Middelen, Mensen en Milieu

Bij middelen voor het bestrijden van ratten en muizen moeten verschillende risico’s goed worden afgewogen. Enerzijds wil iedereen de populatie knaagdieren in bedwang houden; ze planten zich snel voort, kunnen ziektes overbrengen en met hun geknaag in stallen bijvoorbeeld kortsluiting veroorzaken. Anderzijds kennen de gebruikte middelen risico’s voor andere dieren in het milieu, zoals bijvoorbeeld roofvogels, terwijl frequent gebruik weer tot resistentie bij de plaagdieren kan leiden.

Bij dit alles lopen handhavers van ILenT aan tegen verbijsterende excessen bij het gebruik van de rodenticiden. Hoe gaat het Ctgb hier in de beoordeling mee om? Welke rol kan de Integrale Plaagdier Bestrijding (IPM-methode) hierbij spelen waarbij je verder kijkt dan alleen naar het middelengebruik? Twee Ctgb-collega’s en een ILenT-inspecteur bespreken wat ze in de praktijk zien, de afwegingen en de oplossingen in deze nieuwe aflevering van de Ctgb-podcast Middelen, Mensen en Milieu. 

What is Middelen, Mensen en Milieu?

Zijn de resten van bestrijdingsmiddelen in mijn voeding veilig? Wat zijn biociden en waar kom ik die allemaal tegen? Gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden gebruikt om schadelijke organismen te bestrijden. De voedselproductie heeft te maken met aantasting door schimmels, bacteriën, insecten en ziekten. Om dit te voorkomen worden onder andere gewasbeschermingsmiddelen ingezet en biociden worden gebruikt bij opslag en voor conservering en desinfectie. Daarop is een goede controle nodig, want het gebruik van die middelen moet voldoende veilig zijn. Hoe komen deze middelen op de markt en weten we dan zeker dat ze veilig genoeg zijn? In deze podcastserie gaan medewerkers van het Ctgb in op tal van onderwerpen voor iedereen die meer wil weten over gewasbeschermingsmiddelen en biociden in onze voeding, in onze leefomgeving en in de natuur. Ze worden nieuwsgierig en kritisch bevraagd door journalist Janno Lanjouw. Ze helpen jou een goed beeld te krijgen van dit veel besproken onderwerp.

Ctgb - Middelen, Mensen, Milieu
Seizoen 3, aflevering 3: Bestrijden van ratten en muizen omvat meer dan de inzet van middelen

[0:00:00] – Peter Aubel
En dat deed je als gewoon gif niet meer hielp, muizen aten het niet, dan wist je zeker dat muizen door die gaatjes heen en weer liepen en als je dat gat dan insmeerde met gif dan kreeg die muis dat aan zijn vracht, die maakte zichzelf schoon en kreeg op die manier het gif toch binnen.

[0:00:42] – Janno Lanjouw
Muizen, insecten, schimmels, groene aanslag op je boot of bacteriën op je handen, op tal van plaatsen gebruiken mensen middelen om ongewenste organismen in toom te houden. Maar wie zorgt er dat die middelen veilig zijn voor mens, dier en milieu? Het college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden toetst deze middelen en hoe ze dat doen? Daarover ga ik, Janno Lanjouw, in gesprek met de experts van het Ctgb. Je hoort het in Middelen, Mensen en Milieu.

Welkom bij aflevering 7 van Middelen, Mensen en Milieu. Een nieuw seizoen! De laatste aflevering dateert alweer van ruim een half jaar geleden en het is dus hoog tijd voor een nieuwe aflevering. Vandaag gaan we het hebben over misschien wel de meest herkenbare plaag voor gewone mensen in Nederland. Muizen en ratten. Je kunt dus van alles doen tegen muizen. Je hebt allerlei soorten vallen en je kunt gaten dichtmaken, wat het allerbeste idee is, zodat ze dan niet binnen kunnen komen. En je hebt zelfs van die apparaatjes die een heel vervelend hoog geluid maken, waar knaagdieren dan niet van houden. Maar als laatste redmiddel is er altijd nog gif. En dat gif heet ook wel een rodenticide en dat is best link spul. Dat ga ik bespreken, zoals gezegd, met twee experts van het Ctgb. Ik zit hier aan tafel met Hanneke Wiggers en Jan-Willem Andriessen. Beide welkom.

Hanneke, jij bent werkzaamheidsbeoordelaar van biociden bij het Ctgb. Wat houdt dat precies in?

[0:01:47] – Hanneke Wiggers
Als een fabrikant een biocidemiddel op de markt wil hebben in Nederland, dan vragen ze dat bij ons aan. En dan gaan we kijken of het veilig is voor mens, dier en milieu, maar ook of het werkt. En dat doet team werkzaamheid, dus wij kijken of het ook doet wat de aanvrager claimt wat het doet.

[0:01:58] Janno Lanjouw
En in de eerste plaats is dat dus, als we het hebben over rodenticiden: muizen doden of ratten doden.

[0:02:03] – Hanneke Wiggers
Ja, klopt.

