor gevraagd, vraag ik nog. En hij zegt nog van ja dat ga ik niet zeggen, want dan krijg ik dat gezeik weer dat ik weer te weinig heb gevraagd. Nou, had hij wel een punt en had ik zeker een... En zeg eens, had ik zeker wat van gemaakt.
Speaker 3:Maar ook wel weer grappig hoor. Dus hij trekt zijn schoenen aan. Hij zegt tot zo en achter de deur nog even open en zegt tot zo en doet de deur dicht. Maar ja, dat beeld dat zal ik nooit van mijn netvlies krijgen. En toen nou 8 minuten later kregen we op onze telefoon een melding.
Speaker 3:En René kwam beneden, omdat ze boodschappen wilde doen. Ze zegt van nou, ik weet het niet hoe, maar Finny heeft de de hulpdiensten gebeld. Dus ik zeg, hulp diensten? Is dat voor je rare appje. Dus Royse kijkt me aan en zegt nou, ik heb hem ook gekregen.
Speaker 3:Dus toen keek ik op mijn telefoon en toen zag ik dat ik hem ook had gekregen. Ik denk nou, wat gek, weet je. Wat wat wat is dit voor melding? Waarom gebeurt dit? Weet je?
Speaker 3:Ja. En toen zei mijn vriendin nog van nou is misschien spam. Want misschien dat zijn telefoon of dus zijn horloge ergens tegenaan is gekomen. En dan lijkt het net alsof' ie van heel snel opeens stil staat. Dan gaat die melding eruit.
Speaker 3:Want als je dan binnen een bepaalde tijd niet reageert, iets van 5 of 10 seconden. Dan gaat je telefoon ook naar de hulpdiensten 1 en 2 bellen om ja, roep in te roepen. En dus wij kregen hem ook en nou, we gingen zoiets van nou wat flauwekul. Wat is dit nou? Het zal al niks zijn, maar Roy die ging toch met een vriend in de auto er naartoe naar die locatie.
Speaker 3:Want daar zat ook een locatie pinnetje bij. En toen ben ik op mijn telefoon gaan kijken op 1 1 2. Ik werk zelf bij de ambulance, dus ik wist wel welke sites ik moet bekijken die op de date waren. En toen zag ik ook dat er een MMT, dat is Hayri, dus met een arts aan boord, onderweg was vanuit Rotterdam Die naar Amsterdam was bezet. En daar schrok ik wel heel erg van en toen dacht ik ik wil er ook heen, weet je.
Speaker 3:Ik weet niet wat daar aan de hand is, maar het moet daar gewoon heen. En toen zijn we in de auto gesprongen met mijn dochter ook en haar vriend en mijn vriendin. En toen ben ik onderweg ben ik Roy gaan bellen en die nam niet op. Hij nam wel op, maar hij zei niks laat ik het daarop houden. En ik hoorde wel heel veel gerommelen op de achtergrond en nou ja, toen wist
Speaker 2:ik het al.
Speaker 3:Mhmm. Ik denk die Haily dat bericht en hij reageert niet. Dus zijn we er heen gereden en ik heb eigenlijk alleen maar geschreeuwd van is' dood? Is' dood? Mhmm.
Speaker 3:En na na een paar seconden kreeg ik antwoord. En toen heb ik mijn telefoon door de auto gegooid en ben ik ja, heel hard gaan schreeuwen. En toen we daar aankwamen toen nou ja, zag ik die auto staan en die lag nogal in mekaar. En eum en Roy stond daar natuurlijk al met met onze vriend Lex en met zijn handen in zijn haar. Ik zie het nog zo vroeg me en ik stap uit en ik ik wilde daar die auto rennen.
Speaker 3:Maar ja, ik zie natuurlijk hoe ongelooflijk hij in mekaar ligt. En collega's die komen ja, als een soort gordijn op me af met zijn vieren. Kent ze natuurlijk allemaal. En ze kijken me aan en ze zeggen van hé, dit wil je echt niet zien. Dus ik denk bij mezelf ja, jullie hebben het gezien.
Speaker 3:Waarom mag ik het niet zien, weet je wel? Dus ik ben er langs gaan rennen en ik ben naar de auto toe gaan rennen. En toen dacht ik ja, hij is echt heel erg in elkaar zit' ziet' hoe ziet' erbij? Weet je, hoe stuk is' Dus ben ik toch gestopt en en toch teruggelopen. En daar heb ik al de dag vandaag nog steeds spijt van.
Speaker 1:En omdat je hem wel hebt gezien?
Speaker 3:Nee, ik heb hem niet gezien, maar omdat ik hem niet heb gezien. Omdat ik graag bij hem wilde zijn. Ja. Ik heb me in de steek gelaten zo voelt het wel een beetje. Maar ja, ik heb wel een beetje proberen te achterhalen hoe die erbij zat.
Speaker 3:Via politie en via mijn collega's en met heel klein beetje informatie wat ik gekregen heb. En ik heb natuurlijk ook gezien dat die op gebaard lag. Dacht ik nou, misschien was het maar beter dat ik het niet gezien heb.
Speaker 1:Ja. Maar wel in de Ben natuurlijk ambulance verpleegkundige. Ja. Dus je ziet heel veel. Ja.
Speaker 1:Dus dus misschien dat je daar ook wel een heel klein beetje uit kon concluderen als die
Speaker 3:ja, ja, precies.
Speaker 1:Ja. Je misschien te zien kreeg. Ja. Leonique wat wat wat vind jij als je dit dan hoort van dat ze eigenlijk schuldig is dat ze er niet bij is geweest, maar eigenlijk is ze ook beschermd. Hoe sta jij hierin?
Speaker 2:Ja, ze is niet schuldig maar ze voelt zich schuldig. Nou, ik herken het. Ik herken heel veel van wat ik bij mijn cliënten hoor. Dat je je wilt er eigenlijk niet naartoe uit angst voor wat je te zien krijgt en later heb je daar enorm veel spijt van. Ja.
Speaker 2:Terwijl je ook later met je cognitieve brein weet het is maar beter dat ik het niet gezien heb.
Speaker 3:Zeker.
