Practice beginner Dutch listening with A1-A2 real-life dialogues about Must-Know Travel Dialogues.
Dutch Conversations for Beginners helps A1-A2 learners improve listening, pronunciation, and everyday vocabulary through short real-life Dutch dialogues. Each episode focuses on practical situations such as travel, shopping, health, work, home life, and social conversations in the Netherlands and Flanders.
Preparing for your Dutch inburgering exam? Practice with focused lessons, vocabulary, and exam-style training at https://inburgeringprep.com/?utm_source=moruk&utm_medium=podcast&utm_campaign=dutch_dialogues
Inchecken met problemen Hallo. Ik wil inchecken voor mijn vlucht. Hallo. Zet uw tas op de weegschaal, alstublieft. Natuurlijk. Ik hoop dat het goed is vandaag. U heeft twee kilo overbagage. Maar twee. Misschien kunt u mij helpen. Sorry, de regels zijn heel duidelijk. Kan ik iets in mijn zakken doen? Dat kan. Of u haalt iets eruit. Oké, ik haal dit grote boek eruit. Probeer het nu nog eens, alstublieft. Alsjeblieft, is het zo beter? Ja, nu is het gewicht goed. Mooi. Kan ik ook een stoel bij het raam krijgen? Laat mij uw ticket zien, alstublieft. Ik kijk graag naar de wolken en de lucht. Uw ticket heeft een middenstoel. Kunt u het vandaag voor mij veranderen? Sorry, de vlucht is vol. Dus geen raamplaats voor mij? Nee, de stoelen staan vast zoals op het ticket. Oké, de regels winnen weer vandaag. Hier is uw instapkaart. Dank u. Mijn tas is nu licht. En uw stoel is ook klaar. Niet wat ik wil, maar het is goed. Goede vlucht en fijne reis. Dank u. Ik lees de volgende keer minder. Dat is een goed reisplan, meneer. Vroeg inchecken Hallo, ik ben hier om in te checken. Welkom! Uw kamer is nog niet klaar. Ik kwam om negen uur ’s ochtends. Inchecken kan vanaf twee uur, sorry. Kan ik mijn tassen hier laten, alstublieft? Ja, we kunnen ze in de bagageruimte zetten. Dat helpt veel, dank u. Wilt u nu ontbijten? Ja, ik heb onderweg niet gegeten. Het café is open op de eerste verdieping. Kan ik nu de wifi krijgen, alstublieft? Natuurlijk, hier zijn de naam en de code. Mooi, ik moet één bericht sturen. De lobby heeft stoelen en zacht licht. Kan ik daar wachten na het ontbijt? Ja, en we bellen u als uw kamer klaar is. Hoe lang duurt het ongeveer? Misschien één uur, misschien iets langer. Oké, ik ga wandelen en de stad zien. Dat is een goed plan voor de ochtend. Houdt mijn tassen hier veilig, alstublieft. Natuurlijk, ze hebben nu een label. Dank u voor uw hulp vandaag. Graag gedaan, geniet van uw tijd. Ik kom voor twee uur terug. Dan hebben we uw sleutel klaar. Fijn, ik voel me nu rustig. Geniet van uw ontbijt en een fijne wandeling. Grappig afdingen op de markt Oh wauw, deze vaas is zo mooi. Ja, heel zeldzaam, uit oude tijden. Oud, zoals vorige week oud? Nee, nee, heel oud, bijna antiek. Het ruikt nog naar verse verf. Dat is een speciale oude geur. De prijs is te hoog voor mij. Het is al een lage prijs. Ik verlies al geld. Dat zegt u wel heel snel. Ik heb zeven kinderen, altijd honger. Zeven? Zijn ze echt of een fabeltje? Heel echt, ze eten als leeuwen. Misschien ga ik naar een andere winkel. Wacht, mijn kinderen huilen vanavond. Ze huilen toch wel, denk ik. Oké, ik geef nu een betere prijs. Het lijkt nog steeds een toeristenprijsje. Kijk, de kleur is perfect voor uw ogen. Goede poging, maar het is nog steeds te duur. Ik geef er een armband bij, een geluksarmband. Geluk voor mij of voor u? Voor allebei, maar meer voor u. Lagere prijs, en dan geloof ik