[0:02:05] – Janno Lanjouw
En nog heel even kort voor de luisteraar die net hier instapt. Wat is het verschil tussen biocide en gewasbeschermingsmiddelen, want jij zit dus puur op de biocide.

[0:02:15] – Hanneke Wiggers
Ik zit puur op de biocide. Gewasbeschermingsmiddelen gaan eigenlijk over de landbouw, dus aardappels op de akker of in een voedsel-opslagplek. En biocide is alles wat daar niet mee te maken heeft, dus het doodt wel iets, maar het heeft niet te maken met onze voedselproductie.

[0:02:31] – Janno Lanjouw
Dus jij bent verantwoordelijk voor het beoordelen van de werkzaamheid van muizen- en rattengif. Hoe doe je dat?

[0:02:39] – Hanneke Wiggers
Beoordeling bij ons is altijd op papier, dus de aanvrager die levert de testen. Wij kijken eerst wat wil de aanvrager, dus bijvoorbeeld in dit geval wil hij een middel tegen bruine en zwarte ratten en muizen.

Dan gaat de aanvrager daarvoor testen leveren. Die gaan testen of de muizen en ratten het middel willen eten, want eigenlijk is het altijd een lokaasmiddel. Dus als het lokaasmiddel gegeten wordt, komt het gif in de muis of rat, en daar gaan ze aan dood.

Een aanvrager gaat daar testen voor leveren in het lab om te kijken of ze het überhaupt lekker vinden. Dus of het gif in het dier komt. En ze gaan veel testen leveren in een echte situatie, waar een plaag is, en dan wordt er gekeken of die plaag voldoende afneemt. Als dat meer dan 90% is, dan is het voldoende werkzaam om op de markt te komen.

[0:03:27] – Janno Lanjouw
Dus 90% werkzaamheid, dus dat ze 90% van zo'n plaag inderdaad doden.

[0:03:32] – Hanneke Wiggers
Ja, en het liefst 100%, maar dat is niet altijd haalbaar en daarom is de grens van 90% gesteld.

[0:03:38] Janno Lanjouw
En zo'n aanvrager is dus gewoon voor de duidelijkheid een bedrijf dat zo'n gif heeft ontwikkeld, zo'n middel heeft ontwikkeld, en dat dat op de markt wil brengen in Nederland.

[0:03:45] – Hanneke Wiggers
Ja, klopt.

[0:03:47] – Janno Lanjouw
Daarnaast hier aan tafel Jan-Willem Andriessen, langzaam al een beetje een oude bekende.
Jij bent beleidsmedewerker en jij bent ook vooral gericht op biociden, toch?

[0:03:56] – Jan Willem Andriessen
Dat klopt, ja. Soms zijn er vraagstukken rond biociden, waar nieuwe keuzes gemaakt moeten worden hier binnen het Ctgb, of bijvoorbeeld door departementen. En dan, als het hier intern is, dan maken wij als beleidsmedewerkers een advies aan ons college, zodat ze een besluit kunnen nemen. En we geven ook adviezen aan departementen als ze vragen hebben, specifiek over biociden. En dan...

[0:04:20] – Janno Lanjouw
Departementen zoals?

[0:04:22] – Jan Willem Andriessen
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met name. Daar gaat het vooral over. Maar ook VWS, dus de Volksgezondheid, daar kunnen biociden ook een belangrijke rol spelen.

[0:04:33] – Janno Lanjouw
Maar eerst even wat anders, want ter voorbereiding ga ik graag op reportage. En daar sprak ik over dit onderwerp met iemand uit de praktijk. In dit geval iemand die controleert of de inzet van biociden, waaronder ook rodenticiden, veilig gebeurt. En dat was Peter Aubel van het ILT, we gaan even naar de tape luisteren.

Reportage fragment I

[0:04:51] – Peter Aubel
Ik ben Peter Aubel, ik werk als coördinerend specialistisch inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Ik houd me bezig met de nationale afstemming van allerlei zaken op het gebied van biociden. Dat houdt in dat ik met brancheverenigingen praat, met het ministerie, met Ctgb, met andere collega inspectiediensten, om te kijken van hoe kunnen we goed toezicht houden op biociden.

Ja, toezicht richt zich op twee zaken. De biociden die gebruikt worden zijn die toegelaten, heeft het Ctgb die beoordeeld. En we kijken of de biociden gebruikt worden zoals ze gebruikt mogen worden. Sommige biociden hebben extra gevaren, waardoor het Ctgb zegt je moet aan extra voorwaarden voldoen om dat te gebruiken. Je moet opgeleid zijn of je mag het met een bepaalde frequentie gebruiken, niet meerdere keren per dag. En wij kijken of mensen zich aan die gedragsvoorschriften houden.

[0:05:47] – Janno Lanjouw
Hoe doen jullie dat?

[0:05:50] – Peter Aubel
We hebben diverse vormen van inspecties. We kunnen ad hoc zonder aankondiging langskomen en dan kunnen we je verrassen en kijken van hoe gebruik je dit eigenlijk? Tegen welk organisme? Kun je dat aantoonbaar maken? Want inspecteren is niet zozeer geloven op blauwe ogen, inspecteren is kijken of iets aantoonbaar wordt nageleefd.