Speaker 2:Maar dat gevoel van ik laat mijn kind in de steek. Ik wil bij hem zijn, hè. Dat dat dat is zo herkenbaar. Even kijken heb ik nou antwoord gegeven op jouw vraag. Wat vind je ervan?
Speaker 1:Nou ja, ze is natuurlijk beschermd door
Speaker 2:hem niet
Speaker 1:te laten zien. Ja. Maar ze heeft daar nu last van.
Speaker 2:Nou ja, dat ik ik vind altijd wel dat is altijd het ingewikkelde. Er zijn dingen die niet terug te draaien zijn. En dan kan je misschien maar beter het wel zien. En we zeggen altijd je kan bij wijze van spreken therapie krijgen op datgene wat je wel hebt gezien. Maar je kunt nooit invullen wat je niet hebt gezien, hè.
Speaker 2:Ja. Dus hoe en bij jou gaat het niet eens om het zien. Je had gewoon bij hem willen zijn. Ja, misschien was daar een andere manier voor geweest. Dat kunnen we nu allemaal niet meer invullen.
Speaker 2:Daar gaat het ook niet om. Het gaat er ook om iemand beslist voor jou dat het beter is om niet te zien. En jij bent niet bij macht op dat moment om daar een goede beslissing over te nemen. Natuurlijk niet, natuurlijk niet. En ik zou ook niet weten hoe het anders moest, hè.
Speaker 3:Hij zat ook wel heel erg bekneld, hoor. Hij Ja. Hij zat ergens achterin de auto. Ja, ja. De voorkant was helemaal weg.
Speaker 3:Dus ja, dan moet er echt afschuwelijk uitgezien Ja, maar je had zo graag bij hem willen zijn. Nou ja dat weet je. Hij was natuurlijk op slag dood. Daar ga ik wel vanuit, want die klap is zo heftig geweest. Hij is ja, om onbekende reden is hij op de verkeerde weg hoofd terechtgekomen.
Speaker 3:En waarschijnlijk ja, misschien toch iets te hard gereden, afgeleid. Misschien zat hij op zijn horloge te kijken. Op zijn telefoon waarschijnlijk niet, want die was onbeschadigd. Mhmm. En de legoblokjes in de auto waren allemaal kapot.
Speaker 3:Mhmm.
Speaker 2:Dus ik
Speaker 3:denk ja, als zijn telefoon door die auto was geknald, was die echo beschadigd geweest. Maar goed, had natuurlijk altijd nog die eye watch. Ja. Waar natuurlijk dat bericht doorgestuurd door werd. En ja, wat er gebeurd is dat ja, zal altijd een vraag blijven.
Speaker 3:Waar ik heel graag antwoord op zou willen, maar ik heb we hebben ook een tijdje terug hebben we de getuigenverklaringen gelezen bij de officier van justitie. Mhmm. En we hebben allemaal in mogen kijken en ja, ze zeggen allemaal hetzelfde. Hij verandert van baan en En niemand weet waarom. Niemand weet de employee te
Speaker 2:nakijken natuurlijk, nee. Ingewikkeld hoor, hè. Niet weten. Ja dat is weten. Ingewikkeld als je het niet weet.
Speaker 1:Dat lijkt me ook heel lastig.
Speaker 2:Ja. En is ook belangrijk, hè. Want het brein houdt niet van zwarte gaten. Dus het brein moet gewoon een verhaal kunnen maken en dat kan nu eigenlijk niet.
Speaker 3:Nee, nou ja, het is het is waarschijnlijk aquaplaning geweest, denken we. Maar ik ben ook zo bang dat die auto gewoon een mankement had. Mhmm. Dat Dat' vastzat of dat' met zijn voet ergens onder zat of dat zijn gaspedaal bleef hangen of iets dergelijks. Ja, het kan alles geweest zijn.
Speaker 1:Maar is dat dan niet onderzocht nog?
Speaker 3:Nou die auto is verder niet helemaal onderzocht en waarom dat is, is me ook een beetje onduidelijk. Er is wel er zijn wel meteen dingen geroepen ter plaatse ook. Dat die verdrietig was en dat zijn relatie over was en dat hij dus suggereerde dat hij het expres zou hebben gedaan. Joh. En daar ben ik heel boos om geworden, want ten 1e had' geen relatie.
Speaker 3:Was je niet verdrietig en Ja. Had allerlei plannen nog. Hij zou een week later zou' met een vriend op wintersport gaan. Daar had' onwijs veel zin in. Had net nieuwe ski's gekocht.
Speaker 3:Die staan nog steeds zo ongebruikt in de garage. Had was geld aan het sparen om een motor te kopen, motorlessen. Had had zoveel plannen, zoveel energie en hij was zo vrolijk. Dat dat ik dat niet geloof, dat hij het expres heb gedaan. Maar er blijft altijd wel een heel klein stemmetje in mijn hoofd van wat is er nou gebeurd?
Speaker 3:Ja. En daar ben ik wel naar op zoek gegaan natuurlijk van was hij dan toch misschien depressief of zo. Of mensen die dan denken dat hij hier niet om kon gaan met zijn geaardheid en zo, weet je. Maar dat was echt niet zo. Want hij was daar echt heel erg oké mee.
Speaker 3:Want iedereen kon het gewoon aan hem vragen en dan zei die gewoon ja, ja, ik val op weet ik val op mannen. Ik val op jongens. Ja. Ja, het is
Speaker 1:jammer dat dan dat soort geruchten dan bijkomen. Ja. Ja, nog meer van de Ja, nou precies dat.
Speaker 3:Ja. Daar heb ik echt heel veel verdriet van gehad.
Speaker 2:Want denk je als als dat als je dat niet had gehoord? Was jouw gedachte dan nooit die kant op gegaan?
Speaker 3:Nou wel, maar meer omdat het een heel gek ongeluk is.
Speaker 2:Ja, ja,
Speaker 3:ja. Je denkt er zat niemand achter hem die kan vertellen wat hij deed. Nee. Er zijn wel getuigen die achter de vrachtwagen hebben gezeten. Had ik het al verteld dat hier frontaal tegen een vrachtwagen gereden was.