u. U onderhandelt als mijn vrouw. Dat betekent dat ik win. Oké, oké, laatste prijs, ik geef me gewonnen. Afgesproken, ik neem de vaas en de armband. Ja, ja, de armband is gratis, maar de kinderen lijden nog steeds honger. Zeg de volgende keer tien kinderen. Ja, de handel moet snel groeien. Eten bestellen met een allergie Hallo, ik wil eten bestellen, alstublieft. Hallo, wat wilt u vandaag? Ik heb een allergie, dus ik moet vragen stellen. Dat is goed, vraag maar. Zit er ui in de steak? Ja, er zit wat ui in. Haal de ui eruit, alstublieft. Geen probleem, dat kan. Kan ik ook het bijgerecht veranderen? Ja, u kunt rijst of aardappelen nemen. Ik neem rijst zonder boter, alstublieft. Oké, rijst zonder boter. Hoe bakt u de steak? Rauw, medium of goed doorbakken? Medium, alstublieft niet te rood. Medium is goed en veilig. Zit er kaas op de salade? Ja, er zit kaas op. Haal de kaas eraf, alstublieft. Oké, geen kaas op de salade. Sorry voor de vele vragen. Het is goed, gezondheid is belangrijk. Vertel de keuken over mijn allergie, alstublieft. Ja, ik zeg het nu tegen hen. Dank u, ik voel me rustiger. Graag gedaan, het eten komt snel. Mooi, ik wil vandaag veilig eten. Eet smakelijk! Een OV-kaart kopen Hallo, ik wil een OV-kaart kopen. Hallo. Voor welke zones heeft u hem nodig? Ik denk twee zones, misschien drie. Waar gaat u naartoe in de stad? Ik ga naar werk in zone drie. Dan heeft u drie zones nodig. Hoe lang is deze kaart geldig? Hij is één maand geldig. Kan ik hem gebruiken in bus en trein? Ja, in bus, trein en metro. Ik zie hier een familiekaart. Ja, die is goedkoper dan een enkele kaart. Waarom is die goedkoper? Twee mensen kunnen hem samen gebruiken. Maar ik reis meestal alleen. U kunt hem toch kopen en geld besparen. Dat klinkt vreemd, maar goed. De regels zijn simpel, maak u geen zorgen. Wanneer begint de kaart te werken? Hij begint bij het eerste gebruik. Oké, ik wil drie zones voor één maand. Wilt u de familiekaart of een enkele kaart? De familiekaart, als die goedkoper is. Goede keuze, dat bespaart geld. Uw haar is vandaag heel opvallend. Dank u, het laat mensen glimlachen. Hier is mijn kaart, ik ga nu betalen. Dank u. Hier is uw OV-kaart. De auto heeft een deuk Hallo, ik wil deze auto huren. Hallo, laten we hem samen bekijken. Ik zie hier een deuk in de deur. U heeft gelijk, het staat niet op het papier. Ik wil hier niet voor betalen. Natuurlijk, ik schrijf het nu op. Maak er een foto van, alsjeblieft. Ja, ik maak één en nog één foto. Hoe zit het met de verzekering? De verzekering zit vandaag in de prijs. Dekt het deuken en krassen? Ja, het dekt kleine schade. Oké, nu kunnen we tekenen. Laten we de auto starten. De auto start helemaal niet. Oh, dat is niet goed, sorry. Ik heb vandaag een auto nodig die werkt. Ik kan u een andere auto geven. Ik heb een grotere auto nodig voor mijn tassen. Ik heb een grotere voor dezelfde prijs. Heeft die ook verzekering? Ja, dezelfde verzekering voor u. Bekijk hem eerst met mij, alsjeblieft. Zeker, laten we nu kijken. Als hij start, ben ik blij. Hij start, dat beloof ik. Dank u voor uw hulp. Graag gedaan, laten we gaan. De verborgen plek Hallo meneer, kunt u mij helpen? Hallo, ja, ik kan u helpen. Ik zoek een kleine oude toren. Mijn telefoon laat hem niet zien. Ja, mijn kaart toont alleen winkels. De toren is echt, maar hij zit verstopt. Hoe ga ik daarheen vanaf hier? Loop rechtdoor naar de blauwe brug. De brug bij de bushalte? Ja, ga dan links bij de bakker. Oké, links bij de bakker. Ga dan twee