[0:06:13] – Janno Lanjouw
Nou hebben we het vandaag over denk ik een van de meest bekende plagen voor veel mensen, namelijk muizen, ratten en ook andere knaagdieren, maar ik denk dat voor de meeste mensen de muizen en de ratten het meest herkenbaar zijn. Hoe typeer jij die knaagdierenplaag in Nederland?

[0:06:30] – Peter Aubel
Je hoort heel vaak in de media dat er plagen toenemen. Het is alleen zo dat in Nederland niet een bekend aantal plaagdieren is. We weten niet hoe groot de plaag is, of die toeneemt of die afneemt. Je kunt wel kijken, melden mensen meer overlast?
Muizen en ratten die zijn overal in de buurt waar mensen leven. Ze houden van hetzelfde voedsel, ze willen ook graag warm en droog zitten. Dus waar de mens gaat, gaat een muis en een rat. En het bekendste biocide denk ik in de buitenwereld is muizen- en rattengif.
Daar is veel om te doen.

Einde reportage fragment I

[0:07:07] – Janno Lanjouw
Dit was dus Peter Aubel. Hij werkt dan voor de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport. Dat is zo'n overheidsdienst die controleert of alles goed gaat. Hij controleert met name bestrijders. Maar hij werkt ook heel veel samen met de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dat is dan weer een club die heel erg kijkt naar voedsel en bijvoorbeeld of in een restaurant netjes wordt gewerkt. Dat is een enorme organisatie die bezig is om die muizen- en rattenplaag in Nederland te bestrijden. Wat zegt dat erover?

[0:07:47] – Jan Willem Andriessen
Dat is heel belangrijk dat deze diensten er zijn. Wij als Ctgb geven natuurlijk de toelating af. Daarbij staat precies hoe je ze moet gebruiken, deze producten.

[0:07:55] – Janno Lanjouw
De toelating voor een middel, ja.

[0:07:58] – Jan Willem Andriessen
Ja, de toelating voor rodenticiden bijvoorbeeld. Bij die toelating staat hoe je ratten en muizen daarmee kunt bestrijden. Maar dan de volgende stap is natuurlijk ook dat het in de praktijk ook zo gebeurt. Want de manier zoals wij voorschrijven, dan kan het veilig gebeuren. En als mensen maar gewoon doen wat ze zelf willen, dan is de kans groot dat er allerlei problemen kunnen ontstaan.
Dus om daar toezicht op te houden, is het heel belangrijk dat de inspectiediensten ook kijken naar worden die producten inderdaad op de juiste manier gebruikt. En worden de juiste producten gebruikt. Dus geen illegale middelen, maar juist die middelen die wij hebben toegelaten.

[0:08:34] – Janno Lanjouw
Ja, en die plaag, want gewoon Peter Aubel zegt van ja, het wordt niet in de gaten gehouden hoeveel daarvan zijn. Dus dat is, dat weten we niet echt. Maar ja, wat er wel, hij zei waar mensen gaan, gaan ratten. En ja, dat is op zich ook een eeuwenoude strijd. Ja, hoe heeft die strijd, als we het zo mogen noemen, zich de afgelopen decennia ontwikkeld in jouw visie?

[0:08:57] – Jan Willem Andriessen
Ja, dat is natuurlijk een eeuwenoud probleem. In de middeleeuwen hadden we de pest, die werd ook overgebracht door ratten. Dus het klopt waar mensen zijn, daar zijn ook ratten en muizen.

[0:09:09] – Janno Lanjouw
Hoe komt dat trouwens?

[0:09:12] – Jan Willem Andriessen
Ja, ze zoeken naar voedsel en mensen laten voedsel achter op allerlei plaatsen. Dus dat is heel aantrekkelijk. En ze zoeken nestelplekken. Nou, als je een huis bouwt is het heel makkelijk om eventjes ergens onder een steen of in de kelder of op zolder te kruipen en daar een nestje te bouwen.

[0:09:30] – Janno Lanjouw
Dus wat wij mensen fijn vinden, vinden zij ook fijn.

[0:09:34] – Jan Willem Andriessen
Ja, dat klopt. Daar komt bij dat het hele intelligente dieren zijn. Dus ja, ze maken overal gebruik van alle mogelijkheden die ze tegenkomen. En dat is natuurlijk altijd al zo geweest. En de mens heeft geprobeerd om daar middelen tegen te vinden, omdat die muizen en ratten ook heel veel overlast geven. Met name voedsel wordt aangetast, ze plassen en poepen in granen en in voeding en ze knagen aan allerlei zaken. Dat wil je niet.

Begin jaren vijftig is toen een gif ontdekt, warfarine heette dat, en dat was het eerste echte muizen- en rattengif. Daarvan ontdekten ze dat als ze dat nou geven, of dat ze zorgen dat de muizen en ratten dat binnenkrijgen, dan kunnen we ze daarmee bestrijden.

[0:10:24] – Janno Lanjouw
Wat was dat voor gif?

[0:10:26] – Jan Willem Andriessen
Het is een bloedverdunner en het grote voordeel hiervan is, ik noemde net al, ratten en muizen zijn hele intelligente dieren, het grote voordeel hiervan is dat het langzaam werkt. Dus een rat ziet zijn broertje of zusje ergens van eten, als dat broertje of zusje meteen dood zou vallen, dan denkt die rat, oh, daar hoef ik niet aan te gaan knagen, want dat is slecht voor mij. Maar omdat dat niet gebeurt, het duurt een paar dagen voordat een rat echt last krijgt van die bloedingen, want zo werkt dat middel, bloedingen intern, dan legt die rat geen verband tussen opname van het gif en de effecten die daarvan het gevolg zijn.

[0:11:07] – Janno Lanjouw
Dus dat middel kwam op de markt en toen?

[0:11:08] – Jan Willem Andriessen
Ja, toen was iedereen natuurlijk heel blij, eindelijk, we hebben een goed middel tegen ratten en muizen. Dat is dus ook op grote schaal ingezet, er zijn ook allerlei andere varianten van ontwikkeld. En toen in de jaren 70, 80, 90, toen ontdekte men toch ook de andere kant van het gebruik van dit gif. En die andere kant is daar zeker, er waren ratten en muizen die resistent werden, dus die dit gif gewoon konden verdragen zonder dat ze daaraan doodgingen. En er zijn ook roofdieren, bijvoorbeeld vogels, die deze ratten en muizen eten en die krijgen dat gif dan ook binnen. En dat was echt een toenemend probleem en sinds de jaren 2010 hebben we hele goede beoordelingen van deze producten en daar kwam ook overduidelijk uit dat deze producten eigenlijk enorme milieurisico's met zich meebrengen. Met name richting de doorvergiftiging naar wat we noemen predatoren, dus dat zijn dieren die dan weer ratten en muizen eten.

[0:12:18] – Janno Lanjouw
En dat werd in 2010 een betere manier van controleren, of werden er strengere regels? Wat is er gebeurd toen?

[0:12:24] – Jan Willem Andriessen
Ja, in die tijd zijn we deze middelen gaan beoordelen in Europa en daarvoor was een heel goed dossier noodzakelijk, dus die dossiers waren er. En toen konden we goede berekeningen maken hoe giftig deze middelen waren en wat de effecten op het milieu waren.

[0:12:43] – Janno Lanjouw
En toen bleek die doorvergiftiging gewoon echt een heel serieus probleem.

[0:12:46] – Jan Willem Andriessen
Ja, dat zijn de middelen met de grootste doorvergiftigings giftigheid die we kennen.

[0:12:54] – Janno Lanjouw
Nou ja, dus een epische strijd tegen de ratten en muizen en heel eventjes leek het alsof we hadden gewonnen, maar toen zat daar ook een groot nadeel aan. Ja, Hanneke, jij beoordeelt dus die werkzaamheid van die middelen. Nou ja, we hoorden net al, vaak zijn het bloedverdunners, geldt dat ook voor latere middelen?

[0:13:13] – Hanneke Wiggers
Ja, er is een hele grote groep bloedverdunners, er zijn een aantal stoffen. Je hebt de eerste generatie en de tweede generatie bloedverdunners, die zijn nog weer voor als je tegen de eerste generatie resistent bent, dan is vaak de tweede generatie bloedverdunners nog wat sterker, waardoor bruine ratten bijvoorbeeld daar niet resistent tegen zijn. Er zijn ook nog een aantal andere stoffen. Je hebt vitamine D, waar je een overdosis van binnen krijgt, dan heb je aderverkalking. Dat werkt juist weer heel goed tegen resistente dieren die niet doodgaan van bloedverdunners, die gaan nog wel dood daarvan, dus dat is een handig alternatief wat dat betreft.

En dan is er ook nog een stof en dat heet alfachloralose, dat is eigenlijk een oud slaapmiddel, waarvan ze in slaap vallen, in coma raken en dan door onderkoeling doodgaan.

[0:14:02] – Janno Lanjouw
Oké, en de meeste van deze middelen mogen consumenten niet zomaar gebruiken, maar die laatste geloof ik wel, toch?

[0:14:08] – Hanneke Wiggers
Ja, die laatste wel.

[0:14:09] – Janno Lanjouw
Dat is nog wat je kan kopen in de winkel?

[0:14:11] – Hanneke Wiggers
Ja, dat is het enige wat je nog als muizengif kan kopen in de winkel als consument.

[0:14:18] – Janno Lanjouw
We hoorden net al van Jan-Willem dat doorvergiftigen als groot nadeel, maar het is ook gevaarlijk voor mensen, toch?

[0:14:25] – Hanneke Wiggers
Ja, het is ook gevaarlijk voor mensen, want muizen en ratten lijken heel erg op mensen, dus wat gevaarlijk is voor hen is ook gevaarlijk voor ons meestal, alleen dan in grotere doseringen. Zo zijn deze stoffen vaak ook reprotoxisch, dus dat is gevaarlijk voor het ongeboren kind, maar ook voor de eigen vruchtbaarheid. Als een persoon die het gif neerlegt, als hij dat te vaak en te veel zou doen, kan dat ook gevaar opleveren, dus het zijn geen fijne stoffen.

[0:14:52] – Janno Lanjouw
Nee, precies, want er staan altijd met koeienletters waarschuwingen. Het is maar goed dat muizen niet zelf kunnen lezen, want dan zouden ze er nooit aan beginnen. Die felle kleur is er aangegeven om duidelijk te maken van: pas op, dit is niet eten.

[0:15:05] – Hanneke Wiggers
Ja, en daarnaast is het ook nog zo dat ze altijd een bitterstof hebben, dus dat het echt heel vies is, en dat proeven de muizen en ratten niet, dus die vinden het lekker, maar als je het als mens per ongeluk in je mond zou stoppen, dan denk je, blegh, en dan krijg je daar dus nooit heel veel van binnen.

[0:15:18] – Janno Lanjouw
Nee. Is het ook gevaarlijk voor huisdieren?

[0:15:20] – Hanneke Wiggers
Ja, als katten of honden het eten is dat ook gevaarlijk, maar katten zijn kieskeuriger, dus die nemen een klein hapje van iets en die denken dan, nou, niet voor mij. Honden zijn heel goed in zo'n complete lokdoos met aas en al doorslikken en dan pas denken, oh, dat was niet zo'n goed idee.

[0:15:36] – Janno Lanjouw
Wel typisch weer, typisch voor honden en katten.

[0:15:39] – Hanneke Wiggers
De meeste vergiftigingen zijn bij honden. En nou is er bij bloedverdunners wel een antigif, gelukkig, dus dan kun je als je het op tijd door hebt naar de dierenarts en die kan dan zorgen dat je hond er niet aan onderdoor gaat.

[0:15:51] – Janno Lanjouw
Maar het is best giftig spul, het is best intens, best heftig.

[0:15:54] – Hanneke Wiggers
Ja, zeker.

[0:15:55] – Janno Lanjouw
Daar moeten we goed voor uitkijken. Wat dat aan gaat, had ik ook weer bij Peter Aubel, die ik dus eerder sprak, de inspecteur van IL&T. Ja, vroeg ik naar wat zijn meest indrukwekkende voorbeeld was van waar het mis was gegaan en hij had daar wel een goed verhaal over. Gaan we nog even luisteren naar een stukje tape.

Reportage fragment II

[0:16:17] – Peter Aubel
Ik heb zelf controles gedaan toen een plaagdierbeheersbedrijf stallen had onder gesmeerd met gif, wat niet de bedoeling was.

[0:16:24] – Janno Lanjouw
Onder gesmeerd?

[0:16:26] – Peter Aubel
Ja, toen was er nog een gif wat je mocht gebruiken om gangetjes of openingen waar een muis doorheen ging om die in te smeren met gif. En dat deed je als gewoon gif niet meer hielp, muizen aten het niet. Dan wist je zeker dat muizen door die gaatjes heen en weer liepen. En als je dat gat dan insmeerde met gif, dan kreeg die muis dat aan zijn vacht. Die maakte zichzelf schoon en kreeg op die manier het gif toch binnen.

[0:16:51] – Janno Lanjouw
Ja, die gaat zichzelf dan zo likken.

[0:16:53] – Peter Aubel
Ja, die wast zich en likt zichzelf schoon en krijgt het dan binnen. Het plaagdierbeheersbedrijf had dat niet op de juiste manier toegepast en er waren hele stallen onder gesmeerd met pasta.

[0:17:07] – Janno Lanjouw
Dat klinkt heel heftig eigenlijk.

[0:17:08] – Peter Aubel
Dat klopt. In het verleden heeft de NVWA 46 veehouderijen geblokkeerd omdat op die manier echt muizengif in het voedsel terecht was gekomen. Het muizengif was dusdanig toegepast dat kalveren en varkens dat op konden eten. Die konden daarbij komen. Die aten dat ook op. En bij de slacht hebben ze bij steekproefcontroles, heeft de NVWA gezien dat er een onbekende stof in zat. En dat bleek dus een muizengif te zijn.

[0:17:39] – Janno Lanjouw
Dus die zat in het vlees?

[0:17:41] – Peter Aubel
Ja, in de lever van kalveren zat voldoende muizengif, dat als een kleinkind daar een paar happen van binnen zou krijgen, dat hij daar nare gevolgen van kon hebben.

[0:17:52] – Janno Lanjouw
Zo, oké.

[0:17:54] – Peter Aubel
Dat hebben we gezamenlijk opgepakt. De NVWA vanwege de voedselveiligheid, die konden ook dat blokkeren om te voorkomen dat het gif de voedselketen in kwam. En we hebben afgestemd om ook de plaagdierbeheerser om die aan te pakken. Wij hebben een herstelactie geëist met een last onder dwangsom om al het verkeerd geplaatste muizen- en rattengif om dat op te ruimen en binnen de wet te gaan werken.

Dus de NVWA is toen samen met de ILT, met mijzelf, bij het bedrijf op bezoek gegaan om ze dat mede te delen. En we hebben toen het hele jaar lang steekproeven genomen om te kijken van leeft het bedrijf de wet na.

[0:18:35] – Janno Lanjouw
Heftig. Ja. En dat is dus echt een exces wat je dan tegenkomt?

[0:18:40] – Peter Aubel
Dit is echt een exces. Dit is het gewoon, dit heb ik gewoon een biocide orgie genoemd. Dat was echt, alles was onder gesmeerd. En dan vraag je je af, hoe heeft het zo kunnen komen? Maar dat vroeg het bedrijf, in ieder geval de directie van het bedrijf, vroeg zich dat ook wel af. En hebben vervolgens iedereen naar binnen gehaald en toegesproken en gezegd van, hier staan wij niet voor.
Wij willen op een andere wijze werken.

Einde reportage fragment II

[0:19:05] – Janno Lanjouw
Ja, Peter Aubel, dit is zijn werk natuurlijk. En hij benadrukte echt dat het een exces was. En ook dat hij dit soort dingen, dat is zijn werk. Hij moet dit opsporen. Dit is eigenlijk wat hij doet. Dus dit was een succes voor hem om het te vinden. Maar ja, wel heftig. Hij liet mij de foto's zien. En er zit een soort blauwe smurrie inderdaad over echt hele grote stukken van een boerenstal gesmeerd. Kennen jullie dat spul? Ken jij dat spul, Hanneke?

[0:19:34] – Hanneke Wiggers
Ja, ik ken het. Het is Racumin Foam. En het is dus ook op een hele verkeerde manier gebruikt. Want de gebruiksaanwijzing zegt, doe het in gaten waar muizen doorheen kruipen, zodat het op hun vacht komt. Er heeft nergens gestaan van smeer je hele stal onder.

[0:19:48] – Janno Lanjouw
Nee. Peter zei van, vanuit het bestrijdingsperspectief gaat dit heel goed werken. Want ja, inderdaad, het waren een soort loopbanen voor die muizen... Maar ja, er kon ook gewoon een varkentje bij. Er was wel een tijd dat dit soort algemene verspreiding veel gangbaarder was. Hoorde ik ook in wat jij eerder zei, Jan-Willem. Hoe is dat nu?

[0:20:13] – Jan Willem Andriessen
Ja, ik denk dat dit voorbeeld van Peter een mooi voorbeeld is om de verschillen te laten zien. Hoe we nu graag willen werken. En hoe het in het verleden ooit geweest is. Ik noemde straks al even 2010. Toen hebben we een goede beoordeling gemaakt. En toen bleek dat die middelen dus echt heel giftig waren. En dus eigenlijk niet toelaatbaar. Dus het college heeft toen het voornemen geuit van nou, deze middelen gaan we niet meer toelaten, want ze zijn veel te gevaarlijk.

[0:20:41] – Janno Lanjouw
Ze zijn te giftig, dat is eigenlijk waar het op neer komt.

[0:20:43] – Jan Willem Andriessen
Te giftig, ja. En vooral voor het milieu. Ja, daar kwam natuurlijk heel veel verzet tegen. Want ja, we hebben deze middelen nodig om ratten en muizen te bestrijden.

[0:20:51] – Janno Lanjouw
Wat zou er gebeuren als je ze niet zou hebben?

[0:20:56] – Jan Willem Andriessen
Als je deze middelen niet zou hebben, dan zou in eerste instantie toch wel een heel groot probleem kunnen op gaan treden met ratten- en muizenplagen. Ik denk echter op de lange termijn dat men dan gaat zoeken naar alternatieven die minder giftig zijn ook, hopelijk dan. En dat zou dan uiteindelijk toch wel een positief effect kunnen gaan hebben.
Maar dan ben je wel een aantal jaren verder.

[0:21:22] – Janno Lanjouw
Oké, voorlopig is dat geen haalbare kaart.

[0:21:23] – Jan Willem Lanjouw
Nou, wij hebben een soort tussenoplossing gevonden. En we hebben met de brancheverenigingen gesproken. En daar kwam het idee op om geïntegreerd plaagdiermanagement te gaan toepassen. Dat heet IPM.

[0:21:38] – Janno Lanjouw
Integrated Pest Management.

[0:21:43] – Jan Willem Andriessen
En IPM zegt je moet eerst allerlei maatregelen nemen om te voorkomen dat je een plaag krijgt. Dus maak alle gaatjes dicht, haal alle voedsel weg. Zorg dat er geen nestelplekken zijn. Als er dan toch muizen zijn of ratten, gebruik dan eerst vallen. Klapvallen bijvoorbeeld. En als dat allemaal niet lukt, dan kun je uiteindelijk ook nog gif inzetten. Dus als laatste redmiddel.

Nou, dat is een methode die we eigenlijk al kennen vanuit de jaren 50. De ideeën daarover waren er al lang. Alleen het was nooit doorgevoerd in de praktijk van de ratten- en muizenbestrijding. Op een duidelijke manier, zodat iedereen wist hoe je dat zou moeten doen en hoe het zou moeten gebeuren. En dat is toen ontwikkeld, toen wij hadden gezegd we gaan deze middelen eigenlijk niet meer toelaten. Maar misschien kunnen ze wel toelaten onder IPM. Onder een regime van geïntegreerd plaagdiermanagement.

Toen was de volgende vraag, wat is dat dan? Hoe moet dat dan? Daar hebben wij samen met de IL&T, maar ook met de ministeries, samen met opleidingsinstituten, met allerlei brancheorganisaties, allerlei mensen die hiermee te maken hebben, een beschrijving gemaakt hoe je IPM eigenlijk voor ratten en muizen zou moeten gaan uitvoeren.

[0:23:08] – Janno Lanjouw
Dus het is ook echt iets wat uit de koker van het Ctgb komt? Uit jouw koker ook?

[0:23:12] – Jan Willem Andriessen
Kijk, het Ctgb is niet de instantie die zegt je moet iets op een bepaalde manier gaan gebruiken. Dat is aan de gebruiker zelf. Die moet een soort best practices, noemen ze dat wel, gaan doen. Maar de vraag is, wat zijn nou de best practices in deze situatie?

[0:23:26] – Janno Lanjouw
En daar ben je wel normgevend in?

[0:23:28] – Jan Willem Andriessen
Ja, juist. Daar heeft het Ctgb een twintigtal eisen aangesteld van als jullie nou via IPM willen gaan werken, dan moet het aan deze twintig eisen voldoen. En daarmee kon het Ctgb zeggen van nou, als aan die eisen wordt voldaan, dan kunnen we deze middelen toch nog toelaten. Nou, die twintig eisen, dat zijn de twintig IPM-eisen van het Ctgb, die zijn de basis geworden om dat hele IPM-systeem op te zetten. En dat heeft een aantal jaren geduurd.
In 2017 is het eerste deel van het IPM-systeem van kracht geworden. Dat gold alleen nog maar voor ratten buiten. En in 2023 is het volledige IPM-systeem voor ratten en muizen in werking getreden.

[0:24:12] – Janno Lanjouw
Oké, dat is dus heel recent. Ik herinner me ook wel dat er in de mediaberichten verschijnen van muizen- en rattengif mogen niet meer. Maar dat is dus niet waar?

[0:24:20] – Jan Willem Andriessen
Dat klopt niet. Dat hebben wij nooit gezegd. Wij hebben altijd gezegd, het moet het laatste redmiddel zijn.

[0:24:27] – Janno Lanjouw
Peter Aubel, die zei ook van, als je het gat openlaat, dan is het een soort van dweilen met de kraan open. Het is wel common sense-achtig.

[0:24:36] – Jan Willem Andriessen
Het is heel logisch. En het werkt ook in de praktijk. Er komen nu steeds meer voorbeelden van situaties waarin echt alles gedaan wordt om het gebouw dicht te maken en om alle voedsel op te ruimen. En dan blijkt dat dat heel goed werkt en dat je niet eens gif meer nodig hebt.

[0:24:52] – Janno Lanjouw
Ja, daar had Peter Aubel ook wat over te zeggen. Dus ik heb nog een laatste fragmentje van hem. Daar gaan we ook nog even naar luisteren.

Reportage fragment III

[0:24:59] – Peter Aubel
We hebben dus gezien, die regels zijn vanuit beleid en Ctgb opgelegd om te zorgen dat men niet zomaar naar gif grijpt. En ook niet naar gif grijpt als het toch niet helpt en niet nodig is. Wat wij hebben gezien bij bezoeken aan plaagdierbeheersbedrijven is dat ze ten opzichte van het kalenderjaar daarvoor, dat zij met de helft van het aantal gif ook plaagdieren kunnen beheersen.

[0:25:25] – Janno Lanjouw
De helft?

[0:25:26] – Peter Aubel
De helft van het aantal gif wat je normaal gebruikt. Een bedrijf dat bijvoorbeeld in de agrarische sector werkt, die gebruikte voorheen rond de 15.000 kilo aan rodenticiden. Dat is dan niet werkzame stof, maar een rodenticide met daarin een werkzame stof. En het kalenderjaar erop gebruiken ze de helft. En ze kunnen net zo de plaag beheersen als voorheen. Dus dat zijn wel gigantische hoeveelheden minder aan gif wat je in het milieu gooit.
We hebben ook signalen van bedrijven die speciale weringsteams hebben. In magazijnen hebben ze metalen strips, mousestop, speciale kit met metaaldeeltjes erin waar muizen dan niet meer doorheen knagen. Houten planken, dat ze deuren goed dichtmaken, zodat er geen muizen of ratten onderdoor stallen binnenkomen. En die geven aan dat op die manier kunnen ze ook de plaagdieren goed beheersen.

Einde reportage fragment III

[0:26:22] – Janno Lanjouw
Ja, de helft minder. Dat is wel echt een enorme verandering. Dat is echt een doorslaand succes, zou je dat wel kunnen noemen. Het enige ding daarbij is dat je niet zeker weet of er inderdaad minder muizen en ratten komen, want die worden dus niet geteld. Maar nogmaals, dat klinkt wel redelijk als common sense. Hanneke, dit soort IPM-praktijken, zouden die niet ook bij allemaal andere, want jij doet ook nog andere productgroepen, zouden die niet ook elders nog goed van pas kunnen komen?

[0:26:55] – Hanneke Wiggers
Ja, ik kijk ook naar insecticiden bijvoorbeeld. En daar wordt in Europa nu ook nagedacht over IPM. En misschien niet dat dat aan dit soort regels per se meteen gebonden is, maar wel over hoe er wordt nagedacht. Bij beoordelingen wordt ook steeds duidelijker wat de risico's zijn van dit soort actieve stoffen bij insecticiden. En vroeger zou je bijvoorbeeld zeggen, je hebt een middel tegen vliegen in een stal, dat je de hele muur mag onderspuiten met een product, want als zo'n vlieg daar dan op komt, dan komt die in aanraking met het gif en gaat die dood. En dat er dan nu wordt gezegd, nou, maximaal twee vierkante meter mag je behandelen. En dan moet er wel worden nagedacht natuurlijk welke twee vierkante meter het meest relevant is. En daar wordt dan op de gebruiksaanwijzing schrijven wij dan ook op, dat het moet op plekken waar de vliegen graag zitten, bijvoorbeeld.

[0:27:43] – Janno Lanjouw
Ja, dat was ook zo bij dat, hoe heette dat foam ook alweer?

[0:27:48] – Hanneke Wiggers
Racumin Foam.

[0:27:48] – Janno Lanjouw
Ja, dat Racumin Foam wat dan slecht was gebruikt in het voorbeeld van die biocide-orgie van Peter Aubel. Ja, als je dat goed zou gebruiken, dan zou dat eigenlijk alleen bij dat holletje waar die dan in- en uitgaat, waar een varken niet bij, maar dat gebeurt dus niet. Dus daarvoor heb je ook die instanties dan nodig die dat allemaal weer gaan controleren. Dus het vergt ook wel wat, zo'n IPM.
Het vergt een soort mentaliteitsverandering.

[0:28:13] – Jan Willem Andriessen
Ja, het is een heel nieuwe manier van denken. Dus het zit eigenlijk vooral tussen de oren dat je op een andere manier gaat starten met bestrijden. Je gaat niet direct grijpen naar gif, maar je gaat eerst nadenken, waarom zitten hier eigenlijk zoveel ratten en muizen.

[0:28:26] – Janno Lanjouw
Je gaat denken als een plaagdier.

[0:28:27] – Jan Willem Andriessen
Juist, en dat vergt omschakeling. Dat hebben we de afgelopen tien jaar gezien. En gelukkig is de brancheorganisatie van de plaagdierbeheersers hierin meegegaan. En je ziet dat in die tijd een enorme omschakeling is geweest in denken over IPM. En denken van in plaats van: ‘oh een plaag, gif strooien’ naar ‘oh een plaag, hé, laten we eens even kijken wat we kunnen doen om te voorkomen dat die plaag zich verder ontwikkelt’. En dat is een heel belangrijke stap die we genomen hebben inmiddels.
Ik wil niet zeggen dat iedereen dat al doet, maar de belangrijkste stap is nu genomen. De inspectie controleert daarop. Dus de verwachting is dat dit het in de toekomst gewoon wordt. Dit is de standaard.

[0:29:14] – Janno Lanjouw
Dit wordt de standaard ook voor andere plaagdieren wellicht. En daarmee mogen we, we hoorden het net bij rodenticiden, minder dan de helft van de werkzame stof in het milieu brengen. Ja, dat zijn nogal winsten.

[0:29:27] – Jan Willem Andriessen
Ja, dat is veelbelovend.

Outro

[0:29:32] – Janno Lanjouw
Daarmee komen we aan het einde van deze aflevering van Middelen, Mensen en Milieu.
Dank Hanneke Wiggers en Jan-Willem Andriessen hier aan tafel. En natuurlijk ook Peter Aubel, inspecteur op het gebied van biociden bij de inspectie voor leefomgeving en transport.

De volgende aflevering gaat over groene gewasbeschermingsmiddelen. En dan doel ik natuurlijk niet op de kleur van die middelen, maar op de natuurlijke oorsprong ervan. En de impact die dat soort middelen hebben op het milieu. Abonneer je op deze podcast in je favoriete podcastapp. Blijf luisteren naar Middelen, mensen en milieu. Graag tot de volgende keer.

Wil je nou meer weten over het Ctgb? Kijk dan even op de website ctgb.nl, want daar vind je echt een berg informatie.

Deze podcast werd gemaakt door mij, Janno Lanjouw, en productie en montage werd gedaan door Frederik Middelhof van PodcastGuru.