Speaker 3:Maar goed dat
Speaker 2:Ja, maar hij klinkt ook niet... Nou goed, maar nu ga ik het in zitten vullen, merk ik. Maar hij klinkt ook niet als een jongen die een ander ook in gevaar brengt. Nou, zijn eind
Speaker 3:aan wil Dat zou ik me niet heel onwaarschijnlijk scenario. Zei iemand op een gegeven moment ook van ja, maar Vinz zit niet in mekaar. Stel dat hij het zou willen doen. Dat hij dan iemand anders daar ook nog maar in gevaar. Dat zou die echt nooit nooit doen.
Speaker 2:Wat een zoektocht.
Speaker 3:Maar het blijft toch ja en ik mag ook niet van Roy zeggen, want Roy zou overtuigen als het niet zo is. En ik ook wel hoor achter in mijn achterhoofd, maar wat is er nou gebeurd? Ja.
Speaker 1:Ja, en dan vraag ik het even aan jou leuning. Als als als Edith zo worstelt ermee hè? Dit zullen meer ouders herkennen die een kind door een ongeval verloren zijn. Wat kan je hiermee doen? Want je krijgt het antwoord niet.
Speaker 3:Hoe kan
Speaker 2:je hiermee verder? Ja, het is zo flauw. Maar je moet dus echt leren leven met geen antwoord. En ik denk ook dat daarom zoveel mensen een medium opzoeken. Niet iedereen houdt ervan hoor, dus dat dat is voor iedereen persoonlijk.
Speaker 2:Maar om toch te proberen om wat antwoorden te verschonen. Heb jij dat ook gedaan? Zeker.
Speaker 3:Ja? Ik zat na 3 weken al bij medium.
Speaker 2:Ja en heb je daar iets in nee, want anders had je dit nu niet te vertellen. Maar hoe hoe was dat voor jullie of voor jou?
Speaker 3:Ja, ik ik heb via een kennissen die had heel goed adresje voor me. Die had daar heel goede ervaringen mee. Dus ik dacht dan ga ik daarheen. Mhmm. Maar ja, ten 1e ben ik ik wil het wel heel graag geloven, maar ik weet niet of ik het geloof.
Speaker 3:Dus ik ben wel vrij nuchter erin. En en hij was hij had die foto van hem vast en hij zei eigenlijk ja, niks wat wat waarvan ik dacht dit dit kan hij niet weten of dit klopt niet weet je wel. Ging hij dingen vragen. Hoe oud was' Is' verongelukt? Het was ook niet dat hij zei ja, hij is verongelukt, Nee.
Speaker 3:Dus overal waar ik ja op zei, zei ze ja, ja, het is een wat een lieve jongen, wat een lieve jongen. Verder krijg ik eigenlijk helemaal niks eruit. En dacht wat moet ik hier nou weer mee. Maar toen zei die ook, hij zegt je bent hier denk ik te vroeg. Mhmm.
Speaker 3:Hij zegt ik krijg niks door. Hij zegt het enige wat hij wel zei, hij zegt hij heb het niet expres gedaan. Dat heb je wel gezegd. Maar het is omdat ik ernaar vroeg. Mhmm, ja,
Speaker 2:ja, ja, ja. Nee, dus dus dit uiteindelijk en het we hebben het nu over natuurlijk omdat ouders blijven zitten met een vraag. Maar dit geldt eigenlijk voor heel veel stervensgevallen hè. Ook iemand die ziek is geweest kan het soms al gaan over heb ik wel goed voor hem gezorgd op dat laatst. Dus je blijft altijd, niet altijd, je blijft veel achter met vragen.
Speaker 2:En uiteindelijk is dat iets waar je dat toch naar de achtergrond gaat verschuiven. Omdat je toch constant tegen jezelf blijft zeggen, maar ik zal er nooit antwoord op krijgen. En dat is moeilijk, maar dat vervaagt met de tijd. Dan wordt dat een verhaal.
Speaker 3:Ja, we weten niet precies
Speaker 2:hoe ja, dus daar krijgen we nooit antwoord op. Kijk nu nu is het nog steeds heel erg nadrukkelijk aanwezig, hè. Dat hoor ik ook en dat snap ik ook. Het is
Speaker 1:ook nog Het is nog maar anderhalf jaar ja,
Speaker 3:daarom daarom.
Speaker 2:Ja. Dus ja, maar dat is uiteindelijk het enige wat erop zit. En heel veel onderzoek doen en dat dat doen jullie ook. Want je hebt die politierapporten gelezen, hè. Dus je bent wel bezig geweest met proberen erachter te komen.
Speaker 3:Ja, maar we konden niet meer aan zijn telefoon. En dat wilden we in het begin eigenlijk ook niet, want we dachten dat is dan zijn eigen privé. Weet je wat wat daarin vinden. Ja. En toch wil je erin.
Speaker 3:Ja. Klinkt wel heel gek, maar toch wil je erin. Het brein wil weten. Maar dat ging echt niet. We hadden geen codes en op een gegeven moment hadden...
Speaker 3:De politie heeft er ook iets mee gedaan. Het is ons een beetje onduidelijk valt, maar we konden er al heel snel niet meer in. En nou, uiteindelijk hebben we die telefoon leeg laten halen. En Ja. Weer te kunnen gebruiken zeg maar als een soort van ja, gevoel dat je Ja.
Speaker 3:Bij je hebt. Ja. Dus dat dat is sowieso allemaal weg. Dus mocht er ooit eens iets zijn telefoon gestaan hebben. Wat ik niet denk hoor, maar Nee.
Speaker 3:Het het blijft wel ja. Ja. Ik denk dat ik de enige ben die dat die dat stemmetje in mijn hoofd heeft.
Speaker 2:Ja, of in het gezin bedoel je de enige.
Speaker 3:Dat ze nou ja, maar René kijk me ook af en toe aan. Dat is mijn dochter. Ja. Waar heb jij het nou over? Doe het gewoon weet je wel.
Speaker 3:Ja,
Speaker 2:ja. Ja, joh. Nee, het is zo belangrijk om verhaal te kunnen maken. Dat brein dat dat wil wat ik zeg dat wil weten.
Speaker 3:Maar het is niet dat het me dagelijks bezighoudt, hoor. Het is ik ik vertel het nu uitgebreid. Ja. Eigenlijk vind ik dat ook wel weer jammer, want het is niet een issue wat continu aanwezig is. Het is natuurlijk ook het is alleen maar Ja.
Speaker 3:Ja. Nou, dan gaan we gewoon door naar het volgende Ja, ja.
Speaker 1:En wanneer kon je vind mocht je Finn weer zien na het ongeval?
Speaker 3:Nou, hij is des avonds is' ie lag' in Heerhugowaard even uit mijn hoofd. Is natuurlijk best eentje rijden dan we mochten naar hem toe. Maar er was wel de mededeling van jullie mogen er heen. Maar hij is nog niet verzorgd, weet je wel. En ik ben zo ingestort des avonds.
Speaker 3:Ja. Ik was zo verdrietig dat ik Ja dat ik ben op bed gaan liggen en ik heb een paar slaappillen ingenomen. En ik ben de hele avond van van de kaart geweest. Ja. Ja, dus we hebben besloten de volgende dag naar hem toe te gaan.
Speaker 3:Hij was hier weer in de regio gebracht. En vrijgegeven mochten we hem mochten we hem zien. En toen hebben we hem voor het eerst gezien. Ja. Verzorgd zo ver mogelijk, want hij was flink beschadigd.
Speaker 1:En drong het tot je door dat dit allemaal gebeurde?
Speaker 3:Ja, weet je iedere keer als ik naar bed ging hoopte ik dat ik wakker zou worden dat het 1 grote droom was. Een slechte droom dan wel. Maar het drong wel tot me door ja. Iedere keer weer, ja. Het was wel iedere keer als ik wakker werd iedere keer weer van ja, weet je dit is er aan de hand.
Speaker 3:God, hoe moet ik nu verder?
Speaker 1:En dan moest je ondertussen ook nog een uitvaart regelen.
Speaker 3:Ja, nou gelukkig heb ik heb ik Roy, weet je? Want ik heb natuurlijk zijn ook mensen die een kind verliezen die geen partner hebben. En ik denk dat het ook moeilijker ook is om dan zo een uitvaart te regelen. Maar Roy die die ging eigenlijk meteen in de in de regelstand. En die heeft heel veel geregeld en dat vond hij ook prettig om te doen.
Speaker 3:En ik heb die week zeg maar doorgebracht door een liedje te oefenen wat ik wel graag zijn
Speaker 1:Ja, ik al zeggen. Je hebt het ook bij ons bij kamp heb je gezongen, hè. Dat nummer van ik mis je. Ja. Ja, waardoor we allemaal echt kippenvel kregen.
Speaker 1:Het is zo mooi. Nou dan Ik vind het zo knap dat jij dat op die uitvaart gewoon hebt kunnen zingen voor
Speaker 3:je zoon. Vind ik zelf
Speaker 1:wel beetje dat. Toch?
Speaker 2:Ja, heel knap, hè. Tuurlijk. Boven jezelf kan uitstijgen.
Speaker 3:Ja, het is toch een soort roes waar je in zit. Want ik ben ook niet echt ingestort tijdens de uitvaart. Wel bijzonder.
Speaker 2:Nee, dat hoor je toch ook altijd. Ze zeggen ik dan zeggen mensen vaak ik stond anderen te troosten.
Speaker 3:Ja. Ja, ja, precies. Zelfs mijn dochter die vertelde ook haar verhaal. Nou, hij is ijzer ijzer sterk. Ja.
Speaker 3:En Roy natuurlijk en heel veel vrienden hebben een praatje gedaan. Het was wel een hele mooie uitvaart. En ik vond ook wel... Kijk dat liedje wat ik speelde is is ook het enige liedje wat ik ken, hè. Ik ken eigenlijk helemaal geen gitaar spelen.
Speaker 1:Nee, maar je deed het echt echt heel mooi. Het was echt Ja.
Speaker 3:Dus ja dat dat het eruit is gekomen vind ik zelf ook nog wel bijzonder.
Speaker 1:Ja. Ja. En ja, je zegt ik was niet ingestort op de uitvaart, maar ben je daarna wel ingestort dan?
Speaker 3:Ja, ja, zeker. Ja. En hoe uitte zich dat?
Speaker 1:In in in liggen op bed niet
Speaker 3:meer Nee, nee dat niet. Want ik heb een moeder gehad die heel erg depressief was en en altijd op de bank lag. En dat was mijn grootste angstbeeld dat mijn kinderen mij ooit op de bank zouden zien liggen des middags weet je wel. Dus daar ben ik altijd heel ver van weggebleven. Dus heb ik nu ook gedaan, heel bewust.
Speaker 3:Ik wil gewoon niet op die bank gaan liggen. Dus ik ben heel veel gaan praten met mensen. En ook met een collega van mij die hetzelfde soort meegemaakt heeft als ik. Die was zelfs als hulpverlener ter plaatse bij een ongeluk waar haar zoon in de auto zat. En dat is wel al 10 jaar geleden, dus dat is wel in het effenteur.
Speaker 3:Maar zij heeft mij meteen gecontact en we hebben mekaar opgezocht. En ik heb heel veel met haar gewandeld en gepraat met haar hoe zij zeg maar het opgepakt heeft. Wat voor therapie ze heeft gehad en hoe zij weer terugkwam op de ambulance. Want dat is wel wat ik wilde. En zij adviseerde mij om EMDR te gaan doen.
Speaker 3:Dat heb ik gedaan, paar sessies. Wat ik heel erg zwaar vond.
Speaker 1:Want het was En na hoe lange tijd heb je EMDR gedaan of?
Speaker 3:Nou, 3 maanden, 4 maanden.
Speaker 1:Want Lenique is heel even een vraag aan jou. Want EMDR, vanaf wanneer kan je dat eigenlijk überhaupt doen als je nog in de overleefstand zit?
Speaker 2:Nee, je kan het meteen doen. Je kan het meteen doen. Ja, het is ik zou het zelfs aanraden om als je terugkerende beelden hebt waar je heel veel last van hebt om het zo snel mogelijk te doen. Want iedere keer dat je met dat beeld bezig bent en je voelt daar die emoties bij, brengt je dat nog verder in je. Dus hoe eerder je met EMDR kan starten, hoe beter het is.
Speaker 2:En je kan EMDR ook weer op andere dingen toepassen. Dat dat doe ik tenminste wel, maar en dan gaat het misschien niet zozeer op die in indringende beelden. En dan gaat het gewoon over andere dingen. Maar zeker als je trauma hebt hè, zoals bij jullie. Ja, dan kan je dat wel vrij snel starten.
Speaker 3:Oké, ja dat zei mijn mijn collega ook al zeggen, je moet er zo snel mogelijk mee starten. Maar ik denk dat ik nu ben ik anderhalf jaar verder. En ik heb nu wel weer het gevoel van misschien moet ik het gewoon nog een keertje aan doen, weet je.
Speaker 2:Dat kan dus heel goed.
Speaker 3:Want ik heb wel weer last van beelden. Ja. Ja. Ook die ik zelf maak, weet je. Die
Speaker 2:Ja, zeker.
Speaker 1:En en en jij bent ook je was ook vrij snel bij ons bij de stichting. Ja, Volgens mij de 3 maanden.
Speaker 3:3 maanden al? Ja, ik ik had ontzettend behoefte aan aan lotgenoten. Ja. Ja. Ik zocht het ook op op Facebook en ik ja, dat is misschien een ziekelijk, maar misschien, maar ik ben continu op zoek naar dat soort verhalen weet je wel.
Speaker 3:Dat je soort van gedeelte smart is half smart. Ik weet het niet. Nou of Terwijl ik die mensen allemaal helemaal niet ken.
Speaker 1:Misschien toch om dat verhaal toch nog kloppend te krijgen krijgen of zoiets. Dat zou het zou kunnen zijn van dat je misschien nog uit andere inspiratie uit nou ja, inspiratie niet het goede woord, maar...
Speaker 2:Nou wel, ik denk in dit geval wel dat inspiratie een goed woord. Want daardoor kan je denken wacht even zo ik had gezeten of zo, maar dat zou kunnen. Maar ik denk vooral wat je zegt gedeelde smart, halve smart. En een ander die heeft aan een half woord genoeg. Ander weet meteen hoe je ervoor zit, hè.
Speaker 1:Ja.
Speaker 2:Weet je.
Speaker 3:Ja en ik wil heel graag ik wil heel graag over Finn praten. Ja. En dat vind ik echt heel fijn, weet je. Want Ik ik heb heel heel veel moeite met mensen die weten wat er gebeurd is en niks aan me durven te vragen. Dat ik al geneigd heb van nou, je mag wel iets aan me vragen als je iets wilt weten, weet je.
Speaker 3:Want ik ik zijn naam spreek ik gewoon heel graag uit, weet Mhmm. Wil heel graag dat' er altijd bij zal blijven. Ja. Dus toen ik bij jullie kwam. Ik had toevallig een vriendinnetje gesproken en die kende 1 van die moeders die ook mee geschreven heeft aan een boek van jullie.
Speaker 3:En toen zei ze misschien moet je haar eens contacten. Dus ik denk nou goed idee. Nooit voorbij, wat is dat weet je wel. Dus toen ben ik gaan googelen en toen ja, had ik een mailtje gestuurd naar Cindy, die reageerde vrij snel. En nou, toen zat ik bij jullie op kantoor Ja.
Speaker 3:Te vertellen dat ik dat boek gelezen had, onverwacht voorbij, heet die geloof ik. Die je daar had liggen. Ja. Ja,
Speaker 1:ja. Nooit weg van
Speaker 3:jou of ja, dan doe ik niet. Nee, geloof ik. Geef toe de titels.
Speaker 1:Nee, ik kom
Speaker 3:wat weg. Dus het boek heb ik echt van van begin tot eind heb ik helemaal gelezen. Dacht ik mezelf wat fantastisch als ik als ik Vin podium kan geven in dat boek. Leeft me zo fantastisch. Maar ja, omdat dat boek natuurlijk nog niet zo lang geleden uit was.
Speaker 3:En jullie zeiden van ja, mocht het ooit weer komen dat dat had ook jaren kunnen duren. Dan zullen we je contacten. Dus nou
Speaker 1:Dat was 3 maanden
Speaker 3:later. Dat was vrij snel. Ja. En was ik even heel erg blij mee. En Roy had zoiets van ja, moet dat nou en ik zeg nou, ik wil wel graag met jou doen, weet je.
Speaker 3:Hij is dan is ook heel goed in schrijven. En toen hij aan uiteindelijk door om was en aan het ideeën gewend was vond' het ook wel een heel mooi proces. Ja. Ja. En het is
Speaker 1:ook echt superfijn dat jullie meedoen, want Ja.
Speaker 3:Wat een sfeer hebben ze ook nodig. Nou dat is echt hele mooie groep mensen, ja.
Speaker 1:Ja, is echt een hele leuke groep. Ja. En jij hebt hoe hoe ja, dus
Speaker 3:die hoe hoe ben je verder die rouw doorgekomen, die maanden doorgekomen na het overlijden? Wat wat heb je allemaal gedaan om Nou ja, ik ben heel erg bezig bijtje. En ik was eigenlijk best wel vrij toch wel passief. Ik wist wel heel veel afgesproken met met mensen. Heel veel wandelen en weet dat daar hadden we het op een gegeven moment zo druk mee dat we bijna geen avond meer alleen waren.
Speaker 3:Want we wilden ook wel weer iedereen zien. En ook al de vrienden van Finn die kwamen nu nog steeds heel veel langs.
Speaker 1:Wat fijn.
Speaker 3:Ja dat is echt super hartverwarmend. En er zijn ook vrienden van Finn die nou heel langzaam vrienden van René aan het worden zijn. Dus we zien ze echt heel vaak. En altijd als hun binnenkomen komt er altijd een stukje Finn binnen. Dus daar ben ik echt wel heel erg blij mee.
Speaker 3:En nou ja, sporten niet meer dan dat ik normaal deed. Eigenlijk minder terwijl ik dacht dat ik veel meer zou gaan sporten, maar ik kon de energie daarvoor gewoon niet vinden. En en toen ben ik na ja, een maand of 6, 7 ben ik toch weer heel langzaam koffie gaan drinken op mijn werk. En kijken hoe ik langzaam weer kon re-integreren. Want ik wilde wel graag terug op de wagen, ja.
Speaker 1:Maar dat lijkt me heel zwaar. Ja. Om de ambulance weer op te gaan als je zoiets mee hebt gemaakt.
Speaker 3:Ja, ja, maar ja, het is niet mensen denken altijd dat we elke dag tot ons aan aan onze enkels in het bloed staan. Met allerlei zware ongelukken, maar dat dat is niet zo, weet je. Het houdt veel meer in. Als ik zit nou 17 jaar op die wagen en dit soort heftige ongelukken zoals met Finn gebeurd is nou, als het er 2 zijn dan is het
Speaker 2:veel. Jeetje.
Speaker 3:Nou met jonge mensen De
Speaker 1:de de geluiden, de de beelden.
Speaker 3:Ja, nee heb geen last van.
Speaker 2:Wat fijn.
Speaker 3:Ik had zelf iedere keer als ik een als ik een Ambi hoorde en die heb ik daar ook niet gehoord, hè. Want ze waren er al, hè. Dus die sirenes heb ik niet gehoord. Als ik dacht ik ik wil er ook ik wil er ook weer op week. Dat had ik wel heel sterk.
Speaker 3:Dus en ik ik zit nu alweer ja, sinds januari werk ik weer vol volledig. En nou, ik heb nog niet zo'n ongeluk meegemaakt. Dat is vind. Nee. Nee en het gebeurt het gebeurt elke dag.
Speaker 3:Want dat heb ik echt wel gezien als ik op Facebook kijk of gewoon op social media. Het gebeurt gewoon echt elke dag. Maar ja, het is natuurlijk door heel Nederland. Je hebt natuurlijk ja, in onze dienst hebben we al 4 auto's. Alleen in de dagdienst al op onze post, een hele kleine regio.
Speaker 3:Dus er zijn zoveel auto's die rijden. Dus het is natuurlijk niet zo dat je er elke dag mee geconfronteerd wordt. En ja, ik weet niet hoe ga reageren als ik zo meteen wel een ongeluk heb met een jong iemand. Of een kind wat verdrinkt of ik ik weet het niet. Nee.
Speaker 3:Misschien dat het is het de druppel en stop ik er wel mee of
Speaker 1:Ja, want is dat wel eens door je hoofd gegaan van
Speaker 3:ik wil
Speaker 1:iets heel anders doen?
Speaker 3:Jawel, jawel. Ja.
Speaker 1:Maar voorlopig zit je goed.
Speaker 3:Nou ja, ja, ja, ik weet niet... Kijk, ik ik hoef natuurlijk nog niet zo heel heel lang meer. Ik ben natuurlijk ook al op een bepaalde leeftijd natuurlijk. Dus dan zou ik dit nog 10 jaar moeten doen en dan kan nou dat ga ik ook niet volhouden. Maar het is daar is het ook veel te zwaar voor.
Speaker 3:Maar ja, ik heb daar zeker wel over nagedacht. Maar ja, wat weet je dat is natuurlijk altijd de grote vraag. Ja. En ik heb niet alleen EMDR gehad. Ik heb natuurlijk meer therapie gehad.
Speaker 3:Ik heb ook nog bij een rouwtherapeut gezeten, een paar sessies. En ik ga binnenkort weer beginnen met rouwtherapie, want ik ik heb daar gewoon echt behoefte aan. Dus volgende week maandag heb ik weer mijn 1e afspraak. En het is wel moeilijk om iemand te vinden waarvan je denkt ik heb er een klik mee, weet je. Dat vind ik ook wel heel belangrijk.
Speaker 3:En ik denk dat ik die nu wel gevonden heb. Dus ik ben nog niet klaar met therapie.
Speaker 1:Nee, nee dat snap ik. Maar dat het kan ook niet in anderhalf jaar tijd toch alleen maar
Speaker 2:Nee, dat lijkt me ook niet. Nee, want eigenlijk begint het vaak nu pas een beetje. Ja. Dat je uit die roes komt. Ja.
Speaker 2:Dat je dan pas gaat beseffen jeetje, wat waar sta ik eigenlijk.
Speaker 3:En waar ik ook heel druk mee geweest ben is een ja, een plekje maken voor Vin waar die overleden is. We hebben daar hij is langs het kanaal verongelukt. En dat is een 80 baan, 80 kilometer weg, gewoon tweebaansweg. En daar kan je eigenlijk niet zo makkelijk komen. Dus dan moet je echt met de auto heen.
Speaker 3:Maar wij hebben daar een 1 bankje neergezet en met een plaatje met zijn naam erin grafeerd en zijn foto. En vrienden hebben daar allemaal gedenkstenen neergelegd met teksten erop. En ja, het klinkt gek, maar ik zit daar heel graag.
Speaker 1:Wat mooi.
Speaker 3:Bijzonder ja. Ja, je kijkt zo op de bootjes, op vader bootjes langs. En ik houd het gras een beetje kort en en mensen zetten af en toe een bloemetje neer of iets dergelijks. En het is echt ja, ik word daar toch rustig van. Het is toch mijn plekje, naar vind.
Speaker 3:Want ik heb geen ik heb geen begraafplaats. Ik heb er geen waar ik naartoe kan en dat realiseerde ik me achteraf. Ik denk waar ik kan eigenlijk nergens naartoe. Nee. Want Finn staat thuis.
Speaker 3:Wel gewoon natuurlijk, maar gewoon een plekje en denk van ik wil gewoon heel even naar Finn toe. Terwijl hij thuis is, maar Ja. Snap je wat ik bedoel?
Speaker 1:Ja, nee, ik snap het. Ik herken het ook. Ik had dat ook niet gereanimeerd dat dat die thuis stond, maar Ja. Ik vind het is eigenlijk heel fijn om naar een plek toe
Speaker 3:te toch? Dat je echt heel even gericht gaat rouwen,
Speaker 2:ja. Ja, nee dat is herkenbaar wat je zegt Ja.
Speaker 3:Ja. En ik zeg ook altijd, ik vraag altijd of of Roy of René meegaan. En meestal gaan ze niet, want zij vinden het niet zo heel fijn daar. Maar ze zeggen ik ga even naar Vin, weet je wel. Oké, weet je wel.
Speaker 3:Ga ik even maaien. Ga ik zijn muziek luisteren en dan ja, daar word ik wel rustig van. Fijn.
Speaker 1:En dat is ook goed, hè, Lanique. Dat je dan denk ik echt van die momenten pakt dat je echt heel bewust met je kind bezig bent of niet?
Speaker 2:Absoluut, ja, absoluut. Omdat je dan mag het ook van jezelf. Dus je kan er ook helemaal tijd voor maken dan. Ja. Dus terwijl als je thuis op de bank zit, dan maak je niet bewust tijd voor.
Speaker 2:Maar je kan eigenlijk niet anders. Maar dan maak je echt en vaak hoor ik ook dat mensen dan het gevoel hebben hij voelt ook dichtbij op dit plekje. Dan is het echt een contactmomentje. Dus dat is heel heel goed en heel waardevol. En ook ook omdat je als je daarna naar huis gaat, dan heb je dat gehad.
Speaker 2:Ik was even bij Finn. Ja. En nu ga ik weer naar huis. Oké, moet ik poetsen of ik moet wat je ook moet doen. Maar dan klopt het ook meer.
Speaker 2:Het is een soort van plekje waar het dan mag zijn. Is bijvoorbeeld 1 van de redenen waarom ik rouwtherapie ook niet bij mensen thuis doe. Maar bij mij op de praktijk en dat geldt voor heel veel rouwtherapeuten. Omdat je dan juist zo hebt, dan ga ik er naartoe. Daar is dat verdriet er een uur lang ten volle.
Speaker 2:Daarna droog ik mijn tranen, ik ga naar huis en het ebt nog een beetje na. En thuis ben ik dan weer thuis. Niet ik, maar de cliënt dus.
Speaker 1:Maar wat zou je dan adviseren aan alle ouders die de urn thuis hebben staan?
Speaker 2:Ja, zoiets maak een plekje.
Speaker 3:Want hoe heb jij dat gedaan Mirjam? Nou ik niet
Speaker 1:eigenlijk. Ja, ik ga heel vaak naar het graf van mijn opa en oma. En dan heb ik eigenlijk gewoon alles in 1. Dan denk ik gewoon aan alle mensen die overleden zijn in mijn leven. Maar niet ja, specifiek voor Florien.
Speaker 1:En ik hoop misschien dat het monument het Westen van
Speaker 3:Nou ja, precies. Naam ook. Ja. Ik denk dat ik daar ook wel vaak heen ga. Alleen omdat ze zijn naam er al op zaten.
Speaker 3:Dat vind ik wel mooi, hoor. Ja, dus
Speaker 1:ik ja, dus ik denk dat dat... Ja. En
Speaker 3:ik ging er zelfs 3 keer per dag ging ik er naartoe. Ja. Erg hè?
Speaker 2:Nee, helemaal niet.
Speaker 3:Onder uren zitten.
Speaker 2:Joh, me zo voorstellen. Ja, ik ook. Ja hoor, ja. Maar goed niet iedereen heeft die behoefte ook. Nee, Dus voor sommigen is het ook gewoon fijn dat die urn thuis staat en die denken daar niet eens over na.
Speaker 2:Die voelen die daar is het gewoon thuis is het plekje. En andersom kan net zo, dan heb je een plekje. Hoor je natuurlijk ook vaak bij een graf dat mensen zeggen ja, maar daar is die helemaal niet. Ja, ik ga wel naar dat graf, maar ik voel hem daar niet. Nee hoor, ik zit liever thuis.
Speaker 2:Dus het is allemaal, het is altijd maar een beetje zoeken van waar voel jij als ouder het meeste contact met je overleden kind. Ja. En waar of waar voel je het contact, maar waar voel je het prettig? Wat is voor jou een prettige plek?
Speaker 3:Ja, nou contact inderdaad wat jij zegt. Voel ik hem echt daar? Nou niet echt, maar ik ik heb wel het idee dat ik dan dichtbij hem ja, ja. Ik snap je wel een keer ja.
Speaker 2:Ja, zeker, ja, ja.
Speaker 3:En een collega van mij die waar we ook druk mee geweest zijn die heeft een hele mooie urn gemaakt. Een gravin, een hele grote
Speaker 2:vlinder. Mooi.
Speaker 3:Ja. Is ook mooi. Bijzonder. Ja, echt heel mooi gemaakt. Ja.
Speaker 1:Hé, wat zou jij tot slot ouders willen adviseren? Of heb je heb je een advies? Ik vraag deze, ik stel deze vraag aan elke ouder. Ja. Misschien heb je iets van een tip of een advies?
Speaker 3:Jeetje. Deze vraag heb ik natuurlijk voelen aankomen, maar niet heel goed over nagedacht. Maar weet je ja, blijf praten over je kind. Rouwen is natuurlijk zo ontzettend persoonlijk en iedereen doet het anders. En vooral respect hebben voor elkaar ook zeker in een relatie dat je respect hebt voor de andere rouw van van je partner of van je kind.
Speaker 3:Want iedereen doet het op een andere manier. En ik heb in het begin ook vaak mijn hoofd gestoten dat ik dacht van wat doe je nou raar en ben je niet verdrietig zo? En ben je nou vrolijk? En maar ja dat wil niet zeggen dat dat Roy bijvoorbeeld minder verdriet heeft dan ik. Maar hij doet het gewoon op een hele andere manier.
Speaker 3:En dat heb ik wel moeten leren. Want ik denk wel dat dat je relatie zou kunnen kosten. Dat je elkaar niet begrijpt. Ja, ik denk dat dat heel belangrijk is. Dat je in ieder geval
Speaker 2:Ja, ja, hadden het er de vorige podcast ook over, hè. Dus dat is dat hè. Jazeker. Ja, zeker dus dat klopt ook. Ja.
Speaker 2:Je moet je moet de ruimte geven aan de ander.
Speaker 3:Ook wat dat betreft.
Speaker 2:En nieuwsgierig blijven. Ja. En niet invullen. Je zal wel niet
Speaker 3:Nou, precies. Want dat is dat dat is echt een valkuil. Want ik dat daar betrapte ik mezelf ook wel eens op. Ik dacht van nou Ja. Waarom huilen jullie niet?
Speaker 3:Ben ik dit enige die je die verdrietig is overvindt. Ja. En als je dan ook nog eens boos bent, dan ga je dan spreek je er nog uit.
Speaker 2:Ja, ja. En dat is ook wel lekker verwijt worden.
Speaker 3:Ja. Ja. Je gunt het niemand. Maar ja, het gebeurt natuurlijk wat ik zeg dagelijks. Dus er zijn heel veel mensen in de rouw.
Speaker 3:Ja.
Speaker 2:Ja, precies.
Speaker 1:Precies en het mooie bij jullie is ook dat Roy is natuurlijk ook al in onze podcast geweest bij de vader podcast. En daar vertelt hij natuurlijk ook over jullie. Daar zijn we ook wat meer op ingegaan. Ja en jullie hebben ook zoveel respect voor elkaar. En dat zie je ook met kamp en en en dat vind ik wel heel mooi om te zien.
Speaker 1:Je team dat zei ik toen ook al, de dynamiek tussen jullie. Dat is wel heel fijn dat jullie ook echt wel steun aan elkaar hebben.
Speaker 3:Ja, ja, ja. Ja. En dat en weet je en ik heb het ook nodig hè, zoals Roy doet. Want als ik dan weer helemaal in me zwelg in mijn verdriet. En als Roy meegaat zwelliger dan kom ik er nooit meer uit.
Speaker 3:Dus dat is ook de aanvulling, weet je? Roy die is tuurlijk ja, hij is sowieso van nature positief. En ja, dat kan hij wel goed overbrengen, ja, ja.
Speaker 2:Ja. En andersom ook hè. Ik denk dat jij ook aan hem laat zien Je kunt ook heel verdrietig zijn, maar je kunt nog steeds dan daarna weer iets anders gaan doen. Ja. Dat je verdrinkt
Speaker 3:niet in je verdriet. En weet je en wij kunnen ook nog wel plezier maken hoor. Ja. Kijk, ik zal niet zeggen de het licht is weer gaan schijnen, dat zeker niet. Maar ik geloof wel dat ik ook op een dag weer durf te zeggen als iemand aan me vraagt, hoe gaat het met je?
Speaker 3:Waarvan ik nu nog denk van ja, wat denk je? Ja, niet dat ik dat zeg hoor, maar ja dat dat echt weer goed met me gaat. Dat ik geloof ook wel dat het wel weer komt. Ja. Weet je, ik heb nog een dochter.
Speaker 3:Daar moet ik natuurlijk ook voor door. En en als ik dan bij de pakken neer ga leggen en Ja.
Speaker 2:Heeft niemand wat
Speaker 3:aan. Heeft niemand wat aan.
Speaker 2:Nee, precies.
Speaker 3:En Finn ook niet. En Finn ook niet. Nee.
Speaker 1:Nou ja en hoe Esther ook zei van de zon gaat wel weer de zon gaat wel weer schijnen.
Speaker 3:Zin was inderdaad heel mooi. En dan denk ik dan ja, zij is natuurlijk ook al even verder. Dus dat gaat bij mij ook wel weer gebeuren. En nogmaals ja, ik geniet ook wel van van dingen nu, hoor. Het is niet dat ik alles heel somber en donker zie.
Speaker 3:Net als dat weekend met zijn allen weet je. Dat alle vrouwen en mannen die zo ontzettend verdrietig zijn. Maar toch gewoon een heel gezellig weekend van kunnen maken met zijn allen. Dat is best bijzonder toch?
Speaker 1:Dat is heel bijzonder.
Speaker 3:Dus dat dus ja, zoek vooral blijf vooral mensen op zoek ook. En mensen die je willen steunen. Ik bedoel iedereen wil zo graag wat voor je doen en...
Speaker 2:Ja, ik denk je had het net over lotgenotencontact. Wat natuurlijk zo fijn is aan zo'n weekend. Als je daar plezier hebt zal niemand denken zal wel over zijn. Terwijl als je natuurlijk in je vriendengroep, nou ik weet niet voor jouw vriendengroep, maar wat we vaak horen heel veel plezier hebt. Kunnen ze denken het gaat gelukkig weer goed met haar.
Speaker 2:Het is over. Ja, ja. Maar iedereen daar in die groep weet ja, je hebt nu plezier. Maar over 5 minuten lig je weer te huilen en is het weer helemaal fout. Of fout, nee dat zeg ik helemaal verkeerd.
Speaker 3:Er zit geen fout
Speaker 2:aan, maar dus ik bedoel dat
Speaker 3:is ook zo fijn van lotgenoten. Ja, nou precies.
Speaker 2:Daarvoor kunnen mensen met lotgenoten echt plezier hebben om precies om die reden.
Speaker 3:Dus ja, wat kan ik ze adviseren? Kom bij de stichting.
Speaker 1:Oké, nou dat het is een heel mooi mooi om mee af te sluiten. Want Edith, ik wil je ontzettend bedanken.
Speaker 3:Nou ja dat Dat je
Speaker 1:je verhaal hier wilde delen. En Leonique jij ook heel erg bedankt voor je weer.
Speaker 2:Nou, bedankt.
Speaker 1:Ja, zeker bedankt. En ik wens jullie een hele fijne dag.
Speaker 2:Nou, ik jou.
Speaker 3:Ja, hetzelfde. Dank je wel.
Speaker 2:Dit gaat nooit voorbij.
Speaker 1:Je luisterde naar de podcast van Stichting Nooit Voorbij. Vond je deze podcast interessant? Laat het weten in de reacties en abonneer je op onze podcast zodat je op de hoogte wordt gehouden wanneer er een nieuwe aflevering online komt. Tot de volgende aflevering.
Speaker 2:Nooit voor voorbij.