straten verder naar het park. Moet ik door het park of eromheen? Ga door het park en volg het kleine pad. Is de toren groot of klein? Hij is klein, maar heel oud. Hoe lang duurt het lopen? Ongeveer tien minuten vanaf hier. Ik maak graag foto's onderweg. Dan misschien vijftien minuten. Gaan er veel mensen naartoe? Nee, niet veel. Het is rustig. Ik hou erg van rustige plekken. Dan vindt u deze toren leuk. Dank u voor uw hulp vandaag. Graag gedaan, fijne wandeling. Dat doe ik, fijne dag. U ook, veel succes. Medische hulp voor een toerist Help, mijn been brandt. Stop! Wrijf er niet over. Het doet zo pijn. Wat is dit? Het is een kwallenbeet. Blijf rustig. Ik probeer het met zand schoon te maken. Nee, dat maakt het erger. Stop nu. Waarom doet het zoveel pijn? Het gif gaat dieper doorwrijven. Ik ben bang. Ik voel me raar. Bent u ergens allergisch voor... Ik weet het niet. Misschien niet. Adem rustig. Ik help u. Wat doet u nu? Ik spoel het met zeewater. Niet met zoet water? Nee, zoet water is hier slecht. Ik zag hem. Hij zag er mooi uit. Mooi, maar niet om aan te raken. Dat heb ik te laat geleerd. Volgende keer kijken, niet aanraken. De pijn is nog steeds sterk. Het wordt snel minder. Wacht even. Dank u voor uw hulp. Het is mijn werk. U bent veilig. Ik voel me nu iets beter. Goed, blijf vandaag uit het water. Ik blijf er nu ver vandaan. Goede keuze. Rust goed uit. Geen mooie kwal meer voor mij. Ja, alleen veilig zwemmen de volgende keer. De kaart werkt niet Hallo, ik wil dit betalen, alstublieft. Natuurlijk, leg uw kaart hier neer. Oké, ik probeer het nu. Het scherm zegt dat de kaart niet werkt. Dat is vreemd. Hij werkte vanmorgen nog. Misschien staat er geen geld op. Ik denk dat er wel geld op staat, zeker. U kunt het nog eens proberen. Soms helpt dat. Ik probeer het nog een keer. Wacht even. Het scherm zegt weer hetzelfde. Kan ik een andere kaart proberen uit mijn tas? Ja, probeer de andere maar. Oké, ik probeer het. Hopelijk werkt het. Het werkt ook niet. Sorry. Kan ik misschien met mijn telefoon betalen? Ja, we kunnen de telefoon ook proberen. Hier, ik hou hem tegen het scherm. Nee, de telefoon werkt ook niet. Oh nee, ik heb geen content geld bij me. U kunt iemand bellen om te helpen. Ik bel nu mijn vriend. Neem de tijd. Ik wacht hier. Hij kan over tien minuten komen met geld. Dat is goed. Ik bewaar uw spullen. Dank u. Sorry voor het probleem. Het is goed. Dit gebeurt soms. Ik kom zo terug met het geld. Goed. Tot zo. De strijd om de handbagage Hallo, dit is een kleine tas. Echt waar. Zet hem in het frame, alsjeblieft. Hij past als hij niet ademt. Het frame ademt ook niet. De tas is vandaag groot door de regen. Hier is het droog, meneer. Ik kan vijf jassen aantrekken om te helpen. U draagt er al drie. Dat zie ik. Nog één, nog twee, kijk, ik ben nu slank. De tas is nog steeds groot. Ik heb een meetlint. Meetlatten zijn verlegen. Mijn tas is dapper. Plaats hem in het frame, alsjeblieft. Misschien gebruiken we een knie en wat glijmiddel. Geen glijmiddel bij de gate. Alleen regels. Oké, ik duw. U kijkt weg. Ik kijk en ik tel mee. Hij zit er bijna in. Alleen een klein hoekje. Dat hoekje is niet klein, meneer. Het is maar een klein damestasje. Het frame zegt nee. Heel duidelijk. Kan ik mijn schoenen in mijn hoed doen? Hoeden zijn geen tassen, meneer. Goed, ik haal een boek en een jas eruit. Dank u. Probeer het nog eens. Kijk, nu gaat hij erin en past hij. Ja, nu past hij. Goed gedaan. Zie je, hij was altijd klein. Goede vlucht en adem weer